Uit verveling ruimde Bram zijn kast op. Hij sorteerde, vulde dozen en bracht spullen naar de zolder. De kast was bijna leeg toen hij tussen de achterwand en de vloerplank een wit hoekje zag. Hij nam het hoekje tussen duim en wijsvinger en trok eraan. Heel voorzichtig haalde hij het tevoorschijn: een envelop. Het adres was helemaal vervaagd. Hij wreef er met zijn duim over. In de envelop zat een dik vel handgeschept papier. Onbeschreven. Hij hield het vel tegen het raam, maar er waren geen indrukken te zien. Een vogel vloog recht op het raam af. Hij stapte achteruit. De brief viel. De vogel draaide net voor het raam weg. Hij keek de vogel na.
Bram raapte de brief op, stak hem in de envelop en deed hem op de post, in de bus verderop in de straat. De brief plofte neer met een smak. Op de brievenbus stond in hoofdletters: ‘DEZE BUS WORDT ENKEL VANDAAG GELEEGD’ Achter hem stopte een bestelwagen. Een man in grijs uniform schoot langs hem heen. Met een lange, zware sleutel opende hij de bus en nam er Brams brief uit. Voor Bram iets kon zeggen, was de man al terug verdwenen. Een vogel schoot van hoog uit de lucht omhoog naar beneden. Bram hief zijn handen boven zijn hoofd. Krijsend verdween de vogel in het struikgewas van het park aan de overkant.
Bram vergat de brief tot er, een week later, een brief in zijn brievenbus zat. Een oude envelop, precies dezelfde als diegene die hij op de bus deed. Het adres was wel leesbaar nu: het zijne. Hij scheurde de brief open. Zo gehaast dat hij er zijn vinger aan openhaalde. Bloed druppelde op de brief. Er zat één onbeschreven vel in. Hij hield het opnieuw tegen het licht. Hij vond niets, tot hij zag dat er een vogel tevoorschijn kwam in het patroon van zijn bloedspetters. Het was een vogel in vlucht. Hij keek op. Boven de pruimenboom in de tuin cirkelde een vogel.
Bram ging naar buiten en prikte de brief in de stam, onder de vetbol in de pruimenboom. Het was bewolkt maar zwoel. Zijn zweet verdampte niet, het parelde op zijn voorhoofd. Met armen en benen wijd gespreid ging hij in het gras liggen, zijn gezicht naar de brief. Eerst kwam er één vogel kijken, daarna meerdere, tot ze met een zwerm waren. Om beurt vlogen ze op de brief af en pikten erin. Hij bleef stil liggen, wachtte tot ze weg waren. In de brief was een patroon gepikt.
Bram maakte de brief los en hield hem naar de zon. Het licht viel door de gaatjes. Hij zag een adres, in het dorp verderop. Hij sprong op zijn fiets en reed er naartoe. Het huis was scheefgezakt, de goten afgebladderd, één raam kapot. Hij belde aan, maar hoorde niets. In de boom naast het huis zat een nest met jonge vogels, krijsend van de honger. De deur ging open: de man in grijs uniform. Hij stak zijn hand uit. Er zat een pleister rond zijn wijsvinger. Bram gaf hem de brief.
‘Meneer,’ zei hij.
De man ademde fluitend. Hij draaide zich om en trok de deur dicht.
Bram hield de deur met zijn vlakke hand tegen. Hij floot tussen zijn tanden. De man keek hem lang aan, tot Bram zijn arm liet zakken. Dan sloot de man de deur met een klap.
Bram zag hem door het venster de woonkamer binnen gaan. Tegen de muur stond een grote kast. De man opende ze, wreef met zijn duim over de gaten en schoof daarna de brief er onderaan in. Het gekrijs achter Bram stopte. Hij keek om en zag een vogel de jongen voeden. Daarna kwam de vogel in glijvlucht naar beneden. Bram wendde zijn hoofd af.
Thuis schreef hij in zijn dagboek wat er gebeurd was. Hij schreef uren aan een stuk tot hij in slaap viel aan zijn bureau. Toen hij wakker werd, was zijn dagboek leeg.
Log in om te reageren
Wilde fantasie, leuk! Het gaat mij net ietsje te ver dat een hele vlucht vogels gezamenlijk kan schrijven - een enkele oude wijze raaf kan dat bijvoorbeeld wel, dat weten we allemaal. Maar als het een droom is geweest (dat lijkt op het einde zo) dan kan natuurlijk alles. Maar een droom neemt dan da...
Beste Frederik, Ja, het is pure fantasy en was leuk om te lezen. Ik wilde ook snel doorgaan naar het einde, omdat ik wilde weten hoe dat afliep. Ik moest opeens denken aan de Birds en vermoedde doodgepikte mensen maar het blijft allemaal heel raadselachtig. In die zin is het dan jammer omdat je gr...