
Er zijn schrijvers die je imponeren. En er zijn schrijvers die naast je komen zitten, voorzichtig je hand pakken, en zeggen: "Ik weet het. Ik weet precies hoe dat voelt."
Griet Op de Beeck is dat tweede soort.
Haar romans voelen niet als literatuur op afstand. Ze voelen als een gesprek om drie uur 's nachts, als je muren zijn afgebrokkeld. Over je jeugd. Over wat je mist. Over wie je probeert te zijn en wie je eigenlijk bent.
En dat is geen zwakte. Dat is een techniek die je kunt leren.
De moed om zacht te zijn
In een wereld waar ironie en distantie vaak als kwaliteit gelden, doet Op de Beeck iets dappers: ze schrijft zonder pantser.
In Vele hemels boven de zevende groeit Hélène op in een disfunctioneel gezin. Maar Op de Beeck vertelt dat niet met grote woorden. Ze vertelt het via kleine momenten waarop een kind leert dat de wereld niet veilig is.
Een vader die net te lang stil is. Een moeder die lacht op het verkeerde moment. Het gewicht van een hand op een schouder die er niet zou moeten liggen.
Ze schreeuwt niet over trauma. Ze fluistert. En juist daarom kom je dichterbij.
Het lichaam liegt niet
Op de Beeck beschrijft emoties zelden rechtstreeks. Ze beschrijft wat het lichaam doet.
Niet "ze was verdrietig" — maar hoe iemand haar sleutels niet uit haar tas krijgt omdat haar handen trillen. Niet "hij voelde zich eenzaam" — maar hoe iemand 's avonds alle lampen in huis aandoet.
Het lichaam liegt niet. En door het lichaam te beschrijven, laat je de lezer de emotie zelf ontdekken.
Het kind als lens
Een truc die ik geweldig vind: het kindperspectief.
Een kind begrijpt niet alles, maar registreert álles. Een kind hoort de toon van een gesprek zonder de woorden te vatten. Ziet dat mama huilt maar gelooft het als mama zegt dat er niets is — en tegelijkertijd gelooft het dat niet.
Die kloof tussen wat het kind ziet en wat de lezer begrijpt? Hartbrekend. Je wilt het kind beschermen. Je kunt niet ingrijpen. Je kunt alleen lezen.
Wat kun jij hiervan leren?
1. Schrijf de gedachte die je eigenlijk niet wilt opschrijven De zin waar je bij aarzelt — die is het. Te eerlijk, te kwetsbaar, te herkenbaar. Dat is precies de zin die je wél moet opschrijven.
2. Maak je personage niet zielig — maak het menselijk Geef je kwetsbare personage ook humor, eigenwijsheid, koppigheid. Een personage dat áltijd kwetsbaar is, wordt vlak. Eentje dat sterk probeert te zijn en af en toe barst — dat is een mens.
3. Durf klein te zijn Op de Beeck schrijft geen spectaculaire verhalen. Geen moord, geen race tegen de klok. Er zijn mensen die proberen met elkaar te leven. En dat is genoeg.
Griet Op de Beeck herinnert ons eraan dat schrijven geen pantser vereist. Soms is het moedigste: de deur openzetten en eerlijk zijn.
Meer over Griet Op de Beeck:
🌐 Website: grietopdebeeck.be
📚 Uitgeverij: Prometheus