
“Je hoort hier vermoedelijk niet thuis hé, jongen?”
“Hoe bedoelt u dat?”
De rijzige commandant neemt zijn zonnebril af en kijkt zijn jonge arts in opleiding aan.
“Hoe zal ik dat eens uitleggen….. Pak eens die stoel en ga hier voor de deur naast me zitten.”
Voorzichtig zet Evan een krakkemikkige rotan stoel naast zijn meerdere.
“Kijk naar het afnemende licht om je heen. Heb je die ooit wel eens zo gezien? Het wordt nu ook langzaam donker. Alleen de warmte blijft hangen.”
Door de setting ziet Evan de man naast zich opeens eerder als een vader en verdwijnt het verschil in rang.
“Voel je de stilte opkomen terwijl toch ook de krekels beginnen met tjirpen? Valt het je op dat er nergens meer wordt geschoten?”
Zonder een woord te zeggen blijven ze enkele minuten staren naar de bergkammen in de verte. De afstekende rotsen worden afgewisseld door een zee aan tropisch groen.
De lucht zindert nog na van de hitte.
“Zelfs de vogels doen een dutje. Kijk eens naar de opkomende sterren terwijl het nog geen nacht is! Ik kan er uren in zitten.”
Voorzichtig draait de bevelhebber zijn hoofd naar een jongen die uit de keuken komt.
“Tyler! Haal jij voor je commandant en onze nieuwste aanwinst eens een kop koffie. Twee keer zwart! Toch?”
Er volgt een nieuwe stilte terwijl krekels en kikkers meer en meer de toon beginnen te zetten.
“Evan….. ik heb een carrière als die van jou eigenlijk nog nooit meegemaakt. Als ik heel eerlijk mag zijn. Je zit hier feitelijk rechtstreeks vanaf de schoolbankjes plotseling in een militair veldhospitaal aan het front. De reden waarom de normale procedure volledig is omzeild, ga jij niet tegen mij zeggen. Je bent ook duidelijk geen militair maar een softie. Maar dat geeft niet. Dat kan nog steeds een deskundig arts van je maken.”
Het shirt van Evan plakt aan zijn lijf. Hij voelt dat er zand in zijn schoenen zit.
Onderzoekend kijkt de commandant hem aan.
“En je bent wel een goede jongen, alleen eentje die nog nooit zijn handen vuil heeft hoeven maken. Wilde haren naar de laatste stijl van Hollywood en tegelijkertijd een moederskindje. Was eigenlijk in San Diego de tondeuse kapot of heb je je op wonderbaarlijke wijze aan de kapper weten te onttrekken?”
“Ik zei dat het hier wel zou gebeuren. Het maakte ze niet uit omdat ik toch een hospik was en geen militair.”
“Een hospik..….”
“Wat is dat klapwiekende geluid eigenlijk? Het lijkt wel of het dichterbij komt.”
Ongerust staat Evan weer op.
“Het is jammer dat door je jeugd al je zintuigen nog voor de volle honderd procent werken. Dove oude artsen, zoals ik, hadden hier nog vijf minuten kunnen genieten. Dit is het geluid dat je het meest zult gaan haten. Het zijn helikopters, nu nog ver weg. Ze brengen ons onze gewonde jongens. Roep jij maar alvast de artsen uit je tent. Als ze je willen vermoorden zeg je maar dat ik je beschermheilige ben geworden.”