
Het liep storm.
Hij zou spreken namens De Partij.
Hij.
De posters hingen overal in de stad.
Bushokjes, de muren van afbraakpanden en uiteraard ook de voor de verkiezingen geplaatste borden werden erdoor bedekt; afbeeldingen van het voormalige icoon John Wayne. Met daaronder de tekst 'Wayne, not woke!' en daar weer onder 'Uw leider spreekt!' gevolgd door de plaats, datum en het tijdstip.
Het sloeg duidelijk aan.
Buiten de schouwburg hingen grote TV-schermen op de parkeerplaats.
Voor hen die zich te laat in de rij hadden gevoegd om zijn woorden te kunnen horen in de warmte van de zaal
Buiten was er glühwein.
Gratis.
Binnen Champagne.
Van een bedenkelijke kwaliteit, tegen een absurd hoge prijs.
Evenzogoed zat ik daar met een plastic flute.
Uit nieuwsgierigheid.
Ik veinsde gedeeld enthousiasme naar de mensen die links, rechts, voor en achter me zaten.
Net als hen, en de rest van de zaal, ging ik staan toen de klanken van Wagners Walküre aanzwollen en de zaallichten doofden.
Net als hen juichte ik, klapte zo hard als ik kon, bleef klappen, bleef juichen toen hij het podium betrad.
Hij lied de storm over zich heen komen.
Glimlachend, in een pose van bescheidenheid en dankbare nederige erkenning.
Hij liet zijn blik over het publiek dwalen, nam zijn tijd, stak af en toe groetend zijn hand op. Alsof hij iemand herkende in het verblindende licht van de schijnwerpers.
Maar ook hij werd verblind.
Hij hief zijn armen, bracht ze langzaam naar beneden.
Hij maande tot rust.
Het werd overweldigend stil.
Even was er die glimlach te zien.
Heel even, maar hij herpakte zich snel.
'Broeders, zusters, landgenoten.'
Weer gejuich, geklap en mensen die omhoog veerden.
Weer die beweging van zijn armen.
Weer die stilte.
'Broeders, zusters, landgenoten.
We zijn in een tijd aanbeland van totale waanzin.
Een tijdgeest waarin onze driekleur moet wijken voor de regenboogvlag.'
Hij was het publiek nu voor.
Gebood tot stilte voor er werd gereageerd.
'Die regenboogvlag, en dat weet u, die nooit heeft gewapperd op de schepen van De Ruyter en Tromp. De regenboogvlag die niet wordt gehesen bij de jaarlijkse herdenking op De Grebbenberg.'
Hij trad terug, terwijl de klanken van de 'Last Post' uit de speakers schalden.
Daarna stapte hij weer naar voor.
'Mannen vochten ooit aan het front. Door de eeuwen heen. Moeders voedden hen op tot strijders. Echtgenotes namen vol overtuiging en dankbaar afscheid. Dochters gaven bloemen mee. Zonen hoopten ooit de leeftijd te bereiken waarop ze een gelijkwaardig offer zouden mogen brengen.'
Hij wist dat hij nu een stilte kon laten vallen die niet verstoord zou worden.
'En nu?'
Hij draaide zich om.
Een groot scherm lichtte op en vertoonde een schilderij.
Hij richtte zich weer tot ons.
'Dit...kunstwerk... heeft dit jaar de Prix de Rome gewonnen.
Ziet u de regenboog? Centraal.
Die niet te ontkennen verwijzing naar de LHBTIQA+ gemeenschap? Hoeveel letters moeten daar nog bijkomen?
Hoeveel genderneutrale toiletten hebben we nog nodig?
Denkt u niet ook aan de veelkleurige zebrapaden waarover we in iedere stad worden gedwongen te lopen?
Hij raasde door.
'Herkent ú een getemde haai?
Een Zebra op een surfplank?
Een kabouter op een slak?
Heeft u ooit een giraf een sigaar zien roken?
En zo kan ik doorgaan. Ik mag hopen u ook.
En toch broeders, zusters, landgenoten: die prijs.'
Hij schudde walgend zijn hoofd.
'Door wie gewonnen? Een z-o-g-e-n-a-a-m-d-e Nederlander.'
U ziet hem rechtsonder.
Lurkend aan de thee.
Met een duikmasker op. Het lafste zelfportret dat ik ooit heb gezien.
In dat elegante kostuum, waarin hij altijd zijn ware achtergrond probeert te verloochenen.
En wij, nou ja, de woke gemeenschap in Nederland, Europa, het Westen. We vinden dit allemaal normaal. Rembrandt en Vermeer? Ze worden uitgegumd.
Onze cultuur wordt weggepoetst.
Nederland, Europa, het Westen? We worden weg geschilderd!
En daarom...mensen.
Lieve verstandige mensen, zeg ik: 'Wayne, not woke!'
Hij aanvaardde het overweldigende applaus als een dankbare profeet, een ziener, die voorzag dat de weg naar de schandpaal de zijne zou zijn. Hij genoot nu al van de slachtofferrol en de winst die hem dat zou opleveren.
De schijnwerpers doofden.
De zaallichten gingen weer aan.
'Fantastisch hoe hij het weet te benoemen.'
De man naast me greep me bij de schouder. 'Wat een moment. Zo blij erbij geweest te zijn. Jij niet?'
Ik knikte.
Terwijl hij opstond wees hij naar de vloer voor me. 'Gaat het wel goed met je?' Het klonk warm en oprecht.
'Jawel, jawel. Ik heb iets verkeerds gegeten, denk ik.'
'Kebab zo te zien.' Hij sloeg me op de schouder. 'Terug naar boerenkool jongen.'
Om te beginnen bij het begin: mooie afbeelding, lekker absurd. Net als bij Gi dacht ik even aan een echt bestaand kunstwerk 😊 En knap dat je daar dan iets van weet te maken, en ook niet zomaar iets abdurd onzinnigs. Ik las het met groeiend afgrijzen, je treft het precies goed. Ik was blij en opgel...
Dag Edwin, Dank voor je reactie. De afbeelding? Daar sta ik uiteraard buiten. Ik heb strikt de opdracht van Ancenita gevolgd en daar kwam dit plaatje uit. En, eerlijk is eerlijk, ik ben ook niet woke. Maar iedereen mag zijn wie hij, zij of het, wil zijn. Wat mij betreft. Als ik dan ook maar mezelf ...