
‘Godverdomme! Domme kut! Geef me de code. NU!’
Hij torende hoog boven haar uit. Eén brok woedende energie, hij spuugde de woorden over haar uit. Zijn hand hing nog steeds in de lucht, al lag ze al even op de grond.
Ze kuchte en veegde met de rug van haar hand het bloed van haar mond.
Het was niet de reactie die hij wilde. ‘IK ZEI, GEEF ME DE CODE! NU!’
Hij boog over haar heen terwijl hij naar haar schreeuwde. Langzaam schudde ze haar hoofd, terwijl ze een antwoord probeerde te mompelde.
‘WAT ZEI JE? Praat goddomme eens wat harder!’ Hij stampte met zijn rechtervoet op de grond. Een geluk dat de grond zijn energie ditmaal mocht opvangen. Dat zou niet zo blijven, dat wist ze.
‘I-k… ik zei… ik weet het niet…’ Een snik ontsnapte, verdomme, dat had ze hem niet gegund. ‘Het is… een n-nieu-we pas. Ik… ik heb geen idee…’
‘Geen idee? GEEN IDEE? Wat ben je toch domme trut. IEDERE pas heeft DEZELFDE CODE. GEEF ME DE CODE!’ Zijn geduld was op, zijn rechtervoet vloog ditmaal naar haar maag. Een kreun ontsnapte uit haar keel en zijn voet vloog nogmaals naar haar maag, harder ditmaal.
‘Neeee!’ Tranen stroomde over haar wangen. Helemaal vanzelf, emotieloos, enkel van de pijn. Ze ademde zwaar en kroop van hem weg terwijl ze zich probeerde op te richten op haar ellenbogen. ‘A-lles is nieuw…’
‘ALLES NIEUW? GODVERDOMME! IK HEB NU GELD NODIG!’ Hij pakte de handtas die op de grond lag en ruw begon hij de hele inhoud eruit te gooien. Telefoon, sleutels, deodorant kletterde op de grond. De lege tas smeet hij richting haar hoofd. Ze beschermde haar hoofd met haar handen. Het had niet gehoeven. De drank had zijn richtingsgevoel beïnvloed. Hij kwam naast haar op de grond terecht.
Hij begon te schelden in zijn moedertaal terwijl hij met woedende stappen om haar heen stampte. Als hij overstapte naar zijn moedertaal was het meestal geen goed teken. Ze krulde zich op en zette zich schrap. Een plotselinge harde windvlaag maakte dat hij stilstond. Flitsen helder licht verlichtte de hemel kort. Ze keken beide naar boven. Toen ze naar hem opkeek, zag ze enkel een dansende rookpluim.
Ze zuchtte. Ze had zijn woede weer overleefd. Morgen zou ze haar zus om geld vragen. Morgen zou hij haar weer zijn liefde tonen. Zo ging het altijd, het kwam altijd goed. Ze greep een pakje sigaretten van de grond en haalde er een sigaret en aansteker uit. Terwijl ze moeizaam ging zitten, stak ze hem aan, sloot haar ogen en inhaleerde diep.
Wat een snelle bijdrage. Puntjes om nog op door te sleutelen zijn voor mij deze: -De laatste twee alinea's zijn het meest interessant. Daar voorafgaand is het vrij eentonig de aggressie van een man tegen een vrouw. Volgens mij valt er meer uit het verhaal te halen als je dat begin afzwakt (zet d...