‘Begrijp jij dat nu, Willem? Dat ze dát uitgekozen heeft?’ Jacqueline legde een sleutelhanger op tafel. Het leek hem een relatiegeschenk, niet echt iets voor een kind. Een lapje leer was het, door een ring getrokken met daarop de naam van de tandartspraktijk.
Het glas dat naast hem op tafel stond werd van tafel gegrist. Ze klokte het water in één keer naar binnen. Het lege glas hield ze tegen haar voorhoofd.
‘En Manon maar graven in die troostla. Nou ja, zij krijgt in elk geval nog iets om een beetje bij te komen van alles.’ Ze liet het glas via haar wangen naar haar nek glijden, rolde ermee over haar armen.
Willem was niet meegegaan naar de tandarts. Alleen felle pijn kon hem in een tandartsstoel dwingen en dat was gelukkig al lang niet meer voorgekomen. ‘Ze had drie gaatjes Willem, drie stuks! Gelukkig zijn het haar melktanden.’
‘Waar is Manon?’ Hij schoof wat rechtop in zijn stoel.
‘Bij Lilly. Als ze haar maar goed insmeren, dat ben ik met al die toestanden vergeten.’
‘Was het dan zo erg?’
‘Je weet hoe dat gaat. Die nasale stem van die man. Vanachter dat mondmasker worden er dan van die nummers gemompeld. Nou dan weet je, het is mis. En wie wordt er op aangekeken?’
Het duurde niet lang of Tineke’s eigen tandartservaringen waren haar verhaal binnengeslopen. Na elk tandartsbezoek kwam dit onverwerkte trauma opnieuw naar boven. Het verhaal moest tot in de kleinste details verteld worden. Willem kende elke afslag, elke wending, zoals bij de route naar zijn werk. Haast onmerkbaar schoof hij weer wat dieper in zijn stoel. Hij liet zijn voeten op de kleine tafel voor hem steunen. Zijn eigen gedachten kregen al gauw de overhand. Ze leidden hem geruisloos, steeds dieper het domein van zijn onbewuste in.
Het was niet Jacqueline die hem wekte. Het was het gekriebel van kleine pootjes tegen de klamme huid van zijn arm. Een ziedend bromgeluid drong zich op. De vlieg vloog in de richting van het raam naast Willems stoel. Het probeerde daar een weg naar buiten te vinden. Zijn harige lijfje stuiterde naar de linkerbovenhoek van het venster. Vervolgens liep het diertje traag over het midden van het raam. Willem bewonderde de veelkleurige olieachtige gloed dat op de vleugeltjes zichtbaar was. Het beestje kwam na nog wat agressief gedribbel tegen het raam tot stilstand. Daar bleef het in rondjes lopen tot een klap aan dat alles een einde maakte. Jacqueline schepte de dode vlieg geroutineerd van de vensterbank. Vervolgens petste ze met de vliegenmepper hard tegen zijn knie.