‘Welkom bij De Luisterlijn. Vanwege grote drukte wordt u vandaag te woord gestaan door een digitale gesprekspartner. In levensbedreigende situaties belt u 112.’
Veertien jaar heeft Els vrijwilligers opgeleid. Ze weet hoe een gesprek begint.
De stilte.
Het schrapen van een keel.
Iemand die zegt dat het eigenlijk nergens over gaat.
‘Waarmee kan ik u helpen?’
‘Ik weet niet of dit ergens over gaat,’ zegt ze.
‘Dat hoeft ook niet,’ zegt de stem. ‘Waar denkt u op dit moment aan?’
Els kijkt naar het kopje thee naast haar.
‘Ik wilde eigenlijk eens horen hoe goed je bent,’ zegt ze.
‘Waarin?’
‘Luisteren.’
‘Dat is een breed begrip.’
Ze glimlacht.
‘Daar heb je een punt.’
Ze besluit een verhaal te verzinnen. Een vrouw van achtenzestig. Weduwe. Een dochter in Australië die zelden belt. Slapeloze nachten. Een lege stoel aan tafel.
‘Wanneer is uw man overleden?’ vraagt de stem.
‘Twee jaar geleden.’
‘Wat mist u het meest?’
‘Dat iemand weet hoe ik mijn koffie drink.’
‘Hoe drinkt u uw koffie?’
‘Met veel melk.’
‘En wie maakt die nu?’
‘Ikzelf.’
Ze draait haar kopje thee een halve slag.
‘Eigenlijk drink ik helemaal geen koffie.'
‘Dat begrijp ik niet.’
‘Dat hoeft ook niet. Ik verzin dit.’
‘Waarom?’
Ze strijkt met haar duim over het tafelkleed. Naast haar hand zit een klein brandgaatje. Leo had het ooit met zijn sigaret veroorzaakt.
‘Omdat het makkelijker is.'
‘Makkelijker dan?’
‘Echt praten over mezelf.’
Ze staat op en giet de lauwe thee door de gootsteen.
‘Mijn man is acht maanden geleden overleden,’ zegt ze.
‘Wat mist u het meest?’
Els kijkt naar het brandgaatje.
‘Dat iemand zegt dat ik het tafelkleed eindelijk eens moet weggooien.’
‘Wilt u het weggooien?’
‘Nee.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat Leo dan alsnog gelijk krijgt.’
‘Mag ik u iets vragen?’ zegt de stem.
‘Vooruit.’
‘Hoe wist u wat u moest zeggen tegen mensen die belden?’
‘Dat wist ik meestal niet,’ zegt ze. ‘Ik bleef gewoon aan de lijn.’
Ze denkt aan de weduwnaar die het horloge van zijn vrouw bleef dragen. Aan de jongen die iedere vrijdagavond belde om te vertellen wat hij gegeten had.
‘Dat doe ik nu ook,’ zegt de stem.
Het blijft even stil.
Els legt haar hand op het tafelkleed.
‘Ja,’ zegt ze.
Ze verbreekt het gesprek.
Met haar duim volgt ze de rand van het brandgaatje.