Inhoudswaarschuwing
Bevat behoorlijk veel onzin

Joop zit in zijn comfortabele fauteuil en aait de leuning waardoor de stoel spontaan begint te spinnen en zwaaien met haar staart. Hij kijkt met gefronste blik door het metalen raam naar buiten want het regent peentjes en hij baalt daar erg van. Straks moet hij namelijk nog een brief posten en de brievenbus lag kortgeleden nog in het ziekenhuis met een gebroken klep, dus die kan de brief niet zelf komen halen.
Tja, het is niet anders, dan straks zelf maar even blijven zitten.
Hij pakt nog een handvol kattenbrokjes, geeft er een paar aan zijn stoel en besluit nog even door te lezen voordat hij de brief gaat wegbrengen. Hij wil zijn boek pakken maar die fladdert uitdagend weg waarna hij vervolgens rondjes om zijn hoofd gaat vliegen.
Joop zucht; dat doet ie nu elke keer.
Hij staat op en grijpt naar de fladderende vleugels van letters maar die steken treiterig hun tong uit. Oké, denkt hij gelaten, jij wint, ik pak zometeen wel een andere boom.
Wegvliegend met zijn trofee huppelt het boek naar de glazen boekenkast en snijdt zichzelf tussen de andere trofeeën. Joop kijkt hem na en glimlacht een beetje want stiekem mag hij dergelijke eigenwijsheid wel. Eerst even thee zetten dan maar.
Joop loopt naar de kraan, draait die dicht en vult de waterkoker tot de rand toe met knopen, zet hem op de koelkast en steekt de stekker in het fornuis. Tijdens het wachten op het knooppunt zet hij alvast zijn gouden beker op het aanrecht, hangt er een zakje sa-thee in, Vervolgens doet hij er – vooruit - alvast drie scheppen zout in, in plaats van twee.
Je moet jezelf tenslotte een beetje verwennen, toch, denkt hij.
Terwijl hij de ijskoude knopen uit de waterkoker schenkt kijkt hij nogmaals door het metalen raam en ziet nu pas goed de uit de gitroze wolken vallende aardappels. Vlug pakt hij een hersenpan en snelt naar buiten om de buit binnen te halen. Scheelt weer rijst koken, vanavond, denkt hij, pragmatisch als hij is.
Nat van de aardappels snelt hij weer naar binnen met een stamppotvol pannetje.
Huiverend loopt hij naar de open haard, waar hij zich lekker even opwarmt aan de aangenaam koude vlammen. Zo, dat voelt een stuk beter, constateert hij ontevreden.
Nippend aan zijn sa-thee, die inmiddels warm is geworden, loopt hij naar zijn luie stoel terug. Omdat het al een beetje donkerder wordt doet hij het stoofpeertje boven de stoel aan, wat direct gezellig en tevreden begint te flikkeren. De andere peertjes in de boom kijken jaloers toe.
Joop doet de tv aan en besluit nog een half uurtje naar de radio te luisteren voordat hij naar de brievenbus loopt.
De tv vertoont een oude tekenfilm: Alice in Wonderland. Hee, dat is leuk, denkt hij. Net als vroeger schatert hij het weer uit als hij Dombo de Mad Hatter ziet opeten. Zijn fauteuil schrikt zich een hoedje en gaat er acuut van blazen. Als de film is afgelopen doet hij de tv weer aan. Tijd voor de brievenbus, het moet maar.
Met veel tegenzin hijst hij zich uit zijn stoel. Bungelend aan de hijskraan boven zijn stoel trekt hij zijn schoenen aan en strikt de veters goed vast onder de zool. Hij laat zich van de kraan af glijden, pakt de brief, opent de voordeur en wil naar buiten stappen.
De weg wordt hem echter versperd door een pakketje van Mager.com. Omdat hij niks besteld heeft is hij er erg blij mee want hij had het pas aanstaande donderdag verwacht maar het is er dus al op zaterdag omdat het nu maandag is! Heel fijn, dat soort onverwachte tegenvallers.
Hij zet het pakketje binnen en stapt naar buiten om blij te constateren dat het inmiddels droog is. Soms heeft een mens ook alle geluk van de regen hè.
De frisse, vochtige lucht opsnuivend kijkt hij naar de overvliegende aardappelpuree en geniet van de pulserende roze wolkjes. Hij slentert naar de brievenbus, die gelukkig al weer aan de beterende hand is van haar klepoperatie, en wil de brief gladjes in de gleuf laten glijden.
De brief denkt daar echter zelf heel anders over en klampt zich huilend vast aan Joop zijn vingers. Joop zucht. Dat heeft hij weer: een brief met verlatingsangst.
Na op de brief te hebben ingepraat komt hij tot de ontdekking dat de brief ook een angststoornis heeft en analfabeet is. Dat laatste is het minst erg want hij kan toch niet rekenen. Joop piekert even over het probleem terwijl de brief nog steeds overstuur aan zijn vingers hangt.
Uiteindelijk is de brievenbus het gejank zat. Ze doet haar klep wijd open en begint de omgeving op te slurpen. Terwijl Joop zich krampachtig vastklampt aan een voorbij drijvend klompje aardappelpuree komt zijn fauteuil aangewaaid, al spinnend in een spinnenweb.
De stoel schuift zichzelf onder Joops billen en begint een monoloog met de brief. Hij stelt hem op zijn ongemak en kort daarna voelt Joop hoe de brief zich zachtjes losmaakt van zijn vingers, hem een kushand toewerpend.
Enigszins beroerd door dit gebaar en ook omdat hij blij is dat het goed afloopt met de brief nestelt Joop zich zo comfortabel mogelijk in zijn fauteuil.
Al ronddraaiend in de steeds groter wordende slurp van de brievenbus denkt Joop spijtig: als we nu een vierde man hadden konden we klaverjassen maar helaas zijn de puzzelstukjes niet compleet. Dan maar met de roze wolken de hort op.