‘What the fuck, waarom ben je naakt?’
Terwijl ik in het midden van de deuropening sta probeer ik een verklaring te vinden, al weet ik het zelf ook niet zo goed.
‘Ik uh, ik heb wel mijn tanden gepoetst,’ zeg ik hardop denkend, maar echt een goede smoes is dat niet. ‘En koffie, ik heb mijn koffie genomen.’
‘Hoeveel?’
‘Vier. Denk ik. Ofzo?’
‘Jezus.’
‘Nou, sorry.’
Ze plaatst haar koffer op de grond en ritst hem open met een enkele haal. Een toilettas, een pakketje met kleren en boeken komen te voorschijn. Ze grijpt onder een flinke stapel, ik zie een stuk roze stof.
‘Hier, trek dit aan, en snel. We lopen tijd mis.’
‘Moet ik in een …’
‘Dat is dan maar je eigen schuld. Dit is het snelste.‘
‘Mijn schuld?’
‘Schiet nou op.’
Ik geef haar de huissleutel en op mijn blote voeten loop ik naar de Mini terwijl ik me door een gat in de roze stof probeer te wurmen.
‘Maar jij zei dat ik niet mocht nadenken.’
‘Wat? Dat heb ik helemaal niet …’
“Vijf minuten, pak je spullen, geen tijd voor nadenken”
Met een frons op haar hoofd worstelt ze met de autosleutel.
‘Je gordel.' Ik buig voor haar langs om de sluiting te grijpen en ruik haar ochtend voorbij komen – tandpasta, shampoo, haarlak en het geurtje dat ik haar ooit cadeau heb gegeven.
‘Wat heb je in hemelsnaam dan al die tijd gedaan?’
Ik zwijg even en pak met mijn hand haar hand vast en sleutel mee in het startslot. Na één soepele draai bromt de Mini zijn luide klanken.
‘Ik was vergeten dat het vandaag was.’
‘En die vijf minuten dan?’
‘Ik heb denk ik toch nagedacht.’
Ze plaatst haar handen op twee over tien, kijkt vluchtig in de spiegel, en stuurt onze auto de weg op. ‘Vertel.’
‘Allereerst heb ik de wekker onderzocht. Je weet wel, die ene die ik van Bob heb gekregen toen wij te laat waren op zijn trouwdag.’
‘Onze trouwdag, dat was ook onze trouwdag.’
‘Natuurlijk, veertien uur drieëntwintig, kusten wij elkaar. Dat weet ik nog. Jij had maar één stuk taart gegeten en die nacht had je vier muggenbeten. En ik had een jasje met maar twee en drie knopen. Die knoop, ik heb hem vandaag eindelijk teruggevonden.’
Ze schudt haar hoofd alsof de mug weer om haar heen zoemt. Maar meestal doet ze dat ook om mijn woorden af te slaan.
‘Knopen, wekker, hoezo de wekker?’
‘De batterij was op. Dus ben ik hem gaan vervangen. Jij zegt altijd dat ik klusjes die minder dan vijf minuten duren niet moet uitstellen en meteen moet oppakken.’
‘Hrmpff,’ zegt ze, op een manier zoals alleen zij dat kan zeggen. Met een soort van liefklagende toon.
‘Die knoop van mijn trouwpak, die verschuilde dus al die tijd bij de knoopcellen. Ik denk, omdat ik die dag ook de batterij van de wekker moest vervangen.’ Ik vouw mijn hand open en laat de glimmende knoop zien. ‘Kijk, ik heb wel iets ingepakt.’
Ze trekt het gezicht dat ze altijd maakt als ze boos is en toch moet lachen. ‘Je kleren?’
‘Ik dacht: ik pak het efficiënt aan en ga eerst koffie zetten. Jij zegt altijd dat ik beter functioneer als ik koffie op heb. Dus ben ik eerst naar de keuken gegaan om koffie te zetten.’
‘Vier kéér? Jij drinkt nooit ...’
‘De eerste werkte nog niet. Dus zette ik een tweede. Daarna ben ik naar boven gegaan om me aan te kleden.’
‘Maar waarom …’
‘Omdat ik weer naar beneden ben gegaan. De ketel van de koffie begon opnieuw te stomen en te fluiten. Zo heb ik nog een paar keer koffie gezet.’
‘En je kleren dan? Wilde je misschien niet ...’
‘Nou, jij zegt altijd dat ik …’
‘Jaja.’
‘Maar ik heb wel mijn tanden gepoetst. En daar bij onze spiegel, die ene van Bob weet je. Ik begon dus toch na te denken. Die knoop. Is het wel goed wat wij gaan doen?’
‘Jij zegt toch altijd, dat we misschien beter …’
‘Ja, maar dat is omdat jij dat ook heel vaak zegt.’
Zij blijft vervolgens stil en ik blijf ook stil. Alleen een zucht van mij en het onrustige getrommel van haar vingers op het stuur. Een licht gekraak komt van de veel te strakke roze stof om mijn lijf.
Gelukkig zijn we net op de parkeerplaats aangekomen. Al blijft de stilte snijden terwijl we uitstappen en ik iets anders uit haar koffer zoek om aan te trekken. Zelfs als we naar het kantoorgebouw lopen klinkt geen woord. De juffrouw bij de balie werpt een korte blik naar haar, en mij staart ze lang aan. Ze trekt haar lippen alsof ze in een citroen heeft gebeten.
‘Meneer en mevrouw, u bent te laat.’ Ze slaat een dikke agenda open. ‘We rekenen normaal tweehonderd voor een no-show. Maar voor deze keer. Een ander echtpaar heeft uw plek al ingenomen. Druk druk. Wilt u een nieuwe afspraak inplannen?’
Ik kijk opzij naar haar, en zij kijkt naar mij. Haar gezicht krijgt een aantal plooien. Voor het eerst deze ochtend lijkt ze haar automatische piloot uit te zetten. Ik beweeg de knoop tussen mijn vingers. Zij wikt en weegt en schudt vervolgens zachtjes nee. Ik knik mee.