
Zolang je in de schaduw van de hoge huizen in de nauwe straatjes kuiert blijft het koel. In de zonovergoten Zuiderse regio’s biedt de kenmerkende bouwstijl van de oude huizen in massieve natuurstenen ook binnen de ideale verkoeling. Wie zich op dit uur buiten het dorp waagt zonder bescherming stelt zich bloot aan hitteslagen en andere ongemakken.
Vanuit het kleine raampje in de dikke muur van mijn logeerkamer zie ik hoe de lucht zindert boven de smalle asfaltweg die naar dit plaatsje leidt. Enkel de koudbloedige hagedis neemt zijn zonnebad op het terras. Als de zon het hoogst staat, respecteert hier elke inwoner de siësta. Ik kan en wil niet anders dan me letterlijk neer te leggen bij deze eeuwenoude traditie.
Enkel de ijsblokjes in mijn drankje durven met hun gerinkel de stilte verstoren.
Terwijl ik wegdoezel, lijkt iets mijn aandacht te vangen, als het gezoem van een bromvlieg ergens in de kamer of het tergend druppen van een lekkend waterkraantje. Ik vind tot de dag van vandaag dat de uitvinder van de hor een Nobelprijs verdiende en miserie met waterschade viel mij meermaals ten deel. Maar dit geluid is niet onaangenaam, wel integendeel, het doet me zacht sluimeren. Ik dommel niet in en door mijn lichtgesloten ogen zie ik in mijn hoofd de contouren van het kleine open raampje. Dan besef ik dat er klanken van buiten komen.
Nu open ik de ogen, spits mijn oren en herken de tonen die uit de verte naar binnen glijden. Dit is onmiskenbaar muziek. Iemand heeft zijn middagrust ingeruild voor het beroeren van zijn instrument en speelt de eerste cellosuite van Bach. Wie is die onbekende die met haar of zijn goddelijke handen mijn ziel en wezen raakt…?
Ik reken mezelf al lang niet meer tot een aanhanger van welke religie ooit, maar geloof eens te meer dat hier in Frankrijk ergens een God leeft…