
‘Ik ben blij dat u gekomen bent meneer Zonderwil. En ook op zo'n korte termijn.’ Mevrouw Voordewind leunt met haar handen op het tafeltje dat tussen hen staat. Haar pinken houdt ze omhoog. Meneer Zonderwil kijkt ernaar maar denkt er niets bij. Hij vraagt zich af waarom hij op dit tijdstip moest komen opdraven.
‘Als u mij tussen vijf voor vier en twintig voor twaalf laat komen, moet er wel iets bijzonders aan de hand zijn,’ antwoordt meneer Zonderwil met een zuinig mondje. Hij draait aan de punten van zijn snor. Hij is bij mevrouw Voordewind altijd een beetje zenuwachtig.
‘Dat is het wel zeker en gewis waarachtig.’ De gele stippen op de rode jurk van mevrouw Voordewind wippen op en neer terwijl ze dat zegt. ‘Er hangt hier de laatste tijd zo'n rare geur. Ik heb het vermoeden dat er een Aardige in mijn huis zit.’
Onder de tafel spitst Wouter zijn oren en zet de deur van de oude naaimachinekist nog iets verder open. Oma heeft hem verzekerd dat hij in die kist onzichtbaar is voor Anderlingen. Maar over geur heeft ze niets verteld.
‘Ziet u, nu ruik ik het weer.’
‘Ik ruik het ook, alsof er een windje langs kwam.'
‘Denkt u dat ze het weten?’ vraagt meneer Zonderwil, terwijl hij besluiteloos naar zijn kopje thee kijkt. Hij kiest het meest linkse. Altijd goed.
‘Wat bedoelt u?’
‘Waar hun dromen vandaan komen.’
‘Ik weet het niet meneer Zonderwil. Daarom heb ik u ontboden.’ Mevrouw Voordewind pauzeert even als de deur opengaat en Missiemuis binnenkomt met een flinke blok geurende kaas.
‘Ach Missiemuis, liefje, vandaag is het geen feest.’ Missiemuis drentelt wat op neer.
‘Ik dacht…’
‘Kom maar, meneer Zonderwil lust vast wel een stukje kaas.’
‘Ja, ja, natuurlijk, ik ben gek op kaas,’ mompelt meneer Zonderwil.
‘Ik denk dat Missiemuis het ook ruikt. Ze is van slag. En kijkt u eens naar meneer Vis. Hij zwemt al anderhalve week met een paraplu boven zijn kom. ‘
Achter mevrouw Voordewind begint de brievenbus te trappelen. Zijn pootjes gaan driftig op en neer totdat hij met een lange ratelende zucht een brief uitspuwt.
‘Het lijkt wel alsof Aardigen niet meer durven te dromen. Moet u nu zien, mijn brievenbus puilt uit. Steeds meer retourzendingen. Ongeopend.’ Meneer Zonderwil krabt op zijn voorhoofd.
‘Dag- en nachtdromen?’
‘Het begon met de dagdromen, maar nu ook steeds vaker de nachtdromen.’ Mevrouw Voordewind neemt nog een slokje thee.
‘En de aanvragen voor nachtmerries zijn niet bij te benen. We plaatsen iedere avond de wolken, sterren en maan maar u weet het ook meneer Zonderwil, met al die lichtvervuiling is het onbegonnen werk. De Aardigen van tegenwoordig kunnen zo slecht tegen de duisternis.’
Bij deze woorden vallen er een paar druppels regen uit de wolk die boven de tafel hangt. Meneer vis duwt zijn paraplu recht. Een overlopende kom kan hij nu echt niet gebruiken. Hij is net hersteld van zijn laatste buitenboordvalling.
Meneer Zonderwil neemt zonder na te denken een slok uit zijn rechter kopje thee.
‘Laten we hopen dat er een Goedaardige in uw huis zit en geen Kwaadaardige. Ik zal dit tot op de bodem uitzoeken. Een wereld zonder dromen is ten dode opgeschreven. En u weet net zo goed als ik dat wij al decennialang niet meer geïnvesteerd hebben in de productie van dag- en nachtmerries.’
‘Ja, ja, daar hebt u helemaal gelijk in. Wat ben ik toch blij dat u gekomen bent.’ Er verschijnen blosjes op de wangen van mevrouw Voordewind en de gele stippen op haar jurk wiebelen weer onrustig op en neer. Een geur van lavendel stijgt op uit de zacht fluwelen stof en mengt zich met de geur van de nachtjasmijn in haar haren. Haar pinken die als kleine antennes omhoog stonden, ontspannen zich.
Juffrouw Merel komt uit haar huisje gevlogen. Ze cirkelt even om de hoge haardos van mevrouw Voordewind, gaat dan op de brievenbus zitten en begint te fluiten.
Onder de tafel trekt Wouter het deurtje van de naaimachinekist dicht. Dit moet ik oma vertellen, denkt hij. Nu snap ik waarom ze het de laatste tijd zo druk heeft met het maken van dromenvangers. Ik ben benieuwd wat zij hiervan vindt.
Ik vind het een prachtige illustratie passend bij je sprookjesachtige verhaal. Mijn favoriete zin: "Een geur van lavendel stijgt op uit de zacht fluwelen stof en mengt zich met de geur van de nachtjasmijn in haar haren."