Moedeloos zat hij op het bed, zijn ellenbogen leunend op zijn knieën, zijn gezicht steunend in zijn handen. Hij staarde naar zijn geblutste koffer. Zijn trouwe rode Samsonite koffer. Het rood vervaagt door de vele zonuren. Vol schrammen en blutsen van de vele transportbanden die zijn maatje al bereden had.
Maar deze reis, dit avontuur, daar had hij absoluut geen zin in. Sterker nog, hij dronk nog liever een kopje ammoniak, aangelengd met een scheutje chloor.
Hij slofte naar de trap, veertien houten treden, recht omlaag, eindigend op zwart-witte plavuizen. Hij stak zijn tenen over de rand van de eerste trede en wiegde van voor naar achter op de ballen van zijn voeten. Het moest toch op zijn minst een gebroken enkel opleveren dacht hij. Maar wat als het een gebroken nekwervel was, dat had hij er nu ook niet voor over. Het was een vreselijk vooruitzicht, veertien dagen met haar, in een resort midden in de woestijn. Maar die veertien dagen waren geen gebroken nekwervel waard.
‘Michiel, nog vijf minuten, dan is de taxi er!’ Hij zuchtte diep en sleepte zichzelf terug naar de slaapkamer. Het bed was bezaaid met stapeltjes kleren, alles zorgvuldig klaargelegd door haar. Een stapeltje met korte broeken in zachte tinten, lichtbeige en gebroken wit voerden de boventoon, want dat mormel houdt niet van kleur in haar leven. Het stapeltje shirts en hemden dat ze geselecteerd had idem dito. Zelfs de korte sokjes die klaarlagen waren allemaal uitgevoerd in aardetinten. Uit pure baldadigheid trok hij zijn sokkenlade open en haalde zijn bonte Happy sokken eruit. En niks enkelsokjes, gewoon sokken die hij kon optrekken tot halverwege zijn onderbeen. Ze zou een rolberoerte krijgen als hij daarmee aan het ontbijtbuffet zou verschijnen. Weet je wat, hij nam gelijk zijn felgekleurde Hawaïshirts uit de kast en gooide die in de koffer. En zijn afgeknipte spijkerbroeken waar hij normaal het gras in maaide, dat zou haar zomaar een hartstilstand kunnen opleveren. Niet dat hij daar iets aan zou hebben, ze had al eerder eentje gehad, maar zelfs in de diepste krochten van de hel waren ze haar liever kwijt dan rijk en ze hadden haar gewoon terug uitgespuugd na twee minuten flatline.
Het nette pak dat klaar lag ging hij zeker niet meenemen, ze stikte maar in haar Captain's dinner. En waarom lag in hemelsnaam zijn zwemshort klaar? Het enige wat ze zou doen was hem afzeiken met zijn witte blubberige vissenbuik, zoals ze zijn verschijning in een zwemshort altijd zo charmant omschreef. De zonnebrand pakte hij wel in, dit was die zonnebrand die zo’n lekker wit laagje achterliet op je smoel, maar wel veilig voor al het leven in de zee, hij zou een clown van haar maken als ze hem zou vragen om haar in te smeren.
Voor zijn gevoel waren er pas een minuut of twee voorbij van de deadline. Dus hij had nog wel een minuutje of twee om zich te wentelen in zelfmedelijden. Veertien dagen, hij pakte zijn mobieltje uit zijn zak en selecteerde de calculator. Fuck, dat waren heel veel uren en heel veel minuten.
Hij kon wel duizend dingen bedenken die hij nu liever zou doen dan die koffer verder in te pakken. Vijftig meter hinkelen over punaises bijvoorbeeld. Honderd meter sprint over gloeiende kolen. Nee, kolen is voor watjes, met blote voeten over gebroken glas à la Yippee-ki-yay-motherfucker-Die-Hard-stijl. Of ‘Stirb Langsam’, zoals de Duitsers het zeggen.
‘Michiel, de taxi is er!’
‘Nog één minuutje!’
Hij graaide zijn oortjes met noise cancelling van het nachtkastje voor in het vliegtuig, om dat gekakel in ieder geval tijdens die lange vlucht buiten te kunnen sluiten. Van het dressoir greep hij de rol Ducttape en het flesje oogdruppels. Het flesje bevatte alleen geen oogdruppels meer, hij had zich ingelezen, daar waar ze heen gingen namen ze het niet zo nauw met het vaststellen van doodsoorzaken. Als laatste gooide hij zijn portemonnee in de koffer met duizend dollar aan contanten. Ver genoeg onder de toegestane limiet van contant geld, maar ruim genoeg om ter plaatse al je problemen te doen oplossen door de plaatselijke huurmoordenaars en ander schoon volk. Tevreden ritste hij zijn koffer dicht en liep naar de trap.
Hij sloeg zichzelf voor het hoofd, bijna het belangrijkste vergeten! Hij liep terug naar zijn nachtkastje, opende de koffer en gooide ‘hoe overleef ik mijn schoonmoeder’ erin.