Vreemd
Door de smalle spleet in het voorluik staart ze naar de donkere hemel. Veel sterren, een wassende maan. Ze tuurt met ingehouden adem de hemel af, het zal toch niet?
Hier in de haven ben ik veilig, ze herhaalt de zin als mantra. Ik ben veilig, ik ben veilig.
Haar ogen zakken langzaam dicht. Ineens een doffe dreun, de boot beweegt. Met een gil schiet ze overeind. Haar mond wijd open , het gillen gaat over in een hees gepiep. Ze verstijft. Bewegingsloos staart ze naar het trapje van de kuip. Alleen nog zintuigen. De boot schommelt onrustig heen en weer. Hij helt naar links. Ze voelt haar rug tegen de wand drukken. Dan hoort ze voetstappen.
Er loopt iemand over het dek . Ze houdt haar adem in . Langzaam kruipt ze naar de spleet van het voorluik. Ze herkent het silhouet van de schipper van het schip naast haar. Ze ademt lang uit. 'Veilig, veilig, ik ben veilig.' Ze duwt het luik verder open. De schipper kijkt om, 'hé buuf, ik heb je toch niet wakker gemaakt?'
'Hoi Johannes, ben jij het. Ja, kan gebeuren. Ik sliep ook licht.' Johannes glimlacht. 'Je moet niet alles geloven wat er rondgaat, mensen kletsen zoveel.'
'Het blijft een raadsel toch? Niemand kan het verklaren.' De man knikt. 'ja het is een vreemde zaak.'
'Als je bang bent dan roep je me maar.' Johannes zet zijn voet op zijn schip en hijst zich omhoog. 'En ze komen echt niet door je voorluik om je op te halen. Ze bestaan niet eens.'
Hij kijkt omhoog naar de donkere sterrenhemel. 'Nee joh, allemaal onzin.'
Ze volgt zijn silhouet en ziet hoe hij in zijn kajuit verdwijnt. Ze ademt de koele lucht in. Haar longen tintelen. Net als ze het luik naar beneden trekt ziet ze dat Johannes weer naar buiten komt. Hij klimt op de voorplecht. Ineens ziet ze hoe hij een verrekijker voor zijn ogen houdt. Hij tuurt de hemel af.
Ze trekt het voorluik met een klap dicht en schuift de grendel ervoor.
Het duurt lang voordat ze eindelijk in slaap valt.