Mijn ogen dwalen door de kleine ruimte. Op een plank staat een doos met een waarschuwende pijl die wees naar de vloer. This side up. Zo voel ik me ook. Door elkaar heen geschud.
'Dus dit moet het worden?' Een donkere stem vraagt het. Emotieloos. Ik kan alleen knikken. Een zacht zoemend geluid vult de ruime, dringt tot diep in mijn oren en vibreert door in mijn ribbenkast.
'En is het nog voor iets speciaals?' De vrouw met het korte haar kijkt me niet aan, gaat stug door.
'Ja er was een meisje...' Mijn keel knijpt dicht en er sluipt een traan naar beneden.
'Ja dat is logisch met deze naam. Josefine zoals de vrouw van Napoleon toch? Bekakte bitch was dat. Eten ze toch cake.' De naald prikt weer in mijn huid.
'Altijd weer een meissie. Je weet toch dat het fout loopt. Ze komen, breken je hart en gaan er weer vandoor. Als je het mij vraagt moet je geen namen neerzetten. Vroeg of laat kom je terug en wil je er iets overheen. Een auto, of een draak.'
Ze veegt met een doek over mijn bovenarm, inspecteert de lijnen en gaat door met de volgende letter.
'Ik snap dat het pijn doet.' begint ze weer. Onduidelijk of ze het nu over de tattoo heeft of over de traan, die inmiddels gezelschap heeft gekregen.
'Maar nu zet je haar naam neer en elke keer als je er naar kijkt voelt het weer als een wond. Ik kan het weten.' Ze wijst naar een drietal namen op haar kuit. Het zoemen stopt heel even en ik durf weer adem te halen. Ik zie een Josh staan, een Michael en in cursief nog een Constantijn. Die past niet echt in het rijtje thuis.
'Zelfs als je trouwt zegt dat niet alles hé. Je weet wat ze zeggen: alles kan kapot. Michael heeft het met eigen handen stuk gemaakt door met een andere meid aan te pappen. Josh liep bij me weg toen ik zwanger was.' Ze stopte even. Mijn stem klonk vreemd, alsof hij niet van mij was.
'En Constantijn?'
'Constantijn brak mijn benen toen ik wilde gaan stappen met een vriendin. Laat je niet foppen door zo'n sjieke naam...' Ik kijk weer weg. Ze veegt nog een laatste keer hardhandig met het doekje, en mijn arm lijkt in brand te staan.
'Ze was mijn dochter.' Mijn stem klinkt zacht, maar omdat het zoemen net gestopt is klinkt het bijna als een schreeuw in het kleine kamertje.
'Leukemie.'
Ze kijkt me aan. Ook bij haar zie ik nu een traan. Een lange pijnlijke stilte vult de ruimte. Een dikke laag die alles bedekt, als lijm. Dan klinkt toch haar donkere stem weer.
'Hoe schrijf je Josefine eigenlijk, met de f of met ph?