'Kom op, Walter, het is je vijftigste verjaardag!' riep Jonas en duwde hem de trap op.
'Ik wil dit niet,' sputterde Walter tegen. Waarom lieten ze hem niet gewoon op zijn bureautje zitten. Spreadsheets waren zijn vrienden. Hij wilde geen trap op naar een appartementje boven een lingeriewinkel.
'Precies daarom,' grijnsde Jonas. De deur zwaaide open en een walm van jasmijn en kaarslicht kwam hem tegemoet. Daar stond ze: lang, in leer, borsten én met een zweep in haar hand.
Walter staarde naar haar bergen alsof hij zich afvroeg of hij moest gaan skiën of kamperen.
'Jij moet Waltertje Hermans zijn,' zei ze terwijl haar blik hem doorboorde. 'De man zonder glimlach.'
Walter slikte.
'Meesteres Divienja,' stelde ze zichzelf voor. 'Welkom.'
Onhandig stond Walter in het midden van de kamer, omringd door collega’s. Divienja cirkelde hem, haar zweep zachtjes tikkend. 'Waarom lach je nooit, boekhoudertje?'
Walter zweeg. Lachen voelde gevaarlijk, oncontroleerbaar. Als vijfjarige werd hij uitgescholden door zijn vader nadat hij lachte om een clown op straat. Sindsdien was lachen geen optie.
'Hij ziet er het nut niet van in,' riep Jonas, alsof hij zo punten bij de meesteres scoorde.
'Geen nut?' sneerde Divienja. Ze gooide een gigantische rekenmachine in Walters handen. 'Los het op!'
Zijn collega’s juichten. Zijn greep op de belachelijke rekenmachine werd klam, zijn hoofd tolde, en het gelach echode in zijn oren. De situatie was absurd: een theater van spot. Hij kneep zijn ogen dicht.
'Ga je optellen? Of aftrekken?' riep Jonas terwijl hij knipoogde naar de meesteres.
Toen brak er iets. De absurditeit overspoelde Walter. Vanuit zijn buik kwam een diepe grom, zijn mondhoeken krulden omhoog. Hij begon te lachen – een ongeoefend, schokkend geluid. Het voelde alsof hij jaren van opgekropte spanning losliet. Hij lachte harder, oncontroleerbaar, terwijl zijn gezicht rood aanliep.
De kamer viel stil. Iedereen keek naar Walter, wiens lach alleen maar sterker werd. Zijn collega’s begonnen aarzelend mee te lachen.
Divienja grijnsde triomfantelijk.
'Zozozozo,' zei ze en streelde de zweep terwijl Walter naar adem hapte. 'Je klinkt als Margriet Hermans. Familie?'
Walter schudde zijn hoofd.
'Trek dan maar dat broekje uit!'