
Het kistje in de hoek van de zolder had vele opruimingen overleefd. Er was altijd wel iets anders te doen, altijd iemand om te verzuchten dat er ‘morgen weer een dag was’. Maar vandaag was Lieneke bij het kistje aangekomen.
Ze blies het stof eraf. Er zat een slot aan, maar het kistje was in dusdanige staat dat ze dat er zo af trok. In het kistje zat papierwerk, brieven voornamelijk.
Eén ervan trok haar aandacht. ‘Lieneke’ stond erop. Aan elkaar, in de sierlijke letters die jongens en meisjes vroeger op de lagere school leerden.
Ongefrankeerd, geen adres. Niets op de achterkant.
Ze opende de sluiting van de envelop en haalde er een brief uit, een enkel A4-tje, dubbel gevouwen. In het halfdonker las ze:
Beste Lieneke,
Je zult wel denken, een brief? Een brief van Bram? Iedereen kent mij als een man van het woord. Die van zijn hart geen moordkuil maakt. Botte Bram zeiden ze vroeger al.
Ze vermoedde al dat het nog spullen van Bram waren. Dat zal twintig jaar geleden zijn, dat die overleden is. Deze brief nam ze mee naar beneden om eens goed te lezen.
Er is een hoop veranderd in de tussentijd, Bram. Jij liep vroeger op deze trap met deze brief omhoog. Nu wonen wij in jouw huis, terwijl onze neef de boerderij runt. Dat hadden ze vroeger toch ook niet kunnen denken.
Beneden in de keuken zette ze eerst thee. Terwijl die afkoelde, ging ze zitten aan de keukentafel en keek naar buiten, over de velden waar het koolzaad geel bloeide.
Ik moet je iets opbiechten. Iets waar die kerel van jou niet blij mee zal zijn. En jij waarschijnlijk ook niet, Lieneke. Ik heb hier het hart niet voor, om jou in de ogen te kijken en het te zeggen. Daarom doe ik het per brief.
Het spijt me zo erg, van wat ik je ga vertellen. Ik wil dat je dat alvast weet.
De oude Bram had altijd al gevoel voor drama gehad. Daar kon haar Hans over meepraten. Buiten zag ze haar neef op het land. Senior stond druk naar hem te gebaren. De boerderij was overgedragen, maar ze had al voorspeld dat haar man de rust nog zou kunnen vinden. Ze glimlachte.
Je weet hoe graag ik die kleine van jullie zie, hè. Hij en Bram Jr. waren altijd al twee kwajongens bij elkaar, echte kattenkoppen. Maar vanaf het begin wisten we al dat het geen boer zou worden: ik wist het, jij wist het, en die oude al helemaal. Hij had het er altijd over, als hij hier was om een paar pilsjes soldaat te maken.
Het is geen excuus, dat bedoel ik ook helemaal niet. Achteraf kan ik me wel voor mijn kop slaan, maar dit is hoe ik er toen in stond.
Het favoriete spelletje van jullie Hansje was altijd verkleden. We hadden een grote kist met verkleedspullen op zolder staan. Die was nog van mijn moeder geweest. En dan ging niet weg. Als je hem vroeg wat hij wilde worden, zei hij ‘toneelspeler’. Dat weet jij ook nog wel.
Dat wist ze nog goed. Het leverde een hoop onzekerheid en pijn op. Hans moest zijn eigen leven leiden, dat snapte zij ook wel. Senior nog niet. Het was een explosieve situatie.
Nou ja, ik zal maar ter zake komen.
Nogmaals, mijn diepste excuses voor wat ik gedaan heb. Maar dat geld voor de toneelschool, dat kwam van mij.
Zo, dat is eruit. Ik kende zijn rekeningnummer, dus ik heb het via via naar hem doorgesluisd. Met een beschrijving, zodat hij wist waar het voor was.
Haar mond viel open.
Ik kon er niet tegen, Lieneke. Dat geruzie tussen senior en junior. Dat geld was om Hans de vrijheid te geven die ik nooit had. Waar bemoeide ik me mee! Om die wig te drijven tussen vader en zoon. Ik heb er zo’n spijt van...
Je zult dit nooit lezen, maar het is gezegd.
Getekend,
Bram
Ze staarde kort voor zich uit, en begon toen te lachen. Ze hield niet meer op tot de tranen in haar ogen stonden. Daarna pakte ze haar telefoon, en koos het nummer van Hans. Hij nam direct op.
‘Je raadt nooit wat ik hier vind! Een brief van Bram senior.’
‘Bram senior die een brief schrijft? Daar is hij het type toch niet voor. Een brief aan wie?’
‘Aan mij. Hij zegt dat hij je dat geld gegeven heeft voor de toneelschool.’
‘O?’
‘Hij hamert er meerdere keren op dat hij er spijt van heeft dat hij tegen je vader is ingegaan.’
Nu lachte Hans. ‘Die oude drama-queen! Maar,’ voegde hij toe, ‘eigenlijk triest dat hij zich daar zo’n spijt over heeft gehad.’
‘Hij is vlak daarna ook overleden,’ zei Lieneke. ‘Hij moet de brief geschreven hebben vlak nadat hij het geld heeft overgemaakt.’
‘Ik moet je iets vertellen,’ zei Hans.
‘Wat?’
‘Ik wist dit al.’
‘Van het geld? Dat wist je al?’
‘Bram Junior heeft het me verteld. Maar ik mocht het niet doorvertellen!’
‘O,’ zei Lieneke.
‘Hoe denk je dat mijn neefje aan het geld kwam om Bram Junior uit te kopen? Ik heb hem geholpen. Het was mijn manier om zijn pa te bedanken.’
Lieneke staarde naar buiten. Haar man en neef waren aan het overleggen over iets. ‘We vertellen je pa hier niets van, akkoord? Dit hoeft hij allemaal niet te weten.’
Precies, we laten het verleden rusten. Maar moet ik gaan.’
‘Waar moet je naartoe, zoon?’
‘Amersfoort, moeder. We treden op in Amersfoort vanavond.’
‘Veel plezier, jongen.’