Zodra ik de telefoon ophang, dringt het besef door dat dit mijn laatste donderdag ooit is. Een dinsdag, de dag waarop ik geboren ben, zal ik niet eens meer meemaken. Maandag 7 juni zal de laatste dag zijn van mijn leven. Waar zou ik terechtkomen? Zou er nog iets zijn hierna? Ik denk het niet. Van de duizenden goden waar mensen in geloven heb ik er nooit eentje kunnen uitkiezen die mijn bloed sneller liet stromen. Mocht er dan toch een hemel zijn, dan hoop ik wel mijn opa’s daar aan te treffen. Misschien wel met een streepje voor als het eerste kleinkind die ze komt bezoeken.
Zelfs nu met de dood om de hoek heb ik de energie niet meer om te leven. Het is wel goed geweest zo. Na jarenlang knokken tegen mijn eigen geest heb ik nu dan de bevestiging. Nog een paar dagen en ik mag eindelijk het gevecht verliezen. Verder is er niks of niemand meer waar ik troost uit kan halen. Ik zal deze dagen, net zoals de afgelopen jaren, alleen moeten doorkomen. Die duizenden euro’s die ik de afgelopen jaren heb gespaard, neem ik het graf mee in.
Het vlees wil ook geen uitspanningen meer. Geen dromen over in kruidenboter gedipte escargot, afwisselend met 1e klas cocaïne. Op mijn telefoon typ ik een pornowebsite in. Maar als ik begin met mezelf af te trekken op de eerste MILF die me enigszins aanspreekt merk ik dat het niet gaat werken. Blijkbaar is mijn lijf zichzelf al aan het afschakelen.
Fuck it, ik haal wel een pakje peuken. Ik moet nu echt even iets omhanden hebben. Gelukkig verkoopt het tankstation om de hoek ze nog. Wat zouden die krengen kosten tegenwoordig, het is al zolang geleden. Als ik van de bank opsta komt Dommel luid miauwend de woonkamer ingelopen. Ik til hem op om troost te zoeken. Een poging die bij voorbaat is gedoemd te mislukken. De zachte kus beantwoordt hij met de uithaal van een scherpe klauw. De tranen op mijn wangen vermengen zich met het verse bloed.
Als ik de badkamer inloop om mijn gezicht schoon te maken begint de wasmachine te piepen. Eerst maar eens de witte was ophangen.