
Bij een tijdelijk verblijf in de VS moesten we ooit een oud huis dat we gehuurd hadden bewoonbaar maken. Achter een oude centrale verwarming vond ik toen onderstaande brief. Ik liet hem niet aan mijn ouders lezen. Ik heb lang geaarzeld of ik niet naar Boston zou moeten schrijven (het was jaren '70) maar ik durfde niet. Bovendien was de brief al uit de jaren '50:
Pappa, ik schrijf u een brief omdat ik u, uiteindelijk, wel wil antwoorden maar niet meer met u kan praten.
Oké. U heeft me zien zoenen met Moshe toen u een keer eerder thuis kwam.
U zag het gebeuren, ging naar uw werkkamer en moest het verwerken. Uw zestienjarige aangenomen zoon zoende een zeventienjarige vriend. U kwam niet boos naar me toe om me een klap te verkopen. Maar u toonde ook geen begrip.
U heeft er hoogstwaarschijnlijk spijt van dat u mij ooit in uw huis heeft opgenomen. Nu kon u dat eindelijk tegen mij zeggen.
U heeft de adoptie vanaf het begin niet gewild. En nu kreeg u gelijk.
U had één dochter. Dat vond u genoeg. Mamma wilde nog een kind. Een joods gezin heeft veel kinderen. Een jaar geleden zei ze tegen me dat u na de geboorte van Meira geen seks meer met haar wilde hebben.
‘Niemand weet waarom’.
Ik voelde me opgelaten toen ze dat tegen me zei. Je zegt dit soort dingen niet zomaar tegen je kinderen. Ook niet tegen een aangenomen zoon. De opmerking was belangrijk omdat ik daarmee wist waarom er tussen jullie een compromis werd gesloten om een kind uit een weeshuis te adopteren.
Nu ik op mijn gedrag ben aangesproken wil ik daar nog eens bij stilstaan.
Mamma en u maakten een afspraak met een weeshuis, net buiten Boston. De kinderen moesten stuk voor stuk voor jullie verschijnen. Ze werden door de directrice aangeprezen voor hun goede eigenschappen en uitmuntende gedrag. Er waren vier joodse kinderen. Drie jongetjes en één meisje. Mamma heeft ze uitvoerig bekeken, het duurde heel lang, en ze vond ze alle vier niks. De deur van de kamer van de directrice stond op een kier. Ik liep door de gang en hoorde iedereen praten. En toen ging ik, een nieuwsgierig driejarig jongetje, het kantoortje binnen. Er viel even een stilte en toen zei mamma: ‘Oh wat schattig, hij lijkt wel een engel!’ Ze keek nog even goed en na een paar ogenblikken zei ze: ‘Ik wil hem!’
U kwam natuurlijk gelijk met allerlei voor de hand liggende bezwaren. Een niet joods jongetje met blauwe ogen en blonde krullen.
Mamma pakte mij op en liet mij niet meer los.
‘Weet u dat zeker? Hij is hier nog maar kort. Ik weet wel iets over hem maar ik heb natuurlijk niets voorbereid’ begon de directrice. ‘Dit kan ik wel vertellen. Zijn ouders zijn een aantal weken geleden verongelukt. Hij zat in dezelfde auto maar als bij een wonder had hij geen schrammetje. Ze zijn een jaar geleden naar ons land geëmigreerd. Het zoontje is hier moederziel alleen. Hij is protestants gedoopt. Zijn ouders waren bezig Amerikaans staatsburger te worden. Dat proces moet worden hervat. Als u hem wilt adopteren moet er nogal wat in orde worden gemaakt.’
Mamma ging niet eerder weg dan dat het papierwerk was geregeld.
Ze vroeg hoe ik heette. Ik zei Stefan in plaats van Steve en toen was ze helemaal verkocht.
Misschien was ik de prijs van jullie compromis. U kon haar dit niet weigeren.
Ik sliep eerst bij Meira op haar kamer, zodat ik kon wennen. Mamma richtte een jongenskamer in.
Ik mocht ook mee naar de synagoge. U vertelde de rabbijn dat ik geen jood was. Ik was welkom maar de rabbijn wist niet goed hoe hij er mee moest omgaan. Hoe kon ik ooit een jood worden? ‘Laten we het even aanzien’ zei de rabbijn. ‘Het heeft geen zin de jongen er nu al mee te confronteren’.
Iedereen vond deze adoptie heel bijzonder.
Ik kreeg Chinoech onderwijs. Bijbellessen uit de Thora. Maar ik bleef een beetje een buitenbeentje.
Een aantal weken voordat ik eventueel mijn bar mitswa zou doen kwam de rabbijn bij ons thuis. U zat een hele tijd met hem in uw studeerkamer. Later die avond kwam u naar me toe. U zei: ‘jongen, ze hebben het er heel lang over gehad. Maar….. De rechtbank heeft vastgesteld dat je volgens de halacha geen jood bent. Daarom kun je niet deelnemen aan een bar mitswa zoals de andere jongens. Je hebt geen joodse biologische ouders. Je bent protestants gedoopt. Je wilde je niet laten besnijden. Wij zijn als pleegouders niet orthodox genoeg en ten slotte werkt ook de Amerikaanse wetgeving niet gemakkelijk mee.’
Ik heb dezelfde avond gedesillusioneerd al mijn joodse spulletjes in een doos gedaan en op zolder gezet.
Ik moest er in stilte bij huilen maar jullie durfden er niets van te zeggen.
Ik besloot ook niet meer naar de synagoge te gaan.
Dan hoefde ik mij ook niet meer af te vragen of het een zonde is als je bent zoals God je heeft gemaakt.
Ik heb gezien dat Moshe is besneden. Hij heeft gezien dat ik niet ben besneden.
Is dat een reden om ons te verstoten?
Alle joodse jongens zitten nog gewoon bij mij op school.
Toen ze dertien werden heeft de bar mitswa ze automatisch volwassen gemaakt. Ik moet wachten op de Amerikaanse wet.
Weet u wat er gebeurde toen ik vijftien werd? Ik moest die dag toevallig lang nablijven. En ik zat daar nog alleen in de klas te wachten tot het tijd was om weg te mogen. Bijna iedereen was weg, behalve de conciërge. Het werd zelfs al donker.
En toen kwam Moshe binnen. Hij zat natuurlijk in een hogere klas. Hij had al die tijd op mij staan wachten. Hij zei: ‘ben je nu dan eindelijk een volwassen man, schoonheid?’ Ik wist niet wat ik moest zeggen. Hij had zijn schoolkleren niet meer aan maar zijn beste pak. Hij had het speciaal voor mij aangetrokken. ‘Ik hoorde dat je jarig bent. Ik heb een kadootje voor je.’ Hij droeg alleen niets bij zich.
Hij liep naar me toe en boog zijn hoofd richting de mijne. Toen fluisterde hij: ‘ik heb al die tijd gewacht tot je vijftien werd…’ En hij omhelsde me en gaf me een hele lange zoen. Ik werd helemaal draaierig en kan het gevoel niet beschrijven. ‘Voel je je nu dan een volwassen man?’ Ik durfde geen antwoord te geven.
Nog nooit was iemand zo aardig tegen me geweest in zo’n korte tijd.
Moshe zei: ‘Ik denk dat elke andere jongen mij nu in elkaar zou hebben geslagen. Maar ik weet dat jij dat nooit zou doen.’
Moshe en ik kwamen veel bij elkaar thuis. Mamma begon te hengelen naar meisjes. Maar ik was niet zo’n jongen.
Hij ging een keer weg toen mamma zei: ‘als er nu ook eens een aardig vriendinnetje over de vloer zou komen.’
Ik stond dichtbij haar en onze ogen ontmoetten elkaar. We keken elkaar recht in de ogen en voerden een gesprek zonder woorden. Ik sloeg mijn ogen uiteindelijk neer. En mamma wist nu van mijn relatie en ze wist ook dat er geen vriendinnen in ons huis zouden komen. Ik wist nu dat zij het wist en voelde mij heel ellendig. Ik ontliep haar vanaf die tijd omdat ik bang was dat ze er over zou beginnen.
Zo was de situatie in huis tot u die zoen van Moshe zag vlak voor hij wegging.
Denkt u echt dat er geen joodse jongens als wij zijn? Moshe heeft er geen problemen mee. Hij zoekt altijd een manier om alleen met me te zijn. Hij moet het nog aan zijn ouders vertellen. Dat durft hij niet. Hij is bang dat we elkaar daarna nooit meer mogen zien. Daarom is voor een andere oplossing gekozen.
Ik wilde altijd dankbaar zijn dat ik jullie zoon mocht zijn. Maar ik ben daar niet goed genoeg in geweest. Ik ben, denk ik, in het algemeen gewoon niet goed genoeg.
Maar ik deed wat ik kon als jullie wat vroegen. Ik was bang alleen achter te blijven. Ik ben nooit blijven zitten en heb al mijn Thora-lessen zo goed mogelijk geleerd.
Aan wie ik ben kan ik alleen niets doen.
Ik weet dat de gemeenschap mij nooit meer zal accepteren als mijn relatie met Moshe is uitgekomen.
Daarom laten we het niet zover komen.
Als jullie mijn brief lezen, hebben de ouders van Moshe ook zijn brief gekregen. Wij zijn dan alweer een paar dagen verder gereisd. Op zoek naar werk en op zoek naar een plaats waar we beter kunnen wonen.
Het is niet zo dat ik zonder tranen in mijn ogen deze brief zit te schrijven. Maar u moet ons de tijd gunnen om te wennen aan ons nieuwe leven. Tijd om te leren hoe we met elkaar en de nieuwe omgeving om moeten gaan. En misschien dat de verloren zonen zich dan vanzelf weer komen melden.
Stefan