Jolanda, zucht en steunt. Ze zit aan haar computer, staart naar een leeg vel.
‘Wat is er schat? Lukt het niet?’
‘Oh, zoiets zots. Morgen moet ik les geven aan klas 4 Havo. de pubers dus. Niet mijn eigen les, maar ik moet de les geven die, normaal gesproken, Piet geeft. Piet is zo saai. Hij geeft geschiedenis.’
‘Dan doe je toch iets met kunst. Kunstgeschiedenis is ook geschiedenis. Niet zo moeilijk doen.’
Iets moderns, bedenkt Joke dan. Kinderen van zestien zijn niet echt geinteresseerd in Rembrandt, Jan Steen, misschien in van Gogh, maar dat komt door zijn oor. Misschien kan ik ze verbazen met iets fantastisch, iets onlogisch. Ze besluit AI aan het werk te zetten en er komen twee schilderingen te voorschijn
De volgende dag:
‘Goedemorgen allemaal, jullie verwachten meester Piet maar vandaag ben ik meester Piet.’ Gegrinnik.
‘We gaan geschiedenis doen, maar … geschiedenis van de kunst.’
Er komen twee foto’s op het bord.
Stilte.
De kinderen staren naar het bord.
‘Gaaf,’ wordt er dan geroepen. ‘Gaaf, dat is een droomlandschap. Die eieren heb ik eerder gezien.’‘Ja en dat horloge, ‘ roept Daan.
‘Die vissen, die tekent mijn moeder ook wel eens. Met olieverf en ook met acryl.'
Blijkbaar vinden alle kinderen de beelden gewoon. Normaal. Wel interessant. Maar al vaker gezien.
‘Mijn oma heeft zo’n koektrommel. Eentje meegenomen, gekocht bedoel ik, uit het museum.’
‘Mijn tante ook.’
‘Op TikTok zie je ze ook, dan bewegen ze.’
'Ja, en er is ook een appje, dat kun je downloaden en dan kun je ze zelf laten bewegen, gaaf joh.’
‘Mijn zus heeft kunstgeschiedenisboeken, Dali, Magritte, Ceci n’est pas une pipe, dat staat dan onder een tekening van een pijp. “Dit is geen pijp” Wordt ook al gebruikt in reclamedingen. Bij de peren bij de groenteboer. “dit zijn geen appels” , Bij die nieuwe boekuitleen, op de hoek bij AH, “dit is geen winkel” Allemaal reclamena-apers.’
Iedereen roept door elkaar.
‘Het is plagiaat, zegt mijn vader. Het is plagiaat, die hele AI hangt van plagiaat aan elkaar.’ Elsje zwijgt blozend. ‘Dat zegt mijn vader,’ fluistert ze dan nog.
‘Waarom zegt u dan kunstgeschiedenis?’ vraagt Jos. ‘Dit is toch geen geschiedenis? Of … bedoelt u … Oh nou snap ik het,’ Jos gaat staan. ‘Het is geen kunstgeschiedenis, maar een geschiedenis van de kunst, de zogenaamde kunst. De namaak industrie. De Copy-Paste modus, de kopieertechniek. Het plak- en knipwerk, oh nee klip- en plak.’ Hij grijnst.
Een pientere jongen.
‘Het is zogenaamde vooruitgang. We hoeven zelf niets bij uit te zoeken, Alles is al gedaan. We hoeven ons niet meer uit te sloven, na te denken, te verzinnen, te verbazen, want er is niets nieuws, herhaling op herhaling, net als op de teevee.’
‘We hebben computers te slim gemaakt,’ roept Anja. ‘Zo slim dat we onszelf overbodig maakten. We doen niets anders meer dan op een schermpje staren en af en toe klikken, scrollen en zo.’
‘Ja,’ doet Carel ook een duit in het zakje. ‘Robots nemen de wereld over. Alles verandert in Nep, Fake, Plagiaat.’