
‘Kom je de maand augustus goed door? Kan je het hoofd koel houden?'
‘Ja hoor, maar weet je, ik ben precies geteld tien dagen geleden verjaard en werd toen aangenaam verrast door een vriend’
‘Zo en wat had hij voor jou in petto?’
‘Een heuse trip naar het buitenland en een uiterst origineel cadeau.’
‘Naar welk land gingen jullie dan en wat heb je gekregen?’
‘Haha, het buitenland was het verre België en het presentje was een deelname aan een evenement in de stad Antwerpen: de Museumnacht, die op dezelfde datum zijn 20e editie vierde.’
‘Antwerpen, Anvers, Antwerp is altijd leuk. Wat gebeurt er zoal in zo’n nacht?’
‘Het is een jaarlijkse culturele gebeurtenis waarbij allerlei musea en culturele huizen en instellingen tussen 19u ’s avonds en 1u ’s morgens hun deuren openen voor een eenmalig avondprogramma.’
‘Hebben jullie boeiende dingen ontdekt?’
‘En of, maar wat de kroon spande, was dit schilderij. Kijk, ik heb er deze foto van gemaakt. Ze zeggen dat België het land van het surrealisme is, maar wij konden aan dit werk kop noch staart krijgen.’
‘Sinds wanneer praat je in uitdrukkingen? Is dat de bedoeling?’
‘Zo kan je het wel noemen. Toen we voor het schilderij stonden leken alle Belgen rondom ons doodnormaal te vinden wat ze zagen. Sommigen lachten hartelijk en anderen deden net of het om een zoekspelletje ging.’
‘Dat het surrealistisch is hoef je mij niet te vertellen, ik zag nog nooit een vis met een paraplu of een eenhoorn op een vliegend eilandje.’
‘Ik vind die Belgskes wel sympathiek, maar eerlijk gezegd, dit was echt heel raar. De ene bezoeker in het museum had het over Het regent oude wijven, terwijl een andere zei: In mijn hersenpan is geen plaats voor een tweede paardenoog.’
‘Nu ja, als je goed kijkt, herken je een aantal dingen wel.’
‘Herkennen? Iemand had ons horen praten en herkende ons Nederlands accent. Hij wees naar het purperen eiermandje links onderaan en zei: Dat kennen jullie niet in Nederland, hè, vijgen na Pasen?’ We moesten het antwoord schuldig blijven.’
‘Hebben wij niet die vergelijkbare uitdrukking met mosterd na de maaltijd?’
‘Dat zal wel, maar je houdt het niet voor mogelijk hoe het publiek bleef doorpraten over wat ze allemaal zagen. De trap naar de hemelpoort die bedekt werd door een enorme bananenschil waarover een van de Griekse goden was uitgegleden toen die op de thee ging bij een Romeinse god. Een vulkaan die dikke dampen spuwde met lavendelgeur om de wereld wat op te frissen, een geplagieerde klok uit een werk van Salvador Dali of het lelijke eendje dat als dragqueenzwaan deelnam met haar roze donutbandje aan de jongste Pride optocht op het water.’
‘Nou, dat was zo te horen wel een verjaardag om niet snel te vergeten.’
‘Zeg dat wel. Wat een belevenis. Oh ja, de man die ons eerder al aansprak, groette ons bij het heengaan. Terwijl hij nog eens naar het schilderij wees, deze keer naast het bewuste mandje zei hij: Allé, tot in de pruimentijd!’