
Sommige herinneringen zijn gelijk aan nachtmerries die altijd op de loer liggen om op onverwachte momenten je dromen te verstoren. In het gunstigste geval blijven ze een tijdje weg maar vergeten doe je ze niet.
Ik zat in de eerste klas van een highschool in Los Angeles in Californië. Het was 1977. Ik was al een paar maanden veertien jaar oud toen ik naar een feestje van een klasgenote ging die net veertien was geworden. Ik kwam bij haar thuis via de achterdeur die aan een grote tuin grensde. De tuin stond vol met waaierpalmbomen, struikeiken en al bloeiende Amerikaanse seringen. Er stonden partytenten in elkaars nabijheid opgesteld.
De jarige had, naast al haar familie, vrienden en kennissen, de hele klas uitgenodigd. Mijn moeder had een boekje voor haar gekocht maar het zat ingepakt en ik wist niet meer welk boek het was toen het meisje ernaar vroeg.
Het zal eind februari zijn geweest, maar met een graad of twintig was het niet koud. Toen ik “Hey Mike!” hoorde, zag ik tafels waar andere kinderen uit mijn klas aan zaten en liep naar ze toe.
Ik was niet echt populair, maar ik stond ook niet onderaan in de rangorde van de klas. Ik had blonde haren, blauwe ogen. Misschien was ik iets langer dan gemiddeld vanwege de Nederlandse afkomst van mijn moeder.
Een beetje stille, timide jongen, weinig behoefte aan sportieve prestaties. Dat ik door lessen van mijn moeder redelijk Nederlands sprak interesseerde eigenlijk niemand en ik liep er verder ook niet mee te koop. Het leren ging vrij gemakkelijk. Als ik foto’s zie uit die tijd was ik best een knappe jongen. Mijn vader was arts en mijn moeder doktersassistente. Ik had alleen nog een oudere zus.
Toen ik aanschoof op een bank met klasgenoten, viel mij de wat geschrokken blik op van een iets oudere jongen aan een andere tafel. Hij staarde mij aan en liet mij niet meer gaan. Ik kreeg er wat ongemakkelijke gevoelens van en probeerde vanaf mijn plaats zijn blik te ontwijken. Maar dat lukte niet. Elke keer als ik zijn richting uitkeek, zag ik dat hij naar mij keek.
Het was niet iets beangstigends, het had eerder iets teders. Nu zou ik zeggen dat hij mij in zijn gedachten zat uit te kleden zonder een kledingstuk te vergeten. Het riep gevoelens op die ik niet eerder had waargenomen en die ik maar moeilijk kon verklaren, hoewel ik vermoedens had waar het over ging. Ik wist heel goed dat ik niet achter de meisjes op school aanliep en waarom dat was. Ik nam voor lief dat ik niet voor Casanova werd aangezien en daardoor ook niet voor de populariteitsprijs in de klas in aanmerking kwam.
Het zweet brak mij aan alle kanten uit en ik besloot het huis in te gaan om iets te drinken te halen. Aanvankelijk was ik er alleen maar terwijl ik aarzelde voor de koelkast, dook plotseling de jongen achter mij op en kwam hij dicht bij me staan. Ik verloor mezelf en bad dat hij het niet zou merken. Hij legde zijn arm om mijn middel en trok me naar zich toe. Ik protesteerde niet en blijkbaar was dat voor hem voldoende. Hij kwam met zijn hoofd vlak naast de mijne en zei: “Ik weet dat je dit niet erg vindt. Ik weet dat omdat je precies bent zoals ik. Wij zijn...” hij wachtte even en ging fluisterend verder, “…helemaal dezelfde jongens.”
Ik liet het over mij heen komen. Mijn lichaam reageerde positief geprikkeld en was sneller dan dat mijn hoofd de ontwikkelingen bij kon houden. Ik had nog nooit een fysiek antwoord hoeven geven op de vraag hoe te reageren in dit soort situaties. Ik wees hem niet af.
Hij liet mij snel weer los toen hij hoorde dat er andere gasten naderden. Hij deed twee stappen achteruit en begon een heel verhaal over het verzamelen van voetbalplaatjes en hoeveel dubbele hij had.
De andere gasten verdwenen weer richting de tuin. Hij kwam opnieuw dichter bij mij staan en stelde een typische jongens-onder-elkaar-vraag. “En…kun je het al?”
Elke jongen weet wat er wordt bedoeld.
Ik knikte langzaam en draaide me om. Hij stond daar met blote voeten, een blauw sporthemd en een sportbroek.
Mijn eerste natte droom was alweer van een paar jaar terug en daarna had mijn lichaam weinig geheimen meer. Tijdens de twee jaar op de middleschool zijn jongens twaalf en dertien jaar oud. Er blijft weinig geheim, vooral niet als er gezamenlijk wordt gedoucht na het sporten. Aandacht voor meisjes was voor veel jongens nog te vroeg. Maar hoe je jezelf moest aftrekken werd uitvoerig uit de doeken gedaan. Er werd stoer over gedaan, jongens schepten er over op. Voor vroegrijpe jongens kwamen er al snel de meisjes. Kalverliefde. Maar niet voor mij. Ik haatte mezelf er wel eens om maar ze hadden voor mij geen aantrekkingskracht. Ik probeerde onopvallend door het leven te gaan. En dus werd er door de meisjes eerder aandacht besteed aan de stoere binken. Ik vond dat niet erg. Op de lagere school kon ik nog best aardig met ze opschieten en deed ik mee met spelletjes als touwtje springen en hinkelen. Die onschuld verdwijnt op een middleschool. Dan word je bekeken, beoordeeld en ontstaan de rangordes.
De jongen bleek de 16-jarige broer van mijn klasgenootje. Hij zat inmiddels in zijn voorlaatste jaar op de highschool. Hij maakte een afweging en keek mij onderzoekend aan. “Als je wilt”, ging hij verder, “kan ik je boven in mijn slaapkamer wel wat dubbele plaatjes laten zien. "Misschien…," hij slikte, “...wil je later met mij ruilen.”
De opwinding die bij mij ontstond zorgde ervoor dat ik besloot om mee te gaan. Hij deed de deur van zijn kamer achter zich dicht.
Een half uur later verliet ik als eerste zijn kamer, die helemaal op de tweede verdieping lag. Langzaam liep ik naar beneden. Ik keek in een spiegel en zag dat ik niet meer dezelfde was als voorheen. Ik had een transformatie meegemaakt waarvan ik eigenlijk al een paar jaar wist dat dat ooit zou gaan gebeuren. Op jonge leeftijd weet je al heel goed wie je bent. Je ontkomt niet aan je diepste geheimen.
In de tuin werd ik niet gemist. Als iemand er naar zou vragen kon ik zeggen dat ik naar voetbalplaatjes voor mijn verzameling was gaan kijken.
De verandering in mijn leven was groot.
Evan werd mijn grootste vriend voor ongeveer vier maanden. Ik kwam vrijwel dagelijks bij hem over de vloer. Hij had ook de meest interessante kamer van ons tweeën. Bovendien werden we er nooit gestoord.
In de laatste weken voor de zomervakantie kwam zijn zus op een ochtend achter mij zitten. Zij boog zich over haar tafeltje naar voren en siste, zonder dat iemand het verder kon horen: "Mijn broer en jij zijn de grootste viezeriken die er in de stad rondlopen. Ik moet echt van jullie walgen. Dat je hier zit maakt me helemaal misselijk”.
Al mijn bloed trok weg uit mijn hoofd. Ik draaide me naar haar om, boog naar voren en vond nog net de tegenwoordigheid van geest om te zeggen: “Wat wij doen is helemaal niet vies.”
De docent sloeg met een aanwijsstok op zijn lessenaar. Hij wilde aan de slag. Het zusje trok zich weer terug in haar schoolbank.
Ik stak niets van de dag op. Ik was gedesillusioneerd, ongerust over wat er blijkbaar bekend was geworden.
Halverwege de middag werd ik uit de klas gehaald. Dat was mij nog nooit overkomen. Als het gebeurde was er meestal iets ergs. Een ongeluk, een overlijden van een oma of opa. In sommige gevallen was er een broertje of zusje geboren.
In een kantoortje van de school zat een vrouwelijke agente. Ze stelde zich voor maar gaf niet aan waar ze voor kwam. Wel moest ik met haar mee naar het bureau.
Ik moest lang wachten maar uiteindelijk werd ik naar een verhoorkamer gedirigeerd.
Er zat een oudere, strenge vrouw die zich, begreep ik later, uitsluitend bezighield met jeugdzaken. Ze bladerde een eeuwigheid in haar papieren, keek me aan en nam me vervolgens langdurig op, zonder wat te zeggen. Ten slotte zei ze: “Dus jij bent Mike.” Ik knikte zo beleefd mogelijk. “En je bent veertien jaar oud.” Opnieuw knikte ik bevestigend. “In december word ik vijftien.”
“Wat is er gebeurd tussen jou en Evan?”
De rillingen over de onthulling liepen langs mijn rug.
“Heb je het koud?”
Ik schudde mijn hoofd. Ik kon van de spanning niet meer voorkomen dat er enige tranen langs mijn wangen liepen. “Er is niets gebeurd. We vechten nooit en hebben ook nooit ruzie. Hij is mijn beste vriend.” Met mijn mouw droogde ik mijn tranen zo goed als dat kon. Koortsachtig probeerde ik te bedenken waarom Evan zich over ons had uitgelaten, feitelijk een jongensding, een geheim dat in zijn slaapkamer had moeten blijven.
“Er is door de ouders van Evan een klacht tegen je ingediend. Het zou te maken hebben met seks tussen jou en Evan.”
Ik voelde me iets beter toen ik hoorde dat blijkbaar zijn ouders verantwoordelijk waren voor de klacht en niet mijn vriend. “Ik weet niet wat ze daarmee bedoelen. Evan en ik doen zulke dingen niet.”
“Voelen jullie je wel tot elkaar aangetrokken?”
Ik zweeg. Er viel een stilte die gelijk stond aan een bevestiging. Ik werd weer langdurig bekeken.
“Mike, ik wil je wel geloven. Ik denk eerlijk gezegd ook niet dat twee jongens van jullie leeftijd elkaar makkelijk kunnen overhalen tot dingen die jullie niet willen. Als ik jou ook zo zie. Maar dat neemt niet weg dat er een klacht bij ons is ingediend."
Ik knikte gelaten.
"Je ouders zijn gewaarschuwd en ze zijn inmiddels ook gearriveerd. Ik zal later ook nog met ze praten en ook met die van Evan. Voor nu mag je ze nog niet spreken, ze moeten wachten. Omdat de ouders van Evan beweren dat er mogelijk sprake is geweest van ongepaste seksuele handelingen, willen we zekerheid hebben dat er geen sprake is geweest van dwang of lichamelijk letsel. Ik ga je daarom eerst laten onderzoeken, dat moet eigenlijk altijd zo snel mogelijk gebeuren. Je ouders mogen daar niet bij zijn. We moeten ook zekerheid hebben of jullie de sodomiewetgeving van onze staat niet hebben overtreden.”
Ik werd in een politieauto gebracht naar een privé kliniek. Ik moest naar een kamertje met tralies voor de ramen. Er stond een kleine behandeltafel. Een agent bleef buiten bij de gesloten deur staan. Ik moest mij volledig uitkleden en werd minutieus onderzocht. Een oudere arts met een zware bril maakte nauwgezet aantekeningen. Hij bedekte ze alleen niet goed genoeg en waren daarom voor een deel leesbaar. Ik voelde me vernederd. Ik onderwierp me volledig aan zijn onderzoek. Ik moest blazen op mijn hand terwijl hij mij bevoelde. Hij noteerde onder andere: “in staat tot seksuele activiteiten”, “lichaamsbeharing aanwezig” en “normale lichamelijke ontwikkeling, in overeenstemming met leeftijd”. Ten slotte noteerde hij dat hij geen sporen van seksueel geweld had gevonden.
“Kleed je maar weer aan” zei hij na een eeuwigheid. ”Ik heb genoeg gezien.”
In de wachtkamer van het ziekenhuis zaten mijn ouders. Mijn zaak was nog lang niet klaar maar ik mocht voor nu mee naar huis. Hun ontvangst was ijzig en de autorit naar huis verliep geheel zwijgend. Ik wilde en ik durfde er niet over te praten. Ik wilde mij ook niet meer als een kleine jongen in hun armen storten. Ik was hardhandig jong volwassen geworden en dit kon niet meer worden teruggedraaid. Mijn ouders wisten niet waar ze moesten beginnen, hoe ze ermee moesten omgaan. Wat moesten ze zeggen tegen een veertienjarige zoon die de voorgaande maanden vrijwillig seksuele contacten met een andere jongen heeft gehad.
Wel gaven ze me straf. Ik mocht sowieso tot na het onderzoek niet meer in de omgeving van de woning van Evan komen. Uit voorzorg kreeg ik huisarrest.
Dezelfde avond werd er gebeld door de directeur van de school.
In overleg werd besloten dat ik de laatste twee weken niet meer zou komen. Ter bescherming van mezelf en om te voorkomen dat er onrust zou ontstaan. Mijn schoolresultaten waren voldoende om mij door te laten gaan naar de volgende klas.
Mijn ouders overlegden of een geplande vakantie wel door kon gaan. Ze waren niet boos, hoofdzakelijk teleurgesteld. De sfeer in huis was berustend. Geen verwijten maar ook geen ruimte voor een gesprek. Een paar dagen nadat ik was opgepakt moest ik mij melden bij een jeugdpsycholoog. Een aardige, begrijpende jonge arts. Bij hem brak ik. Niet over de relatie met Evan. Wel over hoe ik uit school was gehaald, de klacht die was ingediend, de behandeling door de politie, het medisch onderzoek, mijn huisarrest en de houding van mijn ouders.
De jeugdpsycholoog leek alles te begrijpen. Hij was de eerste die mij uitlegde wat de sodomiewetgeving inhield en waarom daar zo streng op werd gecontroleerd.
Hij zei: “Tot voor kort was seks tussen twee mannen of jongens volledig verboden. De wet is onlangs zo veranderd dat volwassen mannen wel seks met elkaar mogen hebben, als ze dat maar thuis in de slaapkamer doen en als ze dat ook allebei willen. Je mag alleen niet bij elkaar “binnendringen”, dat is nog steeds niet toegestaan door de sodomiewetgeving. En als je jonger bent dan achttien is seks tussen twee jongens automatisch nog steeds in strijd met de wet.”
Maar de psycholoog zei erbij dat er feitelijk weinig jongens onder de achttien werden bestraft. Omdat ze niet snel werden ontdekt als ze seks hadden maar ook omdat er nooit iets wordt ondernomen door de ontdekker als hij twee jongens heeft betrapt. Dat de zaak nu op de spits was gedreven kwam door de klacht bij de politie van de ouders van Evan.
Uiteindelijk vroeg hij naar onze daadwerkelijke relatie, of ik, na zijn uitleg, daar nu over kon en wilde praten. Het hoefde niet omdat het voor mij een persoonlijke zaak was en ik mocht kiezen om die voor me te houden. Maar ik aarzelde niet en vertelde wat we met elkaar hadden gedaan.
Het gesprek met de jeugdpsycholoog heeft me geestelijk gered.
Door de aangifte moest ik me die zomer wel melden bij de jeugdrechter. Een indrukwekkende man met een baard. Vooraf hield hij een vriendelijk gesprek om me gerust te stellen. De zaak werd in een besloten zitting gehouden. Ik hoopte Evan weer te zien maar er was niemand van de andere partij aanwezig.
Een hulpofficier van Justitie hield een betoog. Hij gaf aan dat tijdens een heftige huiselijke ruzie binnen het gezin over de verhuizing naar een andere staat, Evan uiteindelijk een nogal gedetailleerde beschrijving van onze relatie had opgevoerd om niet te hoeven meeverhuizen. De ruzie liep zo hoog op, dat de ouders van Evan besloten om een klacht tegen mij in te dienen.
Mijn maag draaide om toen ik deze achtergrond voor het eerst hoorde.
De hulpofficier gaf aan dat zowel Evan als ik in overleg met onze ouders en de school thuis moesten blijven en het schooljaar thuis hadden afgemaakt.
Het ergste moest nog komen. Tussen neus en lippen door deelde hij ook mee dat het gezin inmiddels was verhuisd. Zachtjes liepen de tranen langs mijn gezicht.
De advocaat, die op verzoek van mijn ouders zekerheidshalve was meegegaan, vroeg om vrijspraak. Hij voerde mijn leeftijd aan en ook dat ik inmiddels al zoveel had moeten meemaken.
De jeugdrechter nam de formele eindconclusie van de jeugdpsycholoog over.
“Vermoeden van een ontluikende relatie tussen twee adolescente jongemannen in het experimentele stadium van hun leven met onderlinge instemming van aan elkaar gelijkwaardige partners.”
Er volgde geen straf. Wel sprak de jeugdrechter enige vermanende woorden en plaatste hij de opmerking dat hij oprecht hoopte dat ik mijzelf nog zou “corrigeren” in een latere fase van mijn leven. Ik liet het over mij heen gaan. Hij verplichtte mij nog wel tot het afleggen van een traject van minimaal acht sessies bij de jeugdpsycholoog.
Die zomer was de meest eenzame die ik ooit heb doorgebracht. Ik hielp sjouwen bij een oom die een winkel had in elektrische apparatuur. Hij was bereid mijn ouders voor een paar weken te ontlasten. Ik merkte enige afkeer bij neven en nichten die mij nooit eerder was opgevallen. Mijn oom begon er niet over. Hij tolereerde mij omdat ik familie was.
De enige zekerheid die ik had was dat ik op 1 september op een andere highschool zou mogen beginnen. Ik had wel eerst bij de directeur van de nieuwe school op het matje moeten komen. Hij gaf een korte preek vooraf. Vooral over waar ze niet van waren gediend op hun school, zoals relaties tussen twee leerlingen van hetzelfde geslacht. Ik kon mij niet veel veroorloven.
Ik was door de jeugdpsycholoog inmiddels wel voldoende gewaarschuwd over hoe het eraan toe ging in ons land, de Verenigde Staten. Hoe mensen omgaan met jongens zoals ik. Dat ze je kunnen bespotten of naroepen op straat. Dat er groepen bestaan, jongeren vooral, met zoveel haat dat ze er niet voor terugdeinzen om je in elkaar te slaan. Of erger.
Ergens wist ik dat ook al, natuurlijk. Nadat ik één keer de tekst van The killing of Georgie van Rod Stewart op zijn laatste LP A night on the town had gehoord, voor een tweede keer omdat ik het zo erg vond wat er gebeurde, durfde ik het nummer daarna niet meer te spelen. Ik gaf de LP aan mijn zus.
Evan kuste mij van mijn hoofd tot aan mijn voeten toen ik het hem vertelde van de LP van Stewart en de steekpartij op Georgie, een jongen als wij. Het zat mij niet lekker. Hij richtte zich op. “Dat was New York” zei hij. “Dat is geen Los Angeles. Bovendien….. je hebt mij. Ik zou je altijd hebben beschermd.”
Uiteindelijk was de meest inhumane straf die ik had kunnen krijgen al onbewust gebeurd: na zijn verhuizing heb ik Evan nooit meer gezien of gesproken. Ik heb niet eens afscheid mogen nemen. En eigenlijk ben ik daar nooit meer goed overheen gekomen.