
De dagen die mij resten zijn geteld. Letterlijk. Zodra ik het wist, heb ik mijn Outlook agenda geopend en alle afzonderlijke data tot en met 29 juli 2032 met mijn vinger aangetikt. Drie keer. Alle drie de keren kwam ik uit op 2.160. Inmiddels zijn daar vijf van om.
Ik heb dus nog even, maar oud worden zal ik niet. De veertig ga ik niet halen. Toch heb ik nog genoeg tijd om bijvoorbeeld te gaan studeren, mocht ik dat willen. Het veertigjarig huwelijksfeest van mijn ouders ga ik meemaken. Ik hoef niet bang te zijn dat ik morgen onder een bus loop.
Aan de andere kant weet ik nu dat grootouderschap er voor mij niet in zit.
Wat moet een mens met die wetenschap? Opa worden is iets waar ik nooit over na heb gedacht en nou moet ik opeens rouwen omdat dat nooit gaat gebeuren? Ik heb niet eens kinderen. Ik heb zelfs geen relatie. Het lijkt me ook beter dat ik daar niet meer aan begin. Als ik een puppy neem, is de kans groot dat het hondje mij overleeft. Ik had best graag een puppy gewild.
Verdomme, nou schiet ik toch weer vol.
“Hoe zou het zijn om te weten wanneer je doodgaat?”
“Je bedoelt als bij euthanasie of een terdoodveroordeelde die een executiedatum heeft?”
Het was gewoon kroegpraat, meer niet. Als Olivier een paar biertjes op heeft, begint hij altijd dergelijke gesprekken, die hij op dat moment voor diepzinnig houdt. Hetty en Jaap waren er ook. We zaten met zijn vieren op onze gebruikelijke plek aan de toog. Het was vroeg in de avond, het café was verder nog helemaal leeg. De barman stond een eindje verderop verveeld met zijn telefoon te spelen.
“Nee, zoals in Le tout Nouveau Testament. Heb je die film gezien?”
“Is dat die waarin iedereen over de hele wereld zijn sterfdatum te weten komt, doordat de dochter van God Zijn werkkamer binnendringt?”
Hetty dacht even na.
“Als ik zou weten dat ik volgende week of zo doodga, zou ik me ziekmelden en het ervan nemen. Al mijn geld verbrassen. En ik zou direct weer beginnen met roken.”
“Hoe lang ben je daar nou af,” vroeg ik, maar Olivier gaf haar geen kans te antwoorden.
“En jij, Jaap?”
“Ik zou heroïne proberen. Dat heb ik nooit gedurfd, omdat ik bang ben in één keer verslaafd te raken. Maar ja, als je toch volgende week dood bent, maakt dat niet meer uit.”
“Jij, Robert?”
“Ik weet het niet,” antwoordde ik. “Je kunt niet zoveel meer in een week.”
Olivier rolde met zijn ogen.
“Je zou er natuurlijk ook achter kunnen komen dat je honderd wordt,” opperde Hetty. “Dan hoef je je over je sterfelijkheid voorlopig niet druk om te maken. Dan zou ik ook weer gaan roken.”
“Ik wil geen honderd worden,” riep Olivier, en naar de barman: “Mogen we hier nog een rondje?”
Dat mocht zeker.
“Misschien zou ik naar Rusland reizen,” fantaseerde Olivier. “Een aanslag plegen op Poetin.”
“Ja joh, alsof dat zo makkelijk zou gaan!”
Er ontspon zich een discussie over of het mogelijk zou zijn om als buitenstaander dicht genoeg bij Poetin in de buurt te komen om hem te vermoorden – en daarbij uiteraard heroïsch zelf om te komen. Er kwamen nog wat andere stamgasten binnen, die zich in het gesprek mengden.
Later kwam ook het jongere publiek binnendruppelen en zette de barman de muziek luider. Praten ging daardoor niet meer. Meelallen wel. Het werd weer zo’n avond.
Jaap, Hetty, Olivier en ik bleven hangen tot sluitingstijd. We waren alle vier flink dronken.
Ik rekende als laatste af en begaf me wankelend naar huis.
Verder is er niks gebeurd. Echt niet.
Maar sindsdien weet ik wanneer ik doodga.
Ik haalde 54 doosjes Zwaluw, want samen bevatten die 2.160 lucifers. Ik legde ze in een la in de keuken.
Ik belde Jaap, maar kreeg voicemail.
Daarna belde ik Olivier.
“Heeft Hetty al een pak peuken gekocht,” vroeg ik toen hij opnam.
“Sodemieter op, ik ben brak.”
“Ik heb nog wel tijd, maar geen toekomst meer,” vertelde ik.
“Wat jammer je nou?”
“Ik weet het nu. Jij niet, dan?”
“Wat weet je?”
“Ik heb nog bijna zes jaar.”
“Geweldig. Gefeliciteerd.”
En hij hing op.
Voor het naar bed gaan streek ik die avond één van mijn lucifers af. Dat was toch wat belachelijk, dus dat heb ik daarna niet weer gedaan. Nu heb ik dus een keukenla met 2.159 lucifers erin, alsof de tijd in die la stil is blijven staan.
Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld.