
Olga
"Een zaak als deze wordt aangemerkt als een gevoelig diplomatiek dossier."
De man van het ministerie van Buitenlandse Zaken loopt naar het raam en kijkt uit over een nat Den Haag. Hij grijpt een pakje sigaretten van zijn bureau, pakt er eentje uit, maar laat na het op te steken. Het is begin 1983.
"We beschermen je identiteit zo goed mogelijk," vervolgt hij op monotone wijze. "Wij onderhouden het contact met het Charité ziekenhuis, dat haar zwangerschap begeleidt. Daarmee kan hopelijk worden voorkomen dat je zelf door de Stasi wordt benaderd. Ze zullen een dossier van je aanleggen."
De Oostduitse geheime politie. Het woord gaat als een huivering door me heen. Ik had begeleiders gezien met gezichten op onweer en bereid om te allen tijde in te grijpen. Waar het ook over ging.
Ik laat mijn gedachten teruggaan naar de avond op de campus van de Humboldt Universität, een paar maanden geleden. Ik was net twintig geworden. Ik zie ook Olga weer voor me. De ambtenaar suggereert het, misschien wil hij het ook, maar ik ben haar echt niet vergeten. Ze was knap en lachte veel. We dansten in een gemeenschappelijke ruimte tussen de andere buitenlandse geneeskundestudenten. Ik had haar eerder op de avond een cassettebandje met westerse rockmuziek gegeven. Muziek die normaal gesproken onvindbaar was in Oost-Duitsland.
"Na de bevalling moet overigens uit een bloedtest nog blijken dat je eventueel de vader zou kunnen zijn," gaat de ambtenaar onverstoorbaar verder. Hij bladert ongeïnteresseerd door een map en kijkt weer op. "Wij moeten rekening houden met de mogelijkheid dat er meer mannelijke kandidaten zijn, denk je ook niet?"
De opmerking irriteert me mateloos. Olga was ontegenzeggelijk de hele avond bij me gebleven. We praatten, dronken, en ze fluisterde opwindende dingen in mijn oor. Het was onvermijdelijk dat we haar kamer zouden opzoeken. Enigszins gehaast bedreven we de liefde. Ze glimlachte naar me en zei dat ze het lekker vond. Daarna trokken we haastig onze kleren weer aan.
“De avond duurt tot elf uur en geen minuut langer” zei ze. “We moeten terug. Om elf uur gaan de beveiligers tellen of iedereen aanwezig is.”
Terug in Nederland begreep ik pas goed hoe afgesloten de DDR eigenlijk is.
Brieven van en naar NAVO-landen werden gelezen en konden leiden tot gevangenisstraf. Dat weerhield me van schrijven. Tegelijkertijd dacht ik dat ze uit mijn leven was verdwenen.
"Kan ik haar niet op de een of andere manier ontmoeten? Ik zou wel even met haar willen praten", vraag ik tegen beter weten in. Ik luister of mijn stem inmiddels wel volwassen genoeg klinkt voor een jongen die vader gaat worden.
De ambtenaar draait zich langzaam om. "Nee. We kunnen iemand van de ambassade eenmalig inschakelen om Olga te informeren dat de boodschap is ontvangen. Dat je op de hoogte bent. Als Olga definitief zwanger blijkt van een westerse man, wordt haar leven in Oost-Berlijn er niet gemakkelijker op. Als nazaat van iemand uit het westen zal je kind zijn leven lang worden gediscrimineerd."
Hij legt het pakje sigaretten weer terug. Zijn woorden klinken als een definitief vonnis.
"Je kunt in Oost Duitsland nog met Olga trouwen en proberen haar naar Nederland te krijgen. Maar het is een langdurige route. Een weg die wordt gekenmerkt door constante afwijzingen om uit te mogen reizen. En je krijgt als Nederlander in de DDR de minste baantjes toegewezen, ongeacht je studie."
Hij aarzelt en probeert mij te peilen.
"De Nederlandse overheid zit eigenlijk ook niet te wachten op deze vorm van immigratie. Bovendien hebben we je nodig als toekomstig arts."
De ambtenaar loopt naar de gang en houdt de deur van zijn kamer open. Ik ril van de koude gang die weer voor mij opdoemt.
"U hoort nog van ons."