Boven hen verduisterd een hoofd de cirkel van licht in het dak.
" De post jongens." De vier mannen steken hun hand naar de smoezelige papieren. John zit het verst weg, bekneld onderin, de handen losjes op de hendels. Leo reikt hem een enkele brief aan. Als hij zijn hand omhoog brengt voelt hij de natte plek onder zijn oksel. Er klinkt wat gemompel als het hoofd weer verdwijnt en Richard gaat nog even staan om een hap frisse lucht te nemen. John weet precies wat hij ziet als hij zijn hoofd uit dat luik zou steken. Ze staan al tien dagen op dezelfde plek in de linie. Eén armzalige boom geeft een flinter schaduw als de zon op z'n hoogste punt staat.
Hij probeert in het schemerdonker het handschrift te ontcijferen, maar dat lukt niet. De iets naar achter hellende letters lijken te zeggen dat het een linkshandige is, dat kan alleen zijn zus zijn. Maar de inkt is vreemd vlekkerig en dik. Een gedachte flitst door zijn hoofd, die wordt onderbroken door een vloek. Richard heeft zijn hand op het pantser gelegd en merkt dat de zon zijn werk al heeft gedaan.
Een druppel zweet baant zich een weg langs zijn slaap en verdwijnt over zijn schouder. Zijn hemd kan het zweet al niet meer absorberen en kleeft als een natte doek aan zijn rug. Om hem heen klinkt geritsel, scheurend papier. Woorden trillen als hete lucht boven de horizon en blijven hangen. Iedereen leest wat er op duizenden mijlen afstand is gebeurd.
Ook John scheurt de brief open en begint te lezen. 19 juli 1944 staat er boven de brief. Opvallend snel hoe de brief hier is gekomen, denkt John. Het spijt ons te moeten meededelen. Verder komt John niet. Zoute druppels vallen tussen de woorden, de inkt loopt uit.
Verderop in de tank klinkt gejuich.
"Mijn moeder heeft me koekjes gestuurd!"
Het verhaal is duidelijk nog in aanbouw, maar als je het verder afwerkt kan je in de eerste zin verduisterd met een 't' schrijven.