Er stopt een oranje bus voor de deur. "Boek nu uw vlucht vooruit", staat er met grote letters op. Shit, nu al. Er stond toch duidelijk kwart over elf in het bericht. Als ik terugkom, dien ik een klacht in.
Een lange, slanke vrouw stapt uit en rent richting mijn voordeur. Haar blonde paardenstaart zwiept heen en weer. Voor ze op de bel kan duwen heb ik de deur al geopend.
'Diny Overveld?'
Ik knik.
'Esther Waring. Ik kom u ophalen voor uw vlucht.’
Ik knik.
‘Sorry dat ik zo laat ben, ik had geen rekening gehouden met wegwerkzaamheden. Bent u er klaar voor?
‘Natuurlijk niet. U zou er pas om kwart over elf zijn.'
'Kwart over elf? Hier? Nee, dat heeft u verkeerd begrepen. Dan moeten we bij het vluchtstation zijn.' Ze schudt heftig met haar hoofd en haalt een tablet uit haar schoudertas.
'Kijk, dit bent u. U heeft de shuttle naar 2027.’
Ik voel mijn verzet verslappen. Hoe kon ik me zo vergissen?
Esther draait zich om en gebaart naar de andere reizigers dat ze nog even moeten wachten. 'Vijf minuten, meer tijd kan ik u niet geven.'
Weer knik ik. Ze zal wel denken dat ik een steekje los heb. Al dat geknik.
'Ik moet mijn koffer nog inpakken. Het ligt allemaal klaar, maar het past niet in één koffer. Mag ik er geen twee meenemen?'
'Dat kan ik helaas niet toelaten. Hoe groot is uw koffer? Zal ik de maten even checken?'
'Kom maar mee,' zeg ik en loop voor haar uit richting de slaapkamer. Voordat ik de deur open, slik ik mijn schaamte even weg. Zou ze bij andere mensen ook zo’n ontploffing aantreffen?
‘Keuzestress?’ vraagt ze glimlachend.
‘Ach.’
Terwijl ik de koffer op mijn bed gooi, klapt zij een kartonnen mal uit.
'Iets te groot,’ zegt ze met een verwrongen gezicht.'
Niet nog kleiner!, denk ik.
'Ach, we kunnen nog wel een beetje duwen,' zegt ze met een knipoog.
'Maar u moet nu wel haast maken.'
Even heb ik kortsluiting. Op bed ligt een stapel kleren, van skimuts tot badpak.
'Ik heb geen idee hoe het klimaat over vijftig jaar is? Het kan letterlijk vriezen of dooien, he,' lach ik naar Esther. Ze geeft geen krimp. Dit wordt duidelijk mijn expeditie. Dan maar een greep dwars door de seizoenen. De trui met het testbeeld erop, ooit zelf gebreid. Mijn hotpants. Misschien past die me over vijftig jaar weer en word ik trendsetter. Een onderbroek, drie pakken inlegkruisjes. Esther fronst haar wenkbrauwen. Ik ga het haar niet uitleggen.
'Retour of enkel?' vraagt Esther.
‘Retour, maar ik overweeg tijdimmigratie.’
Nu knikt zij.
Fotoalbums liggen opgeslagen op de grond. Ik heb ze beroofd van mijn mooiste herinneringen en de buit in een metalen kistje gedaan. Die gaan zeker mee. Dat geldt ook voor mijn dagboeken en het houten kistje vol met briefjes die Jaap en ik overal in het huis voor elkaar achterlieten. Ik mis hem.
In mijn ooghoeken zie ik Esther op haar horloge kijken.
Ik gooi knikkers en een springtouw in de koffer. Haal het er weer uit. Er zijn geen kinderen om aan door te geven. Vervang het door een fles water. Gris een lading boom- en plantenzaadjes van het dressoir en prop die tussen de gaatjes. Knik tevreden en sla het deksel dicht.
‘Klaar?’
Ik zie rust in Esthers ogen. Een rust waar ik naar verlang.
‘Ja,’ antwoord ik terwijl ik de rits tot zijn eindpunt trek.
'Nou, dan kan uw vlucht beginnen,' zegt Esther.
Ik knik weer. Kan niet anders met die brok in mijn keel. De koffer hangt zwaar in mijn handen als ik voor Esther uit loop.
Zij mag de deur sluiten. Ik kijk niet meer om.