
Nubruska knijpt zijn ogen samen tot smalle spleten. De zachtblauwe gloed in de pupillen van de Nephilim verraadt zijn groeiende wantrouwen.
“Je zegt dat je iets zag dat niet thuishoort in ons luchtruim. Het is niet gesignaleerd in het engelen detectiecentrum. Waarom zou een halve demon als jij het dan wel gezien kunnen hebben?”
De rode gloed in de ogen van de Cambion licht fel op tegen de schemering. Zijn zwarte vleugels ontplooien zich als een schaduw en torenen boven hen uit.
“Het bewoog te snel voor mensachtigen. Misschien was door de snelheid de frequentie alleen geschikt voor demonen.”
“Je bent zelf maar een halve demon,” herinnert de Nephilim hem er aan. “Zou jij het dan net toevallig opgevangen kunnen hebben? Er zijn geen volbloeden die het ook hebben gezien.”
“Het zou ook zomaar kunnen dat ze er door de censuur over liegen.”
Samen staren de twee halfbloeden over de groene horizon. Een drietal manen staan recht boven in het Zenit.
“Misschien was het een glimp van de parallelle wereld”, fluistert Dayton. “Drie manen maken de hemel dun.”
“Ja en draken kunnen regen maken!” Nubruska schudt zijn hoofd. “Er is geen opening naar het portaal gemaakt. Bovendien klopt de blauwe kleur niet die je zegt te hebben gezien. De parallelle wereld is donkergeel. Oranje bijna.”
Hij draait zich naar Dayton om.
“Heb je de tokens bij je?”
Dayton schudt zijn hoofd.
“Er was de hele dag bewaking. Ik kon er niet bij komen.”
“Je had het beloofd. Ik heb het nodig.”
“Misschien morgen. Dan is er onderhoud aan het koelsysteem van de hangar. De tokens liggen even vrij voor het grijpen als er van beveiligers wordt gewisseld.”
Nubruska laat een dierlijk gegrom horen.
“Je vertrouwt me niet omdat mijn vader uit de onderwereld kwam.”
“Nee, maar je denkt wel nog steeds als een demon, dat is je probleem. Ik moet de prinsen van Milo betalen. Als ik veel langer moet wachten komen ze de tokens wel bij je thuis halen.”
De jonge Cambion schudt zijn hoofd.
“Er is bij mij niets te vinden. Ik heb geen bezit. Engelen hebben al eerder mijn faun afgenomen. Nu heb ik niks meer.”
“Faun? Welke faun? Je had toch een binding met een bos-faun uit de Lage Velden? Wie neemt je die af voor een paar tokens? Of was het een straf? Heb je hem geruild?”
“Ze zeiden dat ik illegaal naar Zone C ben gegaan.”
Er valt even een korte stilte.
“Morgen”, zegt Nubruska, “staan we hier om dezelfde tijd en dan heb jij de tokens bij je.”
Een prachtig stukje fantasy, waar je veel introducties doet.... Het lijkt me een leuke oefening dit tot een veel verder verhaal te brengen. Ik las dat je er plezier in had, op zich doet dit fragment (verhaal) iets te weinig voor mij om echt een verhaal te zijn, maar het opent deuren! 🧡 GG · Graag gelezen