
De ruimte waarin Rasko zijn protegee ontving was karig ingericht. Een overblijfsel uit zijn leven als monnik in de zestiende eeuw. De ware reden voor zoveel soberheid, dat hij balanceerde op het randje van overspannen zijn, hield hij liever voor zichzelf.
Haar kleding deed pijn aan zijn ogen. De fluoriserende parachutestof waarvan haar pak gemaakt was ruiste bij elke beweging.
‘Kan je alsjeblieft je werktenue uitdoen?’
‘Dat kan nog niet. Het is nog niet volbracht.’ Ze smeet het dossier op zijn bureau. Haar natte haar kleefde om haar gezicht.
‘Mordaki, je kán het. Echt, ik vertrouw het je niet zomaar toe.’ Hij keek het dossier even in en schoof het weer haar richting op.
‘Had u er zelf geen zin in soms? Is dat het?’
Zoveel brutaliteit had hij van haar niet verwacht. Het uit de tijd begeleiden van iemand met een zelfverkozen levenseinde had hij nog nooit eerder aan een student overgelaten. Dat hij dat nu wel gedaan had was een inschattingsfout wellicht. Wat als ze dit bij een vertrouwenspersoon zou melden?
‘Waar is hij nu?’
‘Plateau drie.’
‘Alleen?’ Misschien was het nog niet te laat, kon hij zich hier nog uit redden door nu met haar mee te gaan. Hij materialiseerde zichzelf in een soortgelijk pak.
‘Ik zou die baard achterwege laten.’
Gelukkig, ze kon nog lachen. ‘Wie weet komt hij nog van pas. Hoe heb je hem door de eerste twee lagen geloodst?’
‘Met muziek. Dat was eenvoudig. Hij heeft dezelfde muzieksmaak als mijn moeder. Leonard Cohen, take this waltz. Ik waarschuw je, de werkelijkheid waarin ik met hem ben blijven steken is nogal intens.’
Ze hadden Rasko’s domein verlaten. De snelle overgang van de minimalistische kamerinrichting naar de overdaad aan visuele en tactiele indrukken deed hem duizelen. Mordaki had niet overdreven, intens was de door de overledene gekozen uitrustomgeving zeker.
‘Hij is toch niet overleden aan een overdosis?’ Rasko moest schreeuwen om boven het geraas van de golven uit te komen. Ze bevonden zich op een vlot, midden op zee. Boven hen, dus niet in het water maar in de lucht, zweefde een grote walvis. Hij kon zijn ogen er niet van afhouden.
‘Nee, dat is het niet.’ zijn studente kroop dichter naar hem toe. Riep de woorden in zijn oor.
Verdwaasd besefte hij dat wat hij vasthield geen hout was. Zijn knieën zakten steeds verder weg in een zachte substantie. Hij had in eerste instantie gedacht dat het zeewier was, het bleek iets heel anders te zijn: een mengsel van mozzarella en tomatensaus. Een enorme pizzapunt bleek de basis te vormen van het vlot dat hen boven water hield. Hij speurde de omgeving af om te zien of hij de gestorvene kon vinden.
‘Dat wat je nu ziet…’ Daar beukte een nieuwe golf Mordaki bijna van het vlot. Het koste haar moeite te spreken ‘...zijn niet zijn waanbeelden, het is iets anders.‘
‘Ik vind het anders behoorlijk trippy.’ Ternauwernood kon Rasko vissen ontwijken die pijlsnel op ooghoogte zijn kant op schoten. Ze vlogen door de lucht alsof het vogels waren.
‘De overledene wilde me de kern van zijn lijden tonen. Ik dacht dat ik er goed aan deed hem carte blanche te geven. Hij had op plateau 2 een enorme woedeuitbarsting gekregen. We bevonden ons daar in de museale omgeving om hem tot rust te laten komen. Hoor je hem niet huilen?’ Ze knikte naar boven.
Ook de zon was niet zoals Rasko die kende. Deze zon had een gezicht. Het deed hem denken aan de illustratie van het mannetje in de maan. Maar in dit geval was het dat van een krijsende baby. Hij maakte wel vaker mee dat mensen terugblikten op hun kindertijd, maar zoiets als dit had zelfs Rasko nog niet eerder meegemaakt. ‘Keek hij soms graag naar de Teletubbies?’ Hij kon een lach niet onderdrukken. De omgeving was zo bizar.
‘Wat zit u nu te lachen. Ik vind het niet grappig. Hij zit daar nu al een hele tijd. Ik weet niet hoe ik hem naar beneden moet krijgen.’
‘Heb je al geprobeerd een andere vorm aan te nemen?’
‘Mag dat dan?’
‘In dit geval lijkt het me geen slecht idee. Is hij gelovig?’
‘Nee.’
‘Dan valt engel af.’
‘Hij geloofde als kind wel vurig in Sinterklaas.’
‘Aha.’ Hij richte zijn aandacht op zijn handen. Handschoenen verschenen, een zegelring.
De nieuwsgierigheid van de baby werd gewekt.
Het gezichtje verouderde tot dat van een kind van een jaar of drie.
‘Kom eens naar beneden. Ik beloof dat je geen straf krijgt, hè Piet.’ Tot zijn tevredenheid zag Rasko naast zich een kletsnatte Piet. Mordaki speelde haar rol met verve. Haar flexibiliteit zou zeker positief bijdragen aan haar afstudeerresultaat.
Het kind klom uit de zon, tuimelde naar beneden, recht in de armen van Rasko. Hij kalmeerde het kind door het voorzichtig op en neer te wiegen. Naarmate het kind rustiger werd, begon de golfslag ook af te nemen. De transformatie van de baby tot volwassen man voltrok zich bij de overledene tot Rasko’s opluchting soepeltjes. De zucht die meestal op een harde huilbui volgde was voor hem het teken dat de man weer in staat was te spreken.
‘Krijg ik echt geen straf?’ De man keek hem verschrikt aan.
'Nee. Zo werkt het niet. Mijn studente hier…’ Ze begreep zijn wenk gelukkig goed en had zich weer haar vorige outfit aangemeten. ‘…vertelde me dat dit alles om ons heen de kern van uw lijden vormde.’
‘Ziet u hoe lelijk dit alles is?' jammerde de man. 'De komst van AI… het vernietigd alles waar ik me mijn hele leven aan heb gewijd. Geen werkgever die me nog inhuurde. Alle illustraties A.I gegenereerd. Ik kon toch niet van de lucht leven? En dat het nu zelfs hier de hemel komt bevuilen…dan zou ik nog liever leven.’
‘De hemel bevuilen?’
Mordaki gaf schoorvoetend toe dat ze uit haar eenentwintigste eeuwse levenservaring had geput om het museum op plateau 2 in te richten.
‘In welke tijd zou u dan graag leven, meneer?’ Ze zou niet nog eens zwichten voor zoveel gemakzucht. Dat wist Rasko zeker.
‘Heb ik daar dan een keuze in?’
‘Jazeker. U zult terug moeten keren naar een aards bestaan. Welk staat u vrij, onder voorwaarde dat u dat leven tot het einde uitzingt.’
‘Het doet er niet toe. Zolang er nog maar geen AI is ontwikkeld.’
‘Komt u anders mee naar mijn kantoor. Dan gaan we de mogelijkheden bekijken. Wie weet ga ik wel met u mee. Ik kan ook wel een pauze van dit alles gebruiken en Mordaki, je bent met verve geslaagd. Laat de afhandeling van deze casus verder maar aan mij over.’