Ik drukte op de knop om het raam aan de bijrijderskant omlaag te laten gaan.
'Stap in,' zei ik.
Hij opende het portier, liet zich in de stoel vallen. Ik beet even op mijn bovenlip bij de knal die volgde op de overdreven harde manier waarmee hij het portier dichttrok.
Tot tien tellen, Angus. Tot tien tellen. Bij zes zette ik de richtingaanwijzer aan, keek in de spiegels en trok beheerst op.
'Gordel om,' zei ik zonder hem aan te kijken.
'Doe jij het raampje dan dicht?'
Zijn vingers trommelden een staccatoritme op het dashboard.
'Gordel om! We zijn hier niet aan 't onderhandelen. Ik wil niet dat we langs de kant gezet worden. Duidelijk?'
Hij murmelde iets.
Er klonk een klik en het geping van het waarschuwingssysteem verstomde.
Vijf minuten later, bij het opgaan van de snelweg, liet ik het raampje omhoogkomen.
'Dank je. Ik voel me niet helemaal lekker. Beetje verkouden, maar dan weer net niet.'
'Maar toch wel fit genoeg hoop ik?'
Ik keek hem kort aan. Hij leek wat te zijn afgevallen.
'Je gaat je bijnaam nog verliezen.'
Hij hapte. 'Mijn bijnaam?'
'De Dikke.'
Daar moest ie even op kauwen.
De minuten die volgden waren aangenaam stil.
'Die andere dikke; Rico. Op vakantie?'
'Ja. Rico is trouwens gezet,' beet ik hem toe.
'Waar?'
'Spanje.'
'Alweer? Is al de derde keer dit jaar volgens mij.'
'Nou en?'
'Je zou haast denken?'
'Wat?'
'Dat ie eruit wil stappen, een plekje zoekt.'
'Hij heeft een mokkeltje daar,' loog ik.
'Leuk voor 'm. Maar toch. Ik weet niet.'
'Ja, hier is 't.' Hij wees naar het koperen naambord dat naast de deur van het grachtenpand prijkte. 'Gabriëla. Medium.' las hij hardop.
Ik telde weer tot tien, voor ik tweehonderd meter verderop parkeerde.
'Wat moeten we daar...?' Zijn vraag werd onderbroken door een hoestbui.
'Ook onze opdrachtgever heeft een mokkel. Carla of iets. Het zogenaamde medium heeft haar verteld dat ze afscheid moet nemen van hem omdat ze anders samen met hem binnenkort zal sterven.'
'Die onzin, die ze ook op SBS 6 verkoopt?'
'Ja.'
'Maar heeft ie dan niet genoeg geld voor een lekkere hoer?' Hij schoot in de lach, die overging in weer een hoestbui.
Ik telde tien stappen tot de deur en belde aan.
'Dus ziet u,' sloot ik af, 'onze cliënt zou het waarderen als u contact opneemt met de dame in kwestie en haar meedeelt dat u zich heeft vergist.'
'Dit voelt als een bedreiging.' Ze keek me desondanks aan met een glimlach.
'Zo moet u dat niet zien. Mijn cliënt wil uw businessmodel niet schaden en wenst u oprecht alle voorspoed. Hij vraagt u alleen uw mening nog eens goed te heroverwegen.'
Daarna liet ik haar nog een keer de envelop met inhoud zien. Een riante inhoud.
'De keuze of dit gesprek moet worden opgevat als een bedreiging, is aan u.'
'U hebt drie weken,' klonk het naast me. Hij sloeg zijn jasje open om de gevulde holster te tonen.
Ik telde weer.
Ze verstarde. Leek even in trance te raken. Haar blik bleef boven zijn hoofd hangen. Lang.
Daarna keek ze hem meewarig aan. Bijna troostend.
'Tot over drie weken,' zei ze tegen mij en mij alleen.
'U bent alleen,' zei ze toen ze de envelop aannam.
Ik knikte.
'U heeft het aanbod geaccepteerd.'
'En hij is niet meer.' Ze glimlachte. Uitdagend.
'Nee.'
'Het werd zwart, weet u? Roken, drinken, drugs zijn natuurlijk niet best. Maar een slecht ...' Ze glimlachte weer. 'Maar wat maakt het uit? U denkt dat ik een charlatan ben.'
Ze had mooie ogen.
'Ik twijfel,' zei ik.
'Dat kan ik niet wegnemen. Maar uw cliënt en Carla?'
'Wanneer?' vroeg ik.
Ze lachte. Wrang.
'Als ik dat zou weten, zou ik de wereld kunnen veranderen. Ik zie het lot, niet de datum van de trekking.'
Ik haalde mijn schouders op.
'Hij hoestte.'
'Uw cliënt ook? En Carla?'
'Je twijfelt al lang. Veel te lang. Ik zie...' Ze maakte de zin niet af. 'Je mag altijd een keer terugkomen.'
Ik haalde mijn schouders weer op.
Met de deurklink in mijn hand, draaide ik me nog een keer om.
Die ogen.