Ze belegt twee bruine boterhammen met speculaas, maakt cappuccino met een dikke laag cacao, en nestelt zich in de leunstoel onder de leeslamp. Op haar schoot ligt een opstel voor Nederlands. De tv verlicht de kamer en bromt over oorlogen en debatterende politici die nooit lijken te stoppen.
‘Jinke, eet je alsjeblieft netjes aan de tafel?’ Haar moeder kijkt nauwelijks op van haar telefoon.
‘Ik moet nog wat controleren.’
‘Jinke.’
‘Maar jij eet ook altijd op de bank.’
‘Aan tafel!’
Met tegenzin schuift ze aan. Haar moeder tikt onrustig met haar nagels op het scherm, door een overvolle agenda.
‘Geen telefoon aan tafel, mam.’
‘Dit is voor mijn werk, schat.’
Jinke zucht en roert door haar cappuccino.
‘Komt papa nog vanavond?’
‘Nee, en ik ben ook laat terug.’
‘Wat, hoezo?’
‘Ik bezoek een nieuw oppaskindje. Een haastklus. Iemand die het niet zo makkelijk heeft.’
Jinke duwt haar stoel achteruit, krassend over het laminaat. Als ze opstaat is haar navel zichtbaar.
‘Moet je dát truitje dragen?’
‘Jij droeg deze toch ook vroeger?’
‘Waarom niet je nieuwe coltrui die ik heb gekocht?’
Zonder iets te zeggen slurpt Jinke protesterend uit haar kopje. Haar moeder geeft geen antwoord, alleen die blik.
‘Ik moet zo gaan, mam.’
Half negen. Lokaal 203. De muffe geur van natte kleren en doorweekte tassen verschuilt zich tussen de goedkope deodorant.
Jinke zit vooraan en kan horen hoe het krijtje soepel over het schoolbord glijdt. Achter haar is het stil, al is dat niet omdat de klas zich altijd netjes gedraagt. Het voelt als een geladen kalmte. Jinke gluurt over haar schouder naar Kevin. Hij is de oudste van de klas en niet zo’n groentje als de andere jongens. Ze gaat weer gauw recht zitten voor hij haar opmerkt.
Juffrouw Loes van Wens eindigt met een streep onder de sierlijke letters op het bord: “Taalnorm”. Dan gaat ze in het midden voor de klas staan. Jinke kan zien hoe haar rimpels dieper zijn. Haar vormloze lange trui is wel zoals altijd.
‘Wat is goed? En wat is fout?’
Haar stem lijkt kalm en overwogen, maar heeft misschien ook iets vermoeid. De woorden wankelen tussen haar onregelmatige ademhalingen.
De klas reageert met enkel wat geroezemoes. Achterin lachen twee jongens luid. Van Wens negeert ze en rommelt tussen de werkstukken op het bureau.
‘Kevin, jouw opstel?’
Hij wacht af, totdat hij eerst alle aandacht van de anderen heeft.
‘Ik ben niet op de hoogte van deze afspraak,’ zegt hij grijnzend, alsof hij een minister is.
‘Weet je niet dat ik het vorige week heb opgegeven?’
‘Daar heb ik geen herinnering actief aan.’
Een paar meisjes giechelen. De juffrouw denkt even na over een antwoord, maar zegt niets. Ze kopieert kalm de zin naar het bord. Met een brede glimlach richt ze zich terug naar de klas.
‘Is dit goed of fout?’
De juffrouw speurt rond of iemand iets merkt. De leerlingen kijken elkaar twijfelend aan. Een paar voorzichtige vingers stijgen op. Ze verdwijnen als zeepbellen wanneer ze de boze blik van Kevin tegenkomen.
Van Wens schrijft een variant neer: “Daar heb ik geen actieve herinnering aan.”
Op een ongelukkig moment draait ze weer om. Ze ziet nog net de witte streep van een prop papier die van achter door de lucht trekt. Het raakt haar vol in het gezicht.
‘Wie heeft dit gegooid?’
Haar ogen glijden langs de leerlingen; langs het getik van pennen en het gerommel met boeken en tassen.
‘Nou?’
Gefluister vult het broeierige lokaal.
‘Als niemand antwoord geeft, dan blijft iedereen na,‘ zegt Van Wens met haar armen gekruist over elkaar.
De klas wordt rumoerig. Protesten klinken over dokterafspraken, vioolles, papadag en andere redenen waarom ze niet kunnen.
‘Excuses. Motie. Protest.’ Kevin verheft zijn stem ‘Collectief straffen, dat mag volgens de Genève conventies niet.’
De klas lacht, maar Van Wens legt langzaam haar bordkrijtje neer en stapt naar de achterste rij.
Alle hoofden volgen haar geconcentreerd. ‘Medeplichtigheid. Verstek. Dan telt dat grapje niet.’
Kevin haalt zijn schouders op.
Ze heft haar arm langzaam op en wijst richting de deur.
‘Mag ik dat niet zeggen dan?’
‘Hier heb ik geen zin in, Kevin. Dat onderhandelen altijd. Je doet het onbeschoft.'
‘Gaat u daarover dan? Heeft u een mandaat? Ik kan toch gewoon …’
‘Genoeg, de klas uit!’
‘Oké, oké.’ Kevin klapt zijn boek dicht en schuift zijn spullen in zijn tas.
Jinke bewondert hem als hij langs het pad tussen de tafels loopt. Even kruisen hun blikken. Ze glundert en rolt een vinger door een pluk haar. Kevin glimlacht en strekt trots zijn rug. Hij verdwijnt door de deuropening.
Dan steekt Jinke haar hand op. Haar wangen gloeien nog rood.
'Juffrouw, mag ik er ook uit?’
‘Nee. Natuurlijk niet. Je kunt niet zomaar …’
‘Als ik ook iets stoms zeg? … Mag ik er dan uit?’
Van Wens schudt ongelovig haar gefronste hoofd.
‘Hè wat?’
Jinke staart even naar de deur; de weg die naar Kevin leidt. Dan roept ze: ‘Ik was het!’
Met samengeknepen ogen kijkt de juffrouw argwanend naar Jinke.
‘Dat kan helemaal niet.’
‘Ik heb de prop gegooid.’
Van Wens zakt in haar stoel en klapt een boek dicht. De leerlingen houden hun adem in.
‘Weet je wat.’
Ze staart met glazige ogen voorbij de posters aan de muur.
‘Als jullie het zo willen. Dan ga ik zelf wel.’
In snelle passen verlaat ze het lokaal
Jinke zit geschrokken met twee handen voor haar mond. Een moment praat niemand van de leerlingen. Ze kijken alleen verbaasd en geschrokken rond. Uiteindelijk durft een jongen naar de deur te lopen en op de gang te gluren. Pas als hij omkeert en zijn vuisten in de lucht steekt, barst de klas los en Jinke krijgt schouderklopjes. Het oorverdovende geroezemoes mengt zich met het grauwe buitenweer.
Ver na schooltijd komt Jinke thuis. Ze werpt haar schooltas in de hoek en legt haar regenjas over de verwarming.
‘Eten we magnetron?’ vraagt ze terwijl ze de koelkast opentrekt.
‘Wat ben je laat thuis.’
‘Ik moest nablijven. Zou jij ook niet laat thuis zijn?’
‘Nablijven?’
Jinke grist een pak koekjes van het aanrecht. Ze antwoordt met een volle mond: ‘Samen met Kevin. Best leuk.’
Moeder trekt het pak uit de handen van Jinke.
‘Kevin? Met die blonde krulletjes?’
‘Nou, hij is echt chill hoor, mam. Zijn vader werkt bij de ambassade of zoiets.’ Ze grabbelt nog een koekje uit het pak van haar moeder.
‘Oja? Dus net zo’n typetje als die vrienden van je vader.’
Jinkes moeder zwaait het koekjespak als een lange wijsvinger op en neer. ‘Ik heb liever niet dat je met die jongen optrekt. Wat hadden jullie gedaan?’
Jinke zoekt opnieuw in de koelkast. Ze neemt een blikje frisdrank.
‘Juffrouw van Wens is huilend de klas uitgelopen.’
‘Wat? Wie? van Wens?’
‘Hoezo?’
‘Heet zij toevallig Loes van Wens?’
‘Ken je haar?’ Jinke opent het blikje en ploft in de leunstoel.
‘Zij is de moeder van mijn nieuwe oppaskindje. Loes, die heeft …’
‘Nou, ze is behoorlijk wazig en gek.’
‘Ik wil niet dat je haar lastig valt. Ze heeft het al druk genoeg sinds haar man weg …’
‘Ik had niks gedaan.’ Jinke zet de leeslamp aan en pakt een boek.
‘Jaja, jullie kinderen van tegenwoordig. En die moeten in de toekomst het land besturen?’
‘Het is dat moet, mam, niet die moeten.’
‘Jinke! Zet dat blikje weg. Ga naar je kamer!’
De volgende ochtend schijnt de zon onverwacht. Misschien de laatste kans van dit jaar om nog een rokje te dragen.
De deurbel gaat. Terwijl ze haar tanden poetst, luistert Jinke vanaf de trap als haar moeder opendoet.
‘Loes?’ vraagt haar moeder verbaasd.
‘Goedemorgen.’
Het is juffrouw van Wens. Een schok trekt door Jinkes lichaam. Wat doet zij hier?
‘Hallo, wat …’
‘Is het goed als Emma vandaag hier langs komt? Ik … ik red het even niet.’
‘Ja, uh, dat kan wel.’ Jinkes moeder lacht naar het kleine kind dat naast Loes staat. ‘Hoi Emma, kom binnen.’
‘Oh, zoveel dank.’ Loes drukt Emma naar binnen. Ze zet voorzichtig kleine stappen vooruit.
‘Hoe laat …’
‘Vanavond goed?’
‘Oké, maar …’
‘Goed, vanavond.’
‘Maar …’
‘Mooi. Dank u wel.’
Snel beent Loes ervandoor, terug naar de auto. Jinke komt langzaam de trap af en slingert haar schooltas om een schouder. Ze werpt een blik op Emma die met een klein koffertje in de gang staat.
‘Hallo meisje.’
Emma kijkt omhoog naar Jinke en snuft een snottebel op.
‘Wat een gekke trui heb jij.’
‘Dit?’ vraagt Jinke terwijl ze knielt.
Emma knikt voorzichtig.
‘Dit is een coltrui. Vind je hem stom?’
Emma knikt nog een keer, net iets harder.
Jinke strekt haar kin hoog in de lucht. ‘Kijk, het is voor mijn lange nek, net een giraffe, toch?' Ze maakt er hoorntjes met haar vingers bij.
Er verschijnt een voorzichtige glimlach op Emma’s gezicht. Ze heeft een flinke blauwe plek om haar oog. Bij haar wenkbrauw zit een schram die nog wat glinstert. Jinke tuurt door de voordeur. Loes start de auto die sputterend aanslaat. Met een flinke stoot gas rijdt ze gierend weg. Jinke keert haar blik terug op Emma. Rustig en tevreden speelt ze met de kraag van haar shirt en strekt haar nek omhoog. Jinkes moeder legt haar handen op de schouders van haar dochter.
‘Lieverd, over gisteren. Wat hadden jullie …’
‘Mama, we hadden echt bijna niks gedaan.’
[Reactie verwijderd op 10 juni 2026 om 15:29]