De titaan Helios bracht in zijn stralende zonnewagen het ochtendgloren aan de dag. Op een lange tafel in de grote hal stond een uitgebreid ontbijt klaar voor de goden. Hera en Zeus schoven beide als eerste aan. Als het koppel der goden gingen zij niet wachten op de rest van de Olympus. Zeus nipte van zijn glas nectar en staarde met een melancholische blik voor zich uit. ‘’Schat, wat zit je te mokken?’’ vroeg zijn echtgenote. Een godin als Hera ontging namelijk niks. Als haar gemaal eenmaal in zo'n bui was, kwam het vaker wel dan niet voor dat zijn oog zich op een voluptueuze bosnimf op aarde zou richten. In het ergste geval werd deze vervolgens zwanger van een verse bastaard. Dit keer wou zij de schande en schaamte die dat met zich meebracht voorkomen. Je kan maar beter zijn grillen voor zijn en een koe bij de horens vatten, dacht ze.
‘’Hera mijn eega, sinds Prometheus de mensen het vuur heeft gebracht en ze op hun eigen benen staan is alles maar een saaie bedoeling. Ze bouwen steden en hieruit ontstaan er beschavingen. Het duurt niet lang meer voor ze ons goden helemaal niet nodig hebben. Wat is mijn rol dan nog in hun vaderschap?’’. Het zelfmedelijden klonk door in zijn stem. Liefkozend zei Hera: ‘’Schat je hebt gewoon wat afleiding nodig. Geniet verder van het ontbijt dan regel ik wel wat vertier.’’
Zeus fleurde wat op van deze woorden. Hera stormde de zaal uit en botste tegen een geeuw onderdrukkende Hermes aan. ‘’Hermes, jouw vader verveelt zich te pletter. Voor ons aller goden geruststelling: zoek de grootste onder de mensen die hem wat opvrolijkt’’. Hermes zat helemaal niet te wachten op dit soort opdrachten van zijn stiefmoeder. Zijn vader had nu eenmaal de neiging wat sikkeneurig te zijn. Eigenlijk stond Hermes' agenda vandaag volgepland met het proberen te stelen van een collectie witte runderen van Apollo. Hij wist dat de god van de genezing ziedend zou zijn als deze zijn kudde kwijtraakte.
Maar Hera aan zijn zijde krijgen zou hem in de toekomst wel eens geen windeieren kunnen leggen. ‘’Oppergodin van het huwelijk, er valt me iets te binnen. Ik ga aan de slag. Vergeet niet dat de Grote Reiziger jou uit de brand heeft geholpen’’. Hulpbehoevendheid was niet een eigenschap die Hera zich liet welgevallen. Ze wuifde Hermes met een handgebaar weg.
Met lichte tegenzin ging Hermes aan de slag. Hij wist echter meteen wie hij moest opsporen. In Mesopotamië was de Spartaan Tigros neergestreken. Hij daagde daar de mensen uit met een spel dat Ostracinda werd genoemd. Als god van de dieven had Hermes allang door dat Tigros vals speelde, hij wist alleen nog niet op welke manier. Van heinde en ver kwamen mensen om Tigros goud en zilver te zien ontfutselen van de immer verraste deelnemers. Iedere keer weer dachten ze hem te slim af te zijn, maar elke keer verloren ze.
Met zijn net opgepoetste sandalen zweefde Hermes naar de tent die Tigros had opgezet als tijdelijk onderkomen. Deze kwam net naar buiten gelopen en keek met een verbaasde blik op toen hij voor zijn neus uit de lucht een zonderling figuur zag neerdalen. Met zijn goudkleurige haar en staf in zijn handen, kon Tigris niet anders bedenken dan dat dit de God Hermes was. Met enig dedain in zijn stem kondigde deze aan: ‘’Vrees niet sterveling, je bent uitverkozen om je ‘spel’ te tonen aan de aartsvader’’.
Tigros die nog van de schrik moest bekomen dat een heuse god van de Olympus was neergedaald, specifiek op zoek naar hem stamelde: ‘’ik uuh uuh…de aartsvader?’’. ‘’Ja Zeus, mijn vader wil vermaakt worden en ik ben erop uitgestuurd om iemand te zoeken die hem wat plezier kan brengen. De verhalen over jou hebben ook de Olympus bereikt en je zult jouw vaardigheden gaan demonstreren.’’
Voor Tigros überhaupt kon instemmen met het ‘verzoek’ voelde hij al dat hij door de lucht zweefde. Naar onder kijkend werd het aardoppervlak langzaam kleiner. Een grijnzende Hermes staarde op hem neer. ‘’Geen zorgen Tigros, ik heb je stevig vast. Binnen enkele momenten bereiken we de Olympus. De heilige grond die je voeten dadelijk aanraken vereist eerbiedwaardig gedrag, wees je daar elk moment bewust van!’’
Toen ze samen de Olympus betraden zat Zeus al gereed aan de ontbijttafel. Hermes zette Tigros neer en liep op de Wolkengod af. ‘’Vader, ik en Hera hadden het idee opgevat om u wat plezier te brengen. Vandaar dat ik deze sterveling heb meegenomen die zijn mede-aardelingen veel verbazing en ontzag heeft gebracht met zijn spel genaamd Ostracinda. Hermes wuifde dat Tigros dichterbij kon komen. Tigros kwam dichterbij en nam onverhoopt kordaat het woord.
‘’Oppervader ik heb hier drie bekers en onder een ervan stop ik deze rode kiezel. Het is aan u de kunst om de beker te volgen en mij te vertellen onder welke van de bekers de kiezel zich bevindt. Op aarde zetten de spelers een muntstuk in, als zij de juist beker aanraken verdubbel ik deze. Echter als ze het fout hebben dan is de ingezette penning mijn beloning. Uiteraard vraag ik van u geen enkele inzet, probeert u maar gewoon te raden onder welke beker de kiezel eindigt.’’
Zodra Tigros de bekers heen en weer begon te schuiven spitse Zeus zijn ogen en volgde als een havik de bekers. Toen Tigros stopte met het rondschuiven keek hij op. ‘’En oppervader welke beker heeft het genoegen?’’. Zeus tikte voldaan op de middelste, maar keek verbaasd op toen deze werd opgetild. Er zat namelijk niks onder. ‘’Nog een keer, nog een keer…’’ oreerde Zeus met een kinderlijk genoegen.
Uren gingen voorbij. Hermes staarde vanaf een stoel naast Zeus naar het tafereel. In het begin was het nog leuk om zijn vader bedot te zien woorden. Maar naarmate de tijd vorderde begon Tigros zich steeds arroganter en hautainer te gedragen. Het zelfgenoegzaam uitlachen van Zeus als die weer eens een lege beker uitkoos, het irriteerde Hermes mateloos. Zeus had deze schoffering van het Xenia niet door, hij zat in opperste concentratie de bekers te volgen.
Hermes wist dat Tigros de kiezel onder geen enkele beker plaatste, maar ergens verstopte. Echter waar dat was kon hij maar niet zien. Tigros maakte echter een zeldzame fout en in een oogwenk zag Hermes dat de kiezel was weggestopt in de mouw van Tigros. Het was een fluitje van een cent voor Hermes om snel wat vonken af te vuren richting Tigros. Het brandje dat ontstond aan de voeten van de spelmaker deed hem opspringen van schrik. Met als gevolg dat de kiezel uit zijn mouw rolde voor de neus van een peinzende Zeus.
De oppergod die nu pas doorhad dat hij al die tijd in de maling werd genomen stond woest op. Tigros wou nog wegrennen maar gleed uit op de marmeren ondergrond. Zeus sloeg direct genadeloos toe met een bliksemschicht. Elk atoom dat ooit van Tigros had bestaan was nu verdwenen.
Een pas ontwaken Athene kwam binnengelopen in haar nachtjapon. Ze zag de laatste rookwolken van wat ooit Tigros de beroemde spelmaker uit Sparta was. ‘’En Pa zijn we weer met het verkeerde been uit bed gestapt?"