De bel die overluid klinkt doet me opschrikken. Het is drie uur ‘s middags en ik was half aan het indutten op de bank. Als achtergrondmuziek fungeerde een of andere foute soap. Wie zou er nu aan de deur kunnen staan? Suf wandel ik naar de intercom toe. ‘’Ja wie is daar?’’ zeg ik met bozige stem. ‘’Hallo meneer van den Berg, ik kom voor de halfjaarlijkse controle van de CV ketel. Als het goed is heeft u een brief gekregen dat we vandaag tussen twee en vier zouden langskomen.’’
‘’Ja kom maar binnen’’ antwoord ik. Met een druk op de knop buzzt de onderdeur van de flat open.
Om wat van de slaap te verdrijven en wakker te worden plens ik snel wat water in mijn gezicht. Een minuut later staat een ongeveer veertig jarige man met donker haar voor de deur. ‘’Goedemiddag, kom binnen’’ zeg ik met een geforceerde glimlach. Ik wijs de man die zich voorstelt als Ajmal naar de keuken waar de CV ketel zich bevind. Enthousiast opent hij zijn werktas en wil al direct aan de slag gaan.
‘’Wilt u een glas water of een kop thee’’ zeg ik. ‘’Helaas is er geen koffie in huis’’.
‘’Nee dank u wel, ik zit nog vol van het vorige huisbezoek.’’
Terug in de woonkamer plof ik neer op de bank. Het voelt onwennig hoe mijn aura van eenzaamheid wordt doorbroken door deze onverwachte gast. Het geluid van het gerommel met gereedschap doet me in mijn eigen hoofd reizen. Wat zou Ajmal voor leven hebben? Is hij misschien een vluchteling uit een ver land die huid en haard heeft moeten verlaten voor zijn veiligheid? Heeft hij hier een gezin met kinderen, die hem elke ochtend wakker maken door aan zijn baardharen te trekken?
Opeens staat Ajmal pal voor mijn neus. Mijn overpeinzingen smelten als sneeuw in Mali. ‘’Ik ben klaar, alles is in orde. Over een half jaar hoort u van ons als de volgende controle is’’. Als afscheid wordt de hand van Ajmal geschud. De warmte van een medemens is niet in woorden uit te drukken. Vooral niet als je jezelf er zolang van weerhouden hebt. De handdruk duurt zeker acht seconden. De genegenheid die ik voel staat haaks op het ongemak dat zich nestelt in de blik van Ajmal. Zodra onze handen elkaar loslaten loopt hij de geopende deur uit, de galerij op.
De wind slaat de voordeur voor mijn gezicht dicht. Melancholie is weer de baas in huis.