De tonen van de Big Ben klonken achter de deur.
Ik keek Rico aan. Die glimlachte en haalde zijn schouders op.
Toen het geluid klonk van een sleutel die in het veiligheidsslot werd gestoken, verstrakte zijn blik.
'Mooi. Ik had er geld op in kunnen zetten dat hij jullie zou sturen.' De stem klonk broos. De ogen fonkelden en richtten zich alleen op mij.
Een beeld baande zich een weg door een opeenstapeling van vervaagde herinneringen; het moment dat hij mij mijn kostbaarste knikker teruggaf omdat hij vals had gespeeld.
'Kom binnen.' Hij draaide zich om.
Rico maakt met zijn linkerhand een beweging naar zijn onderrug, waar zijn Glock in bedwang werd gehouden.
Ik maakte een korte wegwuivende beweging met mijn hand naar hem en betrad de hal.
'Groot hè?' klonk het voor me, zonder dat het ritme van de leren zolen op de houten vloer ook maar iets vertraagde.
'Nogal.'
Hij hield even in, draaide zijn lichaam een slag, zoals kwetsbare mannen dat doen als ze achteromkijken. 'Honderdzestig vierkante meter.' Zijn ogen schitterden weer. Maar nu anders.
Achter me viel de deur dicht.
Aan de wanden hingen zwart-wit foto's van schacht- en koeltorens, steenbergen, en spoorwegemplacementen met kolentreinen. En van mannen, alleen of in groepjes, met witte ogen die omrand werden met onuitwisbare zwarte randen uit een tijd dat vrijwel niemand het woord mascara kende. De zwarte gezichten maakten dat de tanden nog witter blonken.
Aan weerszijden van de deur die toegang gaf tot de woonkamer stonden twee mijnlampen waarin echte vlammetjes voor verlichting zorgden op Titan stijlen.
In de woonkamer aangekomen, draaide hij zich om en spreidde zijn armen.
'Ga lekker zitten.' Zelf nam hij plaats in het midden van een driepersoons Chesterfield bank.
Ik liet het leer kraken in een stoel die schuin tegenover hem stond.
'Ja, heel gezellig.' Rico's woorden klonken spottend. Hij keek me hoofdschudden aan.
Daarna richtte hij zich tot Antoine. 'Ik ga even de andere kamers na. Dat begrijp je wel.'
'Zeker.' 'Vergeet niet onder de bedden en in de kasten te kijken.' Hij gaf me een knipoog.
Ik maakte een half verontschuldigend gebaar met mijn handen.
Antoine glimlachte.
We hoorden Rico deuren openen.
We zwegen en luisterden. Hij met zijn armen uitgespreid over de rugleuning.
Mijn ogen dwaalden over de muren.
'Charles Eyck,' zei hij toen hij zag dat ik de schilderijen in me opnam.
'Ooit de Prix de Rome gewonnen,' antwoordde ik.
Hij schoot in de lach. Waarderend.
'Daarom ben ik blij dat jij het bent en niet een of andere ....'
Ik staarde naar de kroonluchter die aan het plafond hing. Precies boven het mahoniehouten tafeltje dat tussen ons in stond.
'Hij?' Hij wees richting het onderzoekende gerommel.
Ik knikte.
'Want?'
'Ik kan het wel Antoine, maar ik wil het niet.'
'Precies waar ik ook geld op zou hebben ingezet.' Hij leunde achterover met iets dat ik tevredenheid kan noemen. Of zelfs voldoening.
'Alles clear,' klonk de stem van Rico met een toon van licht ongeloof.
Hij nam plaats in de fauteuil die enkele meters naast me stond en keek me vragend aan.
Ik haalde mijn schouders op. Vooral richting Antoine.
'Het is zakelijk,' zei Rico terwijl hij met zijn hand weer naar zijn rug reikte om daarna de Glock op zijn knieën te laten rusten.
Ik liet even mijn hoofd zakken. Altijd dat gelul, dat het zakelijk was, gevolgd door 'Wil je nog iets kwijt?'
Ook nu weer.
Ik sloot mijn ogen voor een kort moment.
'Er ligt een brief in de bovenste la van mijn bureau. Dat is alles.'
Hij hief zijn armen op van de rugleuning, Niet uitdagend, maar berustend.
'Gaan we?' Rico stak de Glock weer achter zijn broekband.
'Nee. De brief nog.'
'Derde deur links. Daar staat zijn bureau.'
De straat was leeg, verlaten, op een frisse zomeravondbries na.
'Jij rijdt,' zei ik, en gooide de sleutel naar hem.
'Maar...' klonk het terwijl hij hem opving.
'Ja, jij wilt altijd een blikje bier opentrekken nadat. Maar nu even niet. OK?'
'Wel even uitleg vriend.'
'Hij is voor mij.'
'Wat?'
'De brief.'
Hij hield zij pas in, keek me aan. 'OK.'
Toen we Utrecht voorbij waren, knipte ik pas het licht boven de achteruitkijkspiegel aan.
Ik las weer het nummer van de postbus en de plaats op de envelop.
Met daarboven 'Final Solutions BV.' Een naam die me ooit wel grappig en treffend had geleken.
Ik scheurde de envelop open.
'Godver', vloekte ik zacht.
Het medisch rapport noemde 'alvleesklier', 'tumor' en eindigde met 'drie maanden'.
'Wat?' klonk het naast me.
'Het lijkt wel alsof ik in de euthanasie-business werk.
'Hoezo?'
'Laat maar,' zei ik.
Daarna las ik de brief. Geschept papier. Hetzelfde mooie handschrift als op de envelop.
'Angus,
Je bent niet wie je denkt te zijn.
Hij heeft je gevormd, misvormd.
Je bent de uitkomst van een weddenschap.'
Drie vellen later stak ik de woorden weer in de envelop, die ik daarna weer in de binnenzak van mijn colbert stopte. Doofde het licht.
'En?' Hij hield zijn ogen gericht op de weg.
'Geleuter.'
'Want?'
'Over vroeger.'
'Toen alles beter was?' klonk het snerend.
'Dat niets is wat het lijkt.'
Rico draaide de volumeknop omhoog omdat 'Dust in te wind' werd opgevolgd door 'Who made who.'
De hectometerpaaltjes dreven voorbij.