1653. In haar laboratorium in Château de Gosbois, aan de rand van Parijs, zit Marie Meurdrac verslagen naar buiten te kijken. Al maanden probeert ze goud te maken van diverse materialen. Van haar verzameling stenen, metalen en kristallen, die ze al sinds haar jeugd verzameld heeft, is niets meer over. Ze denkt erover om op te geven, om toe te geven dat het onmogelijk is. Maar iets in haar is nog niet bereid om haar verlies toe te geven. Ze wil het nog één keer proberen. Maar met wat en hoe weet ze nog niet.
Als ze diep in gedachten zit hoort ze haar vriendin, Marquerite-Louise-Suzanne de Béthune de gravin van Guiche, niet binnenkomen. “Zo te zien kom ik net op tijd,” begint Marquerite opgewekt. “Het lijkt wel of je het wil opgeven?”
“Ach, Marquerite,” verzucht Marie, “ik heb alles geprobeerd, ieder bekend en onbekend materiaal gebruikt. Ik denk dat ik het inderdaad maar opgeef. Het is gewoon onmogelijk.”
“Misschien moet je het nog één keer proberen. Maar dan met dit,” zegt Marquerite terwijl ze het doosje wat ze in haar handen houd, openmaakt. In het doosje ziet Marie meerdere stukjes van een onbekend zilverkleurig metaal. Haar ogen beginnen te glinsteren. “Oke,” zegt ze met hernieuwd enthousiasme, “nog één poging.”
Meteen gaat ze aan de slag. Iedere stap, ieder detail en ieder proces beschrijft ze in haar notities. Na twee weken hard werken en weinig slapen, loopt Marie op een ochtend haar laboratorium binnen. Als ze naar haar werkbank loopt, valt er een zonnestraal het laboratorium binnen. Marie volgt de zonnestraal die op een bekerglas valt. In het bekerglas glinsterd het preparaat waar ze al weken mee bezig is. Ze loopt naar het bekerglas en houd hem in de zonnestraal. Ze gelooft haar ogen niet. In het bekerglas zit goud. Een gevoel van triompf maakt zich meester van haar. Maar ze durft nog niet te juichen.
Om er zeker van te zijn, gaat ze het hele proces nog een keer proberen. Omdat ze het eerste proces volledig beschreven heeft in haar aantekeningen, gaat het de tweede keer een stuk sneller. Ook na de tweede poging houd ze goud in haar handen. Marie juicht in stilte, het is haar gelukt. Ze weet nu hoe ze van een metaal goud kan maken. Dit is nog niemand gelukt.
Maar wat nu? Haar geweten begint op te spelen. Gaat ze het bekend maken of houd ze het geheim? Ze heeft gezien hoe anders mensen worden als het om goud gaat. Ze vreesd dat als het bekend word, haar rustige leven voor altijd voorbij is. Als ze naar het goud in haar handen kijkt, besluit ze niets te zeggen, tegen niemand. Ook verwijderd ze de notities over het goud maken uit haar aantekeningen. Het goud en de aantekeningen, doet ze in een doosje en verbergt deze achter een steen in een muur van het laboratorium. Niemand komt het te weten.
Het doosje van Marquerite met de zilverachtige metalen brengt Marie terug naar Marquerite. Marquerite kijkt haar vragend aan als ze het doosje aanpakt. Marie schud haar hoofd en zegt, “Helaas, geen goud.”