
‘Kees, heb jij de koe al eten gegeven?’
‘Doe ik straks,’ bromde hij en hij ging rustig verder met het eten van zijn pap.
‘Het is altijd hetzelfde met jou. Uitstellen en vergeten. Wie draait er weer voor op? Juist, ja, ik natuurlijk.’ Pa gaat verder met het zetten van koffie.
‘Moet je nu eens horen wat er in de krant staat.’ Moeder wijst driftig naar een bericht op de voorpagina en leest het voor: ‘Uitbraak van de gekke koeienziekte in het dorp Broekendaal.’
‘Dat is hier vlakbij,’ mompelt pa.
‘Des te meer reden om haar op tijd te voeren, Kees,’ zegt moeder.
Kees staat op, pakt een hoge trap uit de schuur en vult een emmer met hooi.
‘Doe er maar een pilletje bij, jongen. Dan houden we haar rustig,’ zegt pa.
Kees beklimt de trap. De koe hangt vredig boven de tafel aan het plafond.
Ze steekt haar kop uit naar de emmer en eet alles in een traag tempo op.
‘Kan het niet wat sneller?’ Kees duwt de emmer tegen haar aan.
De koe begint te loeien.
Pa zet een hoge kruk onder haar en begint met melken. De melk heeft vandaag een vreemde gele kleur.
Moeder roept: ‘Ze gaan die koeien in Broekendaal afmaken. Het is toch een schande.’
‘Maak je niet druk,’ zegt vader. ‘Ik vertrek zo naar mijn werk. Jullie redden het samen wel.’ De koe maakt een onverwachte beweging met haar staart.
Moeder kijkt ongerust naar het plafond.. ‘Het lijkt wel of ze schever dan anders hangt. Zie jij het ook, Kees?’
‘Volgens mij is er niets aan de hand. Gisteren hing ze net zo.’
Die nacht slapen ze onrustig. Pa loopt voortdurend zijn bed uit. Moeder droomt over koeien die haar aanvallen. Alleen Kees slaapt, zoals altijd.
‘Ik weet zeker dat de koe anders hangt dan anders,’ zegt moeder aan het ontbijt.
‘Nu zie ik het ook,’ zegt pa. ‘Ik denk dat het verstandig is dat we de veearts erbij halen.’
‘Die lacht je vierkant uit,’ zegt Kees. ‘Wat maakt het nu uit hoe die koe hangt?’
‘Lastig om te beoordelen,’ zegt de veearts, terwijl hij de koe nauwkeurig bekijkt. ‘U zou een grafiek moeten maken. Elke dag de hoek noteren waaronder haar poten hangen.’
‘Wat een gedoe,’ bromt vader. ‘Kan dat niet op een andere manier?’
De veearts denkt even na. ‘Ja, er is een andere methode. Als een van jullie er loodrecht naast gaat hangen, kan ik beter zien of de hoek verandert.’
‘Dat lijkt me iets voor jou, Kees. Jij bent nog jong.’
Kees haalt zijn schouders op. ‘Oké, ik doe het wel, voordat jullie mij ervan beschuldigen dat ik de koe verwaarloos.’
Het is een heel karwei, maar uiteindelijk hangt Kees loodrecht naast de koe. Voor het eerst kijkt hij haar in de ogen. Droeve ogen die een onpeilbaar verdriet uitstralen.
De ademhaling van de koe is onregelmatig, haar huid is nat, alsof ze koorts heeft.
‘Rustig maar, ik ben bij je,’ fluistert Kees.
De koe laat haar kop hangen.
De volgende dag komt de veearts weer kijken. Hij meet nauwkeurig en constateert dat de koe schever hangt dan de vorige dag.
‘Tja, als dit proces zich voortzet, vrees ik dat ze op een dag haar evenwicht verliest. De gevolgen kunnen ernstig zijn.’
‘Houd jij het nog een dag vol, Kees? Dan kom ik morgen nog eens langs.’
Kees knikt.
Nadat de veearts nog een laatste keer een blik op de koe heeft geworpen, vertrekt hij.
Het melken van de koe wordt steeds lastiger. Zo af en toe gutst er melk over de rand. De kleur wordt steeds geler.
‘Dit gaat helemaal verkeerd,’ zegt moeder. ‘Ik stel voor dat we haar losmaken van het plafond.’
‘Lijd jij aan de gekkemensenziekte? Ze weegt meer dan 600 kilo.’ Pa kijkt moeder verontwaardigd aan. ‘We wachten af wat de veearts morgen zegt.’
Die nacht doet Kees voor het eerst van zijn leven geen oog dicht. De koe komt steeds dichter naar hem toe. Haar voorpoten raken zijn bovenbenen. Er gaat een rilling door hem heen. In het licht van de lamp is de blik van de koe anders: helder, alert, alsof ze op het punt staat om een sprong in het diepe te wagen.
Plotseling begint het plafond te kraken. Het gedeelte waar de koe hangt, komt langzaam naar beneden.
Kees grijpt zich vast aan het touw waarmee hij naast haar hangt.
‘Niet doen,’ fluistert hij.
De koe kijkt hem aan.
Een stuk pleisterwerk valt op de grond. Kees houdt zijn adem in. De koe beweegt haar kop naar voren en geeft hem een zachte duw met haar neus.
‘Wat wil je?’
Het plafond kraakt opnieuw. Nu begint ook de lamp te slingeren.
Van beneden klinkt gestommel.
‘Kees!’ roept moeder. ‘Wat gebeurt daar?’
‘Ik weet het niet!’
Kees kijkt naar de koe. Ze hangt nog steeds doodstil. Alleen haar ogen bewegen.
Plotseling klinkt er een harde knal.
Het touw waaraan de koe hangt, schiet los.
Kees sluit zijn ogen. Maar de koe valt niet; ze blijft hangen, midden in de kamer.
Dan begint de hele kamer te kantelen. De tafel schuift naar achteren. De stoelen glijden tegen de muur. De emmer met hooi valt om en het hooi dwarrelt door de kamer.
‘Kees!’ gilt moeder.
Kees opent zijn ogen.
De koe hangt nog steeds op dezelfde plek. Met haar poten kaarsrecht onder haar lichaam.
‘Pa!’ roept hij. ‘Moeder!’
Vader verschijnt in de deuropening.
Hij kijkt naar de koe en vervolgens naar de vloer.
‘Verdorie,’ zegt hij.
‘Wat?’ vraagt Kees.
Vader loopt naar de tafel. Hij wil zijn koffiekop rechtop zetten. De koffie loopt meteen naar één kant.
‘Die vloer is helemaal scheef.’
Moeder glijdt uit en valt.
De koe loeit zacht.
De veearts, die toevallig net de oprit op komt rijden, kijkt door het raam naar binnen.
‘Ik heb het altijd al gezegd,’ mompelt hij. ‘Je kunt pas beoordelen of iets scheefhangt als je een vast ijkpunt hebt.’
Uit de uier van de koe drupt een gestaag, geel straaltje. Het zoekt meteen het laagste punt op en stroomt over de vloer zo de hoek van de kamer in.
Pa buigt zich voorover, doopt zijn vinger in het spoor op de linoleumvloer en ruikt eraan.
‘Het lijkt wel verse vanillevla.’
Kees knipoogt naar de koe. Voor het eerst lijkt ze helemaal ontspannen.