Hij concentreerde zich op de gier die, schijnbaar moeiteloos, boven hem cirkelde. Na iedere derde cirkel maakte hij één vleugelslag.
Honderdéénentwintig vleugelslagen had hij tot nu toe geteld en zestien kreten die klaaglijk klonken. Maar dat laatste was zijn invulling.
Evenzogoed konden het uitroepen van verrukking zijn omdat er een feestmaal wachtte. Of verwensingen omdat zijn hart nog pompte.
Zweten deed hij niet meer. Hij voelde dat steeds meer blaren het werk overnamen.
Honderd-twee-en-twintig.
Kreet zeventien.
De leren snoeren om zijn polsen en enkels sneden nu door zijn huid. Toen ze hem hier plat tegen het zand hadden vastgebonden, naakt, zijn ledematen uiteengerekt aan vier paaltjes in de grond, voelden ze aangenaam nat en koel. Ondanks dat ze strak werden aangetrokken.
Maar leer krimpt als het uitdroogt. Leer kan snijden als een mes, wist hij nu.
'Blijf kijken naar de gier,' fluisterde hij. Hij proefde het bloed van zijn gebarsten lippen. Likte eraan met zijn tong. Vocht.
Honderd-drie-en-twintig.
Hij wilde naar hem schreeuwen dat hij machteloos was, vastgebonden. Dat zijn vlees en bloed nu verser zouden zijn, beter zouden smaken.
Dat het voor hen beiden beter zou zijn als hij zich nu omlaag zou storten en met zijn snavel de organen eruit zou rukken.
Dat hij hem dan het verhaal kon influisteren over een jongeman op zoek naar avontuur, zoals hij het graag in de kroeg had willen vertellen en later aan kinderen en kleinkinderen.
Zinloos. Zwakte.
Honderd-vier-en-twintig.
Er vielen schaduwen over hem heen. Grijnzende gezichten goten verkoelende melk over zijn lichaam dat alleen nog maar leek te bestaan uit barsten en blaren.
'Wie is nu de roodhuid?' meende hij te horen.
Daarna rook hij de zoete geur van melasse waarmee ze hem insmeerden.
Een hand greep hem bij zijn kaak en draaide zijn gezicht, richting de mierenhoop. Hij zag het kleverige spoor dat werd gelegd en de verwoestende trap die een woedend leger op hem af zou doen komen.
Ze hurkten weer achter hem.
Hij hoorde het zachte gelach dat samenviel met de kreet van de gier.
Hij fluisterde weer. Dat hij niet zou schreeuwen.
Het licht werd feller. Twaalf uur. De melasse bedekte zijn ogen, waarvan ze de oogleden hadden weggesneden.
Hij kon nu alleen nog maar kreten tellen.
De pijnscheuten van de mierenbeten vermenigvuldigden zich tot een wals van terreur.
Tot de eerste solist een oog had gevonden.
Hij beet ook, hoorde het glazuur van zijn tanden kraken, en opende daarna zijn mond.
'Kom maar.'
Negen...
Log in om te reageren
Angus, een prachtig werkje, je neemt me mee (razendsnel) in een media res 'torturen' het waarom blijft even uit, maar dat geeft niet, bij de mieren wist ik het even niet meer, maar toch ... de hitte is er, en de pijn. 🔥 ZGG · Zeer graag gelezen
Dank voor je reactie Tony. Het waarom? HP is één van de 'bleekgezichten' die nietsontziend de prairievolken wegvaagden. De mieren? Die prairievolken waren ook keihard, Mensen in de de brandende zon plat tegen de grond vastbinden. Soms naast een mierenhoop/nest. De extra marteling van mieren die ga...
Heel sterk gedaan, Angus.
Dank je Jan. Ik waardeer je reactie zeer. We verschillen van stijl. Niet van respect, De verhalen en de waardering daarvoor zijn leidend. En dit is niet jouw stijl. Maar fijn om te lezen dat je het waardeert.