
Fedora Fiasco is opgenomen in het Tehuis voor Gekwelde Zielen. Dr. Ginger Gigglemind, zijn psychiater, stapt de feniksgele kamer binnen. Aan de tafel zit haar keurig geklede patiënt in overhemd met stropdas, colbert en zijn onafscheidelijke hoed. Met grote ogen kijkt hij haar aan als ze tegenover hem plaats neemt.
Dr. Gigglemind vraagt: ‘Meneer Fiasco zal ik u eerst nog een kopje koffie inschenken?’
Haar hand gaat al naar het blauwe kopje dat voor haar op de tafel staat. Fedora schudt zijn hoofd.
‘Dizzy Daisie gooit met spullen.’
‘Dizzy Daisie?’
‘Overleden vrouw valt me lastig,’
‘Kunt U daar meer over vertellen?’
‘Strooit overal munten, steentjes, schelpen. Ronde krengen schuiven krassend weg.’
‘Kunt u haar ook zien of alleen horen?’
Met monotone stem zegt hij:’ Ziet u haar dan niet! Het hoofd op mijn bureau. Klein wit gezicht, blauw haar. Geluidloze woorden komen uit mond.’
Dr. Gigglemind knikt instemmend en maakt snel aantekeningen op haar laptop.
‘Moet allerhande gescheurde papieren ordenen.’
Met zijn door artrose getroffen handen probeert hij de verschillende paperassen en afbeeldingen te rangschikken.
De psychiater observeert hem.
‘Meneer Fiasco, ik wil graag een aanvullend onderzoek bij u doen.’
Hij knikt instemmend, maar schrikt terug als hij de grote tablet in haar hand ziet.
‘Dit is een vertelzwamtablet die u in uw mond kunt laten smelten.’
Hij trekt een vies gezicht en houdt zijn mond stijf dicht bij het zien van de pil in regenboogkleuren.
‘U vindt hem vast lekker. Hij smaakt naar vanille.’
Fedora stopt hem voorzichtig in zijn mond. Zijn gezicht klaart helemaal op als de aromatische smaak vrij komt.
‘U kunt beter gaan liggen terwijl het medicijn inwerkt.’
Hij ploft op zijn bed en zijn veiligheidshek wordt omhoog gedaan. Zijn ogen worden zwaar.
Met een zachte stem vraagt Dr. Gigglemind: ‘Kunt u me beschrijven wat u ziet?’
‘Sta aan rand van zandvlakte. Er lopen allerlei mensen rond. Niemand zegt iets tegen me. De kathedraal is ver weg. Daar ga ik niet heen. Ik ben bang voor goden. Alle gebouwen lijken hier uitgestorven. Ik loop naar een klein meer. Mensen staan zwijgend te kijken. Kleine bootjes varen er rond. Ik blijf ook even staan. Er zijn nog meer meertjes. Een grote bij de horizon. Zie een vreemde witte toren. Haal me hier snel weg!’
Zijn benen maken rusteloze bewegingen. Hij slaat met zijn armen en schudt zijn hoofd heen en weer.
De psychiater druppelt wat Sterrenlicht Genezingsdrank tussen zijn lippen. Haar patiënt kalmeert na enige ogenblikken.
Ze vraagt: ‘Waar bent u zo bang voor?’
‘Ronde blauwe hoeden wachten rustend… Grote rode hoed hangt afwachtend… Tentakelachtige blauwbleke verschijning staart oplettend… Bleke luchtballonnen regen komt stilzwijgend … Onheilspellende donkere wolken komen nader…’
Fedora schudt met zijn hoofd en slaat zijn handen tegen het bed. Schopt onbeheerst met zijn benen.
‘Genoeg! Genoeg!’
De arts geeft hem een flinke dosis druppels. Langzaam worden de oncontroleerbare bewegingen minder. Zijn armen vallen naast zijn lichaam en hij kijkt wezenloos naar het plafond.
De psychiater maakt de nodige aantekening in zijn digitale patiëntendossier en kijkt van tijd tot tijd naar dhr. Fiasco.
Ze zitten weer tegenover elkaar aan de tafel. Fedora Fiasco kijkt apathisch voor zich uit.
‘Het onderzoek heeft duidelijkheid gegeven,’ zegt dr. Gigglemind opgewekt.
Haar patiënt kijkt haar vragend aan.
‘U hebt het Verward Waarnemings-Syndroom.’