
“Ik zal u eens een verhaal vertellen. Het begint bij uw naam. De reden waarom uw witte familie in Californië met alles is weggekomen. De reden waarom ik met u mag gaan afrekenen.
De naam is niet altijd Young geweest. Uw familie is hier naar toegekomen toen ze nog De Jong werden genoemd. Een Nederlandse naam.
Ze kwamen uit Nederland. Young in het Engels of Jong op z’n Nederlands. De uitspraak is bijna hetzelfde, het betekent ook hetzelfde. Alleen de schrijfwijze maakt het een wereld van verschil.
De eerste De Jong die hier voet aan wal heeft gezet, Johannes, was kapitein van een slavenschip. Hij handelde in slaven en zal daar een leuk bedrag aan hebben overgehouden. Hij kwam hier niet in zijn eentje wonen. Met zijn vrouw kocht hij een katoenplantage in Louisiana. Uiteindelijk kreeg hij daar vijf zonen, had hij er veertig opzichters en tweehonderd slaven.
U bent hersenchirurg in hetzelfde ziekenhuis waar ik niet mocht worden gered. In elkaar geslagen bij de rellen van 1968. Voor zwarten was er die nacht geen plaats, zeiden ze hardop.
U bent een echte softie. Een liberaal, democraat natuurlijk. U bent homo, woont samen met een vriend die croupier is.
Grappig. Het heeft u in het leven nog nooit ergens aan ontbroken.
U denkt misschien dat u nog weinig met die familie te maken heeft. Maar dat valt wel mee. U ziet dat ik er destijds veel onderzoek naar heb gedaan. Mijn huidskleur is daar debet aan.
Uw voorvader William is min of meer uit de familie verstoten.
Hij verliet de plantage in Louisiana om goud te zoeken in Californië. William paste niet zo goed in het milieu van zijn eigen harde, protestantse familie. Het verhaal gaat dat hij elke nacht een jonge slaaf in zijn slaapkamer hield.
Uit veiligheidsoverwegingen werd gezegd.
Maar iedereen weet waarom hij hem mee naar bed nam.
Alle slaven wisten het ook, mijn voorouders kenden de details. Misschien was hij als u. De appel valt niet ver van de boom.
De burgeroorlog begon in 1861. William vertrok met tien slaven. De goldrush achterna.
Er werd veel goud gevonden. De slaven kregen voedsel en onderdak. William kreeg het goud. Hij moest na de burgeroorlog de slaven laten gaan maar was een rijk man. Tegen de slaven zei hij dat ze de vrijheid verdiend hadden door voor hem te werken.
En dat was dan hun aandeel in de handel.
Mijn opa was één van die tien slaven.
De echte reden heb ik niet kunnen achterhalen, vermoedelijk de angst ingehaald te worden door het verleden. Maar William veranderde kort daarna zijn naam in Young en leek verdwenen van het toneel. Geen slaaf meer in zijn bed. Hij trouwde alsnog, kreeg dik na zijn veertigste twee zonen. Dat is uw geluk geweest, anders zat u hier niet. Maar schuld vergaat niet. Ze verandert alleen van eigenaar.
Meneer, ik heb de eer gekregen om uw einde te mogen aankondigen. 21 april 2028. U hoeft niets te onthouden. Wij weten de weg”