Het applaus
Het applaus houdt maar niet op. Hij buigt nog een keer, terwijl hij weet dat hij zo meteen gaat zeggen wat niemand in de zaal wil horen.
Hij heeft zijn gedichten voorgedragen. Zijn gedichten? Zij denken het, hij weet.Hij weet beter. Bedrog. Hij ziet haar achter in het zaaltje. Hij moet … hij wil niet … hij kan niet!
‘Een toegift,’ zegt hij dan, ‘Een toegift, de laatste, de allerlaatste.’
‘Van haar!
Achterin het zaaltje staat iemand op. Een vrouw. Zijn vrouw.
Ze buigt.
Hij weet, dit is zijn einde. Jarenlang bedroog hij haar, hield haar klein. Als hij haar niet toelaat op deze avond, vertelt ze het de wereld. Haar dreigement, laat hem geen keus.
‘Een korte geschiedenis,’ zegt ze.
'Mijn leven,, mijn verhaal' zo begint ze:
‘Trage stappen leiden haar naar de plek waar het bederf wachtte
op hem die haar verachtte en nacht na nacht verkrachtte
De mooie woorden die haar bekoorden, niet omgezet in daden
hadden haar liefde voor hem verraden
Stil staat ze
Voorbij gaan in gedachten, de eindeloze uren,
geen hoop, slechts wanhoop bleef
en nu…
eindelijk lacht ze, opent haar tas en pakt een grijze steen met
daarop een gedicht dat ze jaren geleden schreef
-- AFSCHEID--
- Door je gangen doolde ik
Langs gesloten deuren
Dicht en ontoegankelijk
De deuren die ik openen kon
lieten slechts lege kamers zien
Ontheemd voelde ik me
Verlaten …
Opnieuw loop ik door je gangen
ik rammel aan je deuren
naar een onverbiddellijk NEE!
Een hard, koud licht
breekt uit je vensters
Kilte omhult me.
Ik recht mijn schouders en weet voortaan
op eigen benen te moeten staan –
Ze plaatst het steentje op zijn graf.
Eindelijk echt bevrijd en opgelucht
slaakt ze een diepe zucht.
Haar stappen naar huis terug
Zijn licht, vrolijk en vlug.’
Ze zwijgt, buigt en kijkt de zaal in.
De zaal is stil. Wat gebeurt hier?
‘Dit is mijn slot,’ zegt hij dan. Hij buigt voor de laatste keer en verdwijnt.