
‘Wilt u uw sterfdatum weten?’
De arts heeft nog dezelfde zachte stem waarmee hij tien jaar geleden uitlegde waarom zijn cholesterol omlaag moest.
‘Dat is nieuw,’ zegt hij. ‘Sinds kort mogen we het vragen. Het model is betrouwbaar genoeg geworden.’
Hij kijkt naar het scherm, maar ziet alleen zijn eigen schouder weerspiegeld.
‘En als ik nee zeg?’
‘Dan blijft de datum onbekend.’
‘En als ik ja zeg?’
‘Dan lees ik hem voor.’
Hij denkt aan de zwemtas in de auto. Aan het brood dat hij straks wil halen.
‘Ja.’
De arts knikt nauwelijks.
‘Woensdag 18 oktober 2028.’
~
Buiten ruikt de lucht naar een voorzichtige lente. Een vrouw zet haar fiets tegen een lantaarnpaal. Twee kinderen stuiteren een voetbal over het trottoir.
Hij loopt naar de bakker.
‘Verder nog iets?’
‘Doet u er maar een tompoes bij.’
Pas thuis merkt hij dat hij geen koffie heeft gekocht.
~
Vanaf die dag telt hij in woensdagen. Woensdag is de dag waarop hij zwemt. Veertig banen schoolslag.
In de baan naast hem zwemt een vrouw die hij alleen van gezicht kent. Onder haar donkerblauwe badmuts glippen een paar grijze haren vandaan.
Ze groeten elkaar.
Een week later komen ze tegelijk bij het keerpunt.
‘Druk vandaag,’ zegt ze.
Hij knikt naar een man in de snelle baan.
‘Zijn schuld. Hij denkt waarschijnlijk dat al die mensen achter hem zijn tempo proberen bij te houden.’
Achter de zwemmer heeft zich een rij gevormd.
‘Dunning-Kruger,’ zegt ze.
Hij kijkt haar aan.
‘Het is lang geleden dat ik die naam gehoord heb,’ zegt hij.
‘Psychologie. Mijn eerste leven.’
Ze zetten zich tegelijk af. Het water sluit zich.
Na het zwemmen drinken ze koffie. Ze heet Els en vertelt over een appelboom die ieder jaar minder appels draagt en toch iedere lente bloeit.
Ze wandelen naar hun fietsen. Nog even blijven ze staan voordat ieder zijn eigen kant op gaat.
~
Eerst vallen de zonnevlekken nog tot halverwege het bad, maar als de bladeren beginnen te verkleuren, blijven ze steken bij de eerste baan.
Ze zwemmen al maanden in dezelfde baan. Zonder het afgesproken te hebben, kiezen ze iedere woensdag voor diezelfde strook water.
Op sommige woensdagen denkt hij helemaal niet aan de datum.
‘Zullen we in november een paar dagen naar zee?’ vraagt Els.
Hij kijkt naar een meeuw die laag over de parkeerplaats scheert.
‘Dat lijkt me mooi,’ zegt hij.
Ze begint meteen over een huisje achter de duinen. Hij vraagt of ze liever de ochtendzee heeft of de avondzee.
~
De laatste woensdag ligt het water bijna onbeweeglijk voordat de eerste zwemmers erin glijden.
Ze zwemmen hun veertig banen.
Na afloop drinken ze koffie uit kartonnen bekers.
‘Volgende week neem ik een thermoskan mee,’ zegt Els. ‘Dan gaan we buiten zitten.’
Ze geeft hem een kus op zijn wang.
Hij kijkt haar na totdat ze de hoek om fietst.
~
Die avond sterft hij.
~
Een week later zwemt Els alleen.
Bij het eerste keerpunt laat ze onwillekeurig een halve meter water naast zich open.
Ze zwemt verder.