
Het applaus houdt maar niet op. Hij buigt nog een keer, terwijl hij weet dat hij zo meteen gaat zeggen wat niemand in de zaal wil horen.
Hij wil het ook niet zeggen. Het lijkt hem beter iedereen in de waan te laten. Hij gelooft het zelf eigenlijk ook niet. Al die tijd was alles duidelijk. Zijn woede, al het werk dat hij heeft gedaan, met zijn hele hart en ziel. Dit was zijn nieuwe doel in het leven. De reden waarom hij hier was. Het is de reden waarom hij nu weer op dit podium staat voor een toespraak. Maar nu is alles voorbij.
Als hij kon, zou hij zijn kop in het zand steken. Gewoon doorgaan, zoals hij de afgelopen maanden heeft gedaan. Zijn verhaal vertellen, mensen inspireren, zodat ze tot actie overgaan. Maar dat kan niet meer. Het geheim is bekend bij iemand die zijn mond niet zal houden, zo duidelijk was hij daarnet wel. Het is beter als iedereen het van hemzelf hoort. Het is tenslotte niet zo dat hij iedereen bewust heeft voorgelogen. Hij wist het zelf ook maar een maand. Weten. Nou ja, het is nog altijd niet helemaal tot hem doorgedrongen. Iets horen en iets weten. Iets horen en iets echt weten, voelen en accepteren zijn echt heel verschillende dingen.
Hij buigt zijn hoofd, sluit zijn ogen en zucht. De laatste maanden vliegen aan zijn ogen voorbij. De pijn die hij al een tijdje voelde, het gesprek bij de dokter, de onderzoeken en de allesvernietigende uitslag. Iedereen gaat dood, dat weet hij ook wel, maar hoe anders is het als je doodvonnis wordt uitgesproken. Maximaal 1 jaar. Als hij geluk heeft en de behandeling voldoende aanslaat.
‘Bedankt voor jullie komst. Hartverwarmend, dank jullie. Dit geeft mij zoveel steun.’
Het applaus welt weer aan. Dit is zo moeilijk. Maar hij is begonnen met praten, de eerste woorden zijn eruit. De rest zal moeten volgen. Het kan niet anders.
‘De afgelopen maanden waren zo moeilijk. Het einde komt voor mij in zicht…’
Langzaam wordt de zaal stil. Heel stil. Ze weten dat hij niet meer zo fit is en iedereen wil horen wat hij te zeggen heeft. Hij is altijd een gepassioneerd spreker geweest.
‘Het…’ hij slikt.
‘Ik bedoel… ik moet mij terugtrekken.’
Gemompel klinkt door de zaal. Begripvolle blikken, verbaasde blikken dat hij zich nu al gaat terugtrekken. Bemoedigende blikken. Het maakt alles nog pijnlijker.
‘Ja, het is lichamelijk steeds zwaarder. Maar dat is het niet. Het is…’
Hij zucht, probeert de juiste woorden te vinden.
‘Ik ben ongeneeslijk ziek. Een levensverwachting van een jaar. En dan die vervuilers die naast je wonen. Die jarenlang straffeloos giftige chemicaliën in de omgeving storten. Ónze plek! Rond ónze woonhuizen! Waar ónze kinderen spelen!’
Hij voelt de woede weer opkomen. De zaal beweegt met hem mee. Hij hoort hoe verschillende mensen instemmend knikken en mompelen en hij hoort hoe een aantal van hen al de eerste verwensingen uitspreken. Hij moet ze in toom houden. Hij moet zichzelf in toom houden. Hij weet waarom iedereen hier is. Hij is hier nu voor wat anders.
Hij steekt zijn hand op en maant het publiek tot kalmte.
‘Ik ga binnenkort dood. Maar het zijn niet de geloosde chemicaliën van de fabriek die mij ziek hebben gemaakt.’ Hij haalt nog eenmaal diep adem. ‘Het lijkt erop dat het bij mij door het roken komt. De dokteren zijn er net achter.’
Hij voelt de verwarring van het publiek. Hij was tenslotte de afgelopen maanden het boegbeeld achter de acties voor een sluiting van de fabriek geweest.
‘Ik ga nog steeds dood. De dokteren hadden geen goed nieuws voor me. Het spijt me. Ik had dit jullie eerder moeten vertellen.’ Hij sluit zijn ogen en hoort de stilte in de zaal.
Dan hoort hij een luide stem. ‘Die fabriek is vergif! Hij moet dicht! Sluiten!’
‘SLUITEN! SLUITEN! SLUITEN!’ Het publiek begint te scanderen. Zijn bekentenis wordt genegeerd. Hij heeft zich opgewonden om niets. Voorzichtig richt hij zich op en recht zijn rug. ‘Sluiten!’ roept hij nu ook.
Zoekend gaat zijn triomfantelijke blik over de zaal, maar hij treft geen doel. Hij ziet enkel de dichtvallende deur, van iemand die zojuist heimelijk de zaal heeft verlaten.
Na het lezen van je inzending weet ik niet of je het ook zo bedoeld hebt, Judith. Tussen de lijntjes lees ik een aanklacht, niet deze die duidelijk uitgesproken wordt tegen de vervuilende fabriek, maar tegen het feit dat de bejubelde aanvoerder van de protestacties door zijn eigen schuld vervroegd a...