De droom
Ik open mijn ogen. Kil blauw licht. Het bed waarin ik lig wordt door de lange gang geduwd. De geur van ether. 'Blijft u maar liggen,' zegt een vrouwenstem achter mij. Op mijn buik staat een glazen potje met daarin een vlezig gezwel. 'Hou het potje maar even vast, we gaan door de bocht nu.' Het bed zwenkt, ik breng het potje dichter bij mijn ogen. 13-10-2027 staat er. Ik ril. Dat moet een typfout zijn.
Twee studenten in witte jas openen de stalen deuren. Mijn bed wordt een zaal ingereden. De verpleegkundige trapt op de remmen van de wielen. Het bed schudt. Boven mij hangen twee fel schijnende lampen. Ik herken deze zaal, de monumentale vierkante kamer met aan weerszijden grote ramen. Rechts een tribune, die nu leeg is. Het is de snijzaal. Op het zwarte krijtbord aan de muur staat iets met kleine letters, ik kan het niet lezen vanuit het bed, maar ik herken mijn naam.
Ik sta op en wankel naar het bord. Ja, mijn naam, weer die datum. En daaronder iets in latijn: evisceratio corporis (gyne). Ik knijp mijn ogen tot spleetjes. 'Komt u mee terug in bed?' De verpleegkundige klinkt dwingend. Ze pakt mijn arm en duwt mij terug in het bed. 'Nee!' Met een ruk schiet ik overeind.
Ik word wakker.
'Jan, ik had echt een vreselijke nachtmerrie.' Ik schud aan de schouder van mijn slapende vriend. 'Ik slaap nog.' Hij draait zich om en trekt de deken over zijn hoofd.
Ik loop in het donker de trap af naar beneden en pak uit de werkkamer het boek met medische termen. Evisceratio corporis.... uitname van alle organen. -Nee.- Ik lees de woorden nog een keer. De rillingen trekken langs mijn rug.
'Jan!'
3 jaar later
We zullen een curretage moeten uitvoeren.' Ik knik, de tranen zijn al opgedroogd, maar er prikken alweer nieuwe.
Ik word wakker temidden van vrouwen die net hun kindje gebaard hebben. Feestelijke vlaggetjes versieren de kamer. Ik heb geen besef meer van tijd, het voelt of ik hier al dagen lig. De gynaecoloog trekt het gordijn rond het bed dicht. Hij heeft een glazen potje in zijn handen. 'Een gezwel.' Ik staar naar het potje. 'We brengen u meteen naar de OK. We zullen meer moeten wegnemen van de achtergebleven cellen.' De verpleegkundige trekt de rem van de wielen en duwt mijn bed de gang in.
'Hier, hou maar vast.' Ze zet het glazen potje op mijn buik.
Jan komt aangerend en loopt mee naast het rijdende bed. We rijden door een lange gang met blauw licht, een bocht en aan het einde twee grote stalen deuren die al open staan.
Welke dag is het vandaag? vraag ik aan Jan. 'Woensdag.' antwoordt hij. 'Ja, en de datum?
'13 oktober 2027.' Hij blijft staan. Dan slaat met een abrupt gebaar zijn hand voor zijn mond. 'Stop!'
De deuren sluiten langzaam hermetisch.
Het bed rijdt door naar het midden van de vierkante kamer. De tribune is gevuld.