
Tinus schoof ongemakkelijk op zijn stoel, en legde zijn hoofd tussen zijn handen. Hij loensde in de verte, zodat de cijfers voor hem wazig werden. Misschien dat ze dan zouden verdwijnen. ‘De werkelijkheid is …’ mompelde hij.
‘De werkelijkheid? Ha!’ lacht Ikzinay tegenover hem. De aap ontblote zijn tanden met een brede grijns. Hij sprong tevoorschijn vanachter een heel kleurenpalet van flesjes en potjes die op het bureau van Tinus staan. Daar brouwde Ikzinay zijn cocktails – of apenstaarten zoals hij hetzelf noemde, want Ikzinay was niet zomaar een gestoorde barman, maar een aap. Samen met zijn opa Almakius, een wat oudere aap vol met rimpels die in een schilderij zit maar wel nog kan praten, zit hij in de studiekamer van Tinus.
Ikzinay mengt een brouwsel in een grote pot. Hij schijnt met een prisma een straal regenbooglicht door de drank, draait aan de cijfers en rommelt met wat atomen.
‘Hier, mijn nieuwste pyrrhonische mix!’
Tinus, kijkt naar het rode drankje in het glas. Hij schudt zijn hoofd en neemt een sip van zijn koffie. Een soepkom vol.
‘De werkelijkheid vindt je met koffie en whisky,’ zegt hij. ‘Daaruit krijg je formules en waarheid. Dat zit niet in die gekke dranken van jou, Ikzinay.’
De opa Almakius klimt half uit zijn schilderij. Hij neemt de pijp uit zijn mond en geeft er een tik mee op het hoofd van Tinus. ‘Dit is geen pijp. En ben je blind of doof, ofzo?’
Tinus kijkt met een open mond naar Almakius.
‘Kun je ook al niks zeggen?’
‘Maar het kwaad dan? Waarom werken mijn formules niet zonder het stof van de duivel? En waarom moet het dan ook nog eens toenemen, als een entropie?’ Tinus laat zijn hoofd zakken. Zover dat zijn neus het papier van zijn notietieboek ruikt. Zijn handen trekken aan zijn haren. ‘Hoe kan dit nou?’
‘Je draait eromheen.’ zegt Almakius. ‘Daarom duurt het zo lang voordat je het uiteindelijk door hebt.’
Ikzinay, drukt zich plat op het bureau met zijn hoofd omgedraaid op het notietieboek om de piekerende Tinus aan te kijken. ‘Hij lijkt wel krom’ zegt hij tegen Almakius. ‘We moeten hem recht maken.’ Hij schuift nog eens zijn brouwsel voor het gezicht van Tinus. ‘Dit maakt echt tot recht.’
‘En wat is dat met die rode garnituur?’ vraagt Tinus.
‘Dat is de verwarring,’ zegt Almakius die voldaan aan een pufje van zijn pijp neemt.
Tinus neemt het glas in zijn handen. Hij bestudeert de regenboogglans in de vloeistof en laat het voorzichtig rond het glas tollen. Het water spant samen en verdringt de alcohol, als tranen van verdriet een simpele fysica van agitatie en vluchtigheid.
Zou het drankje helpen? Hij neemt een slok om te proeven. De smaak is complex, oorlog, ziekte, pijn, verlies en drama. Ikzinay heeft het goed gemixt. Maar wat is dan de werkelijkheid? Het is een vraag waarvan hij zelf eigenlijk ook wel weet, dat het geen antwoord heeft. Vragen hebben geen betekenisvolle antwoorden, maar alleen antwoorden hebben betekenisvolle vragen. Hij zet het glas nogmaals tegen zijn lippen en snuift het mengsel van geuren op. Vervolgens slaat hij het achterover.
Een stem klinkt achter in het hoofd van Tinus. ‘Je bent niet wát je bent, maar wat je dénkt dat je bent.’ Tinus draait zich om en ziet een grote kapstok staan vol met dromen die hangen aan de haakjes.
‘Hallo Tinus,’ zegt de kapstok met een vrolijke stem.
‘Uh, hallo kapstok.’
‘Ik ben de werkelijkheid,’ zegt de kapstok, nu luider en plechtiger.
Tinus hoort zachtjes op de achtergrond de stem van Almakius: ‘De werkelijkheid is enkel een kapstok om je dromen aan op te hangen.’
Aan de kapstok zwieren dromen rond. Een eenhoorn, een raket in de vorm van een sigaar met een rode punt.
‘Wat zit er allemaal in dit drankje, is dit kunstmatige intelligentie?’ Vraagt Tinus.
Ikzinay, antwoord niet. Het enige dat Tinus nog waarneemt is de kapstok vol dromen.
‘Zijn die dromen hallucinaties? Badeendjes? Een vis met een hoed op? Waarom komen ze altijd op hetzelfde neer?’
‘Dat is het patroon,’ zegt de kapstok. ‘Alles keer terug in zichzelf en buiten zichzelf. Dacht jij dat de mens de eend of de vis heeft ontworpen?’
Een horloge slingert vervolgens langs. De tijd staat stil. Tinus probeert het horloge te grijpen maar de tijd verdwijnt. ‘Ik ben niet echt,’ roept de tijd nog na.
Tinus duikelt naar beneden, maar er komt geen plof of geen schok. Het is alsof hij een duik neemt in de kosmos. Hij zweeft tussen levensgrote moleculen. Flitsen van stroom en magnetisme, vliegen om hem heen. Een deeltje dat lijkt op zwaartekracht trekt hem verder naar beneden. Het trekt Tinus in een bad vol moleculen bubbels. Tinus houdt zijn adem in. Hij probeert het zo lang als mogelijk, maar zijn lichaam schokt en protesteert. Hoe veel hij ook wil dat zijn mond dicht blijft, het lijkt onmogelijk voor een mens om eeuwig uit zichzelf de adem in te houden. Een controle over zijn lijf die hij niet heeft.
Op het einde hapt Tinus naar adem en ziet een groot wit licht aan het einde van de trap. Zou daar de werkelijkheid zijn?
Langzaam komt de wereld om hem heen weer in kleuren en geuren terug. De koffie en whisky die zijn werkkamer bedwelmd, de felle potjes en flesjes. En een leeg apenstaart glas dat over zijn notieboek is gevallen. De apen Ikzinay en Almakius zitten weer zoals normaal te discussiëren.
Almakius zwaait zijn pijp die geen pijp is in een rondje dat geen rondje is. Want alles volgt rechte lijnen. ‘Zoals de grote filosoof Descartes zei: ik ben dus ik denk,’ zegt hij met een zweverige poëtische toon.
‘Uh, Almakius,' zegt Ikzinay. Hij zei: ik denk dus ik schrijf.’
Almakius fronst zijn wenkbrauwen. ‘Wat had ik dan gezegd?’
Ikzinay schroeft een flesje dicht terwijl hij zijn hoofd naar Almakius draait. ‘Je zei: ik ben.’
‘Echt. Ojee, de verwarring.’ Almakius blaast nog eens een wolkje rook met zijn pijp. ‘Nee, natuurlijk niet. Er is niks.’ Hij zegt het terwijl hij door de werkkamer staart alsof het een schilderij is. ‘Hé Tinus ben je weer terug?’
Tinus knikt.
‘Je bént niet hoor, Tinus. Zet dat maar uit je hoofd. Je denkt en je schrijft, dat is alles wat er is. Fantasie is het enige dat écht bestaat. Zie je?’
Ikzinay wiebelt met een glas, hangend op zijn kop, en kijkt Tinus aan. ‘Dat kwaad van jou. Weet je zeker dat je niet gewoon een variabele hebt verzonnen voor iets wat je niet begrijpt?
Afbeelding gemaakt via chatGPT (ik weet niet welk model). Eerst heb ik via vragen GPT kennis laten maken met Tinus Empiricus en vervolgens een afbeelding laten maken met de prompt: “Can you generate an image with a 2:1 dimension, based on this personality. Make the image completely absurd, surrealis...