De ijsjes hielden hun lichamen dicht op elkaar. Bibberend van angst dat ze zouden gaan smelten.
Het was het idee van de oudste, meneer Ko IJs. Zijn citrusmaak begon al te dampen toen ze uit de vriezer werden gehaald. Hij schoot meteen in actie. ‘Saar, Fram druk snel tegen me aan!’
Het maakte Fram boos. ‘Wat doe je? Hou die limoenstank bij mij weg.’ Ze streek de zurige drap van haar zachte roze huidje.
‘Nee, hij heeft gelijk,’ sprong Saar bij. Haar gezicht begon te zwellen en vuurrode druppels spoten uit haar poriën. ‘Ik zie de kassa, we worden gekocht.’
Vanuit het winkelmandje gluurden ze door een kier van hun verpakking. Twee reusachtige ogen van een mensenkind keken terug.
‘Help!’ riepen Fram en Saar en ze vluchtten in de armen van Ko IJs. Hij glimlachte en die glimlach werd nog breder toen de kofferbak van een SUV open ging.
‘Kom maar meiden, dichter op elkaar. We moeten de rit doorstaan.’ De klep ging dicht en het werd donker. Fram boog haar lichaam ongemakkelijk zodat Saar bij Ko lag en niet zijzelf. Saars beide benen klemden om Ko en ze giechelde.
‘Mag ik van jou proeven? Dan mag jij van mij.’
‘Getver, hoe lang duurt dit kleffe gedoe?’ zei Fram. ‘Straks plak ik ook nog vast.’
‘Ik heb van andere ijsjes gehoord dat het een uur kan duren,’ zei Ko. ‘We moeten echt dicht op elkaar blijven.’
Fram probeerde weg te komen maar boodschappen drukten bovenop haar rug. De ijskristallen van Ko prikten inmiddels in haar lijf. Ze deed een gebedje dat het snel afgelopen zou zijn.
Het hielp. De klep van de wagen ging open. Een fel licht scheen in hun ogen. In een tas werden ze een huis binnengedragen en voor de koelkast gezet.
Maar ze bleven daar en gingen niet verder. Ze zagen eerst nog een prei naar de koelkast gaan, een pak melk en champignons. Saar keek er niet naar. Ze smolt lekker tegen Ko en likte af en toe wat druppels van hem weg.
‘Hoeveel langer duurt dit nog?’ klaagde Fram. Al slikte ze die woorden halverwege in. Net op dat moment zag ze weer de twee grote kinderogen.
Een zware stem bulderde. ‘Neem de Framboos maar eerst, die andere twee zijn al helemaal zacht.’
Fram werd weggerukt van Ko en Saar. Zij verdwenen in het vriesvak en groeiden samen tot een klomp. Ze keek de twee na en dacht dat ze misschien toch wat meer had willen proeven.