
Een grijze sluier hangt over de wereld. Het is te vroeg voor vakantiegangers om al op te zijn. De hotelkamer is leeg. Waar is Myrthe? Ik loop richting de deur in een min of meer rechte lijn. Flitsen van gisteren. Gelach. Drank. Myrthe. Ze was boos. Heel boos. Schreeuwde dat ik niet zoveel moet drinken.
Wat denkt ze wel niet, ik ben verdomme mijn eigen baas. Als ik wil drinken, doe ik dat. Daar heeft zij niets over te zeggen.
Het restaurant is leeg. Ze zit op het terras. ‘s Avonds is het kleurrijk. Deze fletse ochtend werkt ontnuchterend. Ze is aan het telefoneren. Haar stem is dramatisch, bijna alsof ze huilt. ‘Wat moet ik nou,’ zegt ze.
Ik ga zitten. Ze doet alsof ze me niet ziet. Stom wijf. Ze blijft maar doorkletsen, terwijl ik sorry wil zeggen. En geen ober te bekennen hier. Ik wil eigenlijk een spaatje bestellen tegen de misselijkheid.
Ik word hoe langer hoe bozer. Daar zit ik dan. Als een of andere onbenul. Volkomen doodgezwegen. Ze keurt me geen blik waardig. Ik kom later wel terug.
Nog geen tien stappen heb ik gedaan, of ik hoor haar roepen. Ik moet even lachen, maar zet een berouwvol gezicht op voor ik me omdraai.
Ik ga zitten. Ze ziet er wel erg overstuur uit met haar omgekeerde glimlach. Ik kan me eigenlijk niet meer herinneren wat ik gisteren gedaan heb. Wat héb ik eigenlijk gedaan?
‘Zeg Myr,’ begin ik en dan staat er een ober naast ons.
‘Wilt u iets te drinken?’
‘Spa graag. Zonder prik.’
Ze kijkt de kaart door, alsof ze niet altijd hetzelfde bestelt. ‘Een groene ijsthee graag.’
‘Natuurlijk.’
En weg is hij.
Er hangt een dikke stilte tussen ons in. Ze heeft haar hoofd gebogen, met een hand tegen het voorhoofd.
‘Wilt u weten wat de toekomst in petto heeft?’
Ik kijk om, het is een lelijke oude vrouw.
‘Nee, dank u,’ mompelt ze.
Ik schud mijn hoofd en maan haar verder te gaan.
‘Iedereen wil weten wat de kaarten te vertellen hebben.’
Als er niemand reageert, zegt ze: ‘Ik kan u vertellen hoe lang u nog heeft. Iedereen wil weten wanneer hij of zij overlijdt.’
‘Oh nee, alsjeblieft niet,’ roept Myrthe.
‘Doe maar.’
‘Ik zal de toekomst van uw man voorspellen.’
‘Ja, doe maar. Ik wil wel weten hoe lang ik nog heb,’ zeg ik grijnzend.
Myrthe zucht. Ze antwoordt niet, maar begraaft haar hoofd tussen haar handen.
‘Ik doe het voor u gratis, goed?’
De oude vrouw legt de kaarten neer en mompelt er wat bij.
‘Twee augustus,’ zegt ze tot haar eigen verbazing. ‘Tussen 23 en 24 uur. Gisterenavond.’
Ik lach. ‘Wat een onzin.’
Myrthe kijkt haar met grote ogen aan. ‘Hoe weet je dat?’
Ik staar Myrthe aan met grote ogen. ‘Wat zeg je nou?’
En dan zie ik het voor. De kade. Dronken. Pissen. Het donkere water, dat steeds dichterbij komt.
Ik spring op en vloek. Zo luid ik kan. Niemand reageert.
Ja, het werkt, goed gedaan! Schrijftechnisch zou ik aanraden iets meer variatie in korte en lange zinnen te bouwen, maar dat is louter voor het ritme. 🔥 ZGG · Zeer graag gelezen