Glimlachend kijk je naar de dikke hommel die langzaam uit de kelk van de lelie kruipt, zijn achterlijf zwanger van het stuifmeel.
‘Zelfs de insecten vertragen, en ik lig hier te rillen onder mijn deken.’
‘Nou, het is zo godvergeten heet dat ik bijna jaloers op je ben’, en ik trek de deken wat dichter naar je kin. De kerktoren slaat twee keer.
‘Nog een uurtje’, en je geeft een klopje op mijn arm.
‘Inderdaad, nog een uurtje.’
‘Doe nu maar een witte.’ Ik knik en loop naar de keuken. Zodra ik de Magnum uit zijn verpakking bevrijd, begint de witte chocolade al te smelten. De chocolade maakt zelfs dat fijne knappende geluid niet als je erin bijt.
‘Wil je het nog een keer opzetten? Ik beloof, het is de laatste keer.’
‘Tuurlijk.’
Ik had het al klaargezet en druk op play. Andre van Duin en Corry van Gorp als meneer en mevrouw de Bok, de scene in het Japanse restaurant. We hebben dit al zeker twintig keer gekeken in de afgelopen dagen, maar toch schater je weer van het lachen.
Ik kijk op mijn horloge, nog dertig minuten.
‘Ik zou wel een Colaatje lusten.’ Mijn benen plakken vast aan het leer wanneer ik op wil staan van de bank.
‘En neem er zelf ook één.’
Ik klok de ijskoude Cola naar binnen, maar ik krijg er alleen maar meer dorst van. De intercom zoemt.
‘Hallo, het is Peter hier.’ Ik slik en druk op de knop om de deur beneden te ontgrendelen. Ik open de voordeur en loop terug naar de bank. Peter komt binnen, het zweet gutst van zijn voorhoofd.
‘Wil je iets drinken?’
‘Graag, heb je koffie.’ Ik kijk hem verbaasd aan.
‘Wat goed is tegen kou, is ook goed tegen warmte, dat zei mijn moeder altijd.’
‘Het is wel oploskoffie.’
‘Lekker.’
Ik loop weer richting de keuken. Ik kijk hoe de stoom van de waterkoker omhoog kringelt.
‘Krijg je er iets in?’
‘Nee, zwart alsjeblieft.’
Zijn hand trilt licht als hij het kopje aanpakt.
‘Gek eigenlijk, dat wij jou Peter noemen.’
‘Vind je? Ik heb jou nog rond zien lopen in je pamper. Na zoveel jaren mag het wel.’
Peter opent zijn tas en legt zijn spullen klaar.
‘Dit is de eerste keer voor mij.’
‘Dat maakt niks uit, voor mij ook. En ik hoop ook de laatste keer’, zeg jij lachend.
Ik kan er niet om lachen. Hoe zijn we in hemelsnaam hier beland? Jij keek een aflevering van Nieuwsuur, belde Peter, er waren wat gesprekken en hier zitten we nu.
'Je weet het zeker', vraagt Peter aan je.
‘Absoluut, ik ben er klaar voor.’
Je gaat rustig liggen en strekt je arm uit.
‘Adieë wa maedje.’
Ik bijt op mijn onderlip en vecht tegen mijn tranen. Die zijn voor later.
Ik druk een kus op je voorhoofd.
“M’n opa, m’n opa, m’n opa,
In heel Europa was er niemand zoals jij
In heel Europa, mijn ouwe opa,
Niemand zo aardig voor mij.”