Willem sorteert boeken in het magazijn van de kringloopwinkel. De dozen komen uit een ontruimd huis.
Tussen de pagina’s van een vegetarisch kookboek vindt hij een envelop.
De brief is geadresseerd aan een fabrikant van elektrische dekens. Er zit geen postzegel op.
Hij vouwt het papier open.
Geachte heer/mevrouw,
Op 14 januari 2025 heb ik bij u een elektrische deken van het type “WarmSleep” aangeschaft. Sinds een paar weken wordt de linkerzijde niet meer warm.
Mijn vrouw lag altijd links.
Stand twee was genoeg voor haar. Op drie kreeg ze rode wangen en vroeg ze of ik de tropen in huis wilde halen.
Willem blijft even bij die zin hangen. Zijn vrouw kwam uit Suriname. In oktober droeg ze binnenshuis al wollen sokken. Als de verwarming aansloeg, hield ze haar handen boven het rooster.
‘Waarom trek je niet nog een trui aan?’ vroeg hij dan.
Hij leest verder.
Ik zet de deken nog steeds een kwartier voor het slapengaan aan. Niet dat het nodig is, maar zo deden we het altijd.
Soms hoor ik mezelf vragen of hij al aan staat.
Daaronder staat niets meer.
Willem leest de laatste zin nog eens.
Soms hoor ik mezelf vragen of hij al aan staat.
Daarna vouwt hij de brief dicht, schuift hem terug in de envelop en stopt hem in zijn binnenzak.
Aan het einde van de middag fietst hij naar huis.
Daar legt hij de envelop in een la van het dressoir, tussen een stapeltje adresstickers en zijn afsprakenkaart van het ziekenhuis.
Voor het slapengaan zet hij haar elektrische deken aan.
Stand vier.
Daarna gaat hij op zijn eigen helft liggen.