Hoofdstuk 4 - De Beer bij het haardvuur
Nadat de man met de gouden ogen had gesproken, bleef het een tijdje stil in de herberg.
Niet de ongemakkelijke stilte die ontstaat wanneer niemand weet wat hij moet zeggen.
Een andere stilte.
Het soort stilte dat volgt op een naam die iedereen kent maar liever niet uitspreekt.
Buiten tikte de regen tegen de ramen.
Binnen brandde het vuur.
Niemand leek haast te hebben.
Wat Elias vreemd vond.
In zijn wereld waren mensen altijd haastig.
Alsof ze voortdurend bang waren dat de tijd op zou raken.
Hier leek tijd iets te zijn dat rustig naast de gasten zat.
Met een beker in zijn hand.
Wachtend.
De vrouw met de zilveren ogen stond uiteindelijk op.
Niet abrupt.
Niet dramatisch.
Gewoon alsof ze besloot dat ze genoeg had gezegd.
Ze pakte haar zwarte boekje.
Knikte kort naar Elias.
En verdween een trap op naar de bovenverdieping.
Niemand hield haar tegen.
Elias keek haar na.
Hij had honderd vragen.
Misschien duizend.
Maar iets vertelde hem dat zij geen vrouw was die antwoorden uitdeelde.
Zeker niet gratis.
"Laat haar gaan." zei de herbergier terwijl ze een nieuw glas afdroogde.
"Kent u haar?" vroeg Elias.
"Niet echt."
"Maar ze kent mijn broer."
De vrouw haalde haar schouders op.
"Veel mensen kennen jouw broer."
Dat antwoord hielp niet.
"Dat lijkt me onmogelijk."
"Nee." zei iemand vlak naast hem.
Elias schrok.
Want hij had niet gemerkt dat iemand naast hem was komen zitten.
Of beter gezegd:
iets.
De beer.
De enorme bruine beer had zijn plaats bij het haardvuur verlaten.
Hij zat nu op een kruk alsof hij dat dagelijks deed.
Wat misschien ook zo was.
Zijn poten rustten op de bar.
Zijn ogen waren donker en intelligent.
En rond zijn nek hing een blauw sjaaltje.
Elias had zoveel vragen dat hij niet wist waar hij moest beginnen.
"Jij kunt praten."
De beer keek hem aan.
"Dat heb ik eerder gehoord."
"Je bent een beer."
"Dat ook."
Een slok uit een veel te kleine mok.
"Jij bent een mens."
Elias vond dat geen sterk argument.
Een tijdlang zaten ze zwijgend naast elkaar.
De beer leek dat prettig te vinden.
"Wat ben jij eigenlijk?" vroeg Elias uiteindelijk.
De beer dacht daar verrassend lang over na.
"Vandaag?"
"Vandaag?"
"Ja."
De beer keek nadenkend naar het plafond.
"Vandaag ben ik waarschijnlijk een beer."
Dat hielp opnieuw totaal niet.
De beer leek tevreden met die uitkomst.
"Hoe heet je?" vroeg Elias.
"Brum."
"Woon je hier?"
"Meestal."
"En wanneer niet?"
"Dan woon ik ergens anders."
Brum had duidelijk een talent voor antwoorden die niets oplosten.
Toch vond Elias hem direct sympathiek.
Dat gebeurde soms.
Sommige mensen voelde vertrouwd zonder duidelijke reden.
Misschien gold dat ook voor beren.
De avond vorderde langzaam.
Gasten kwamen en gingen.
De regen bleef vallen.
De herbergier vertelde een ruzie uit tussen twee reizigers die discussieerden over de vraag of een rivier dezelfde rivier bleef wanneer hij van richting veranderde.
Brum viel drie keer bijna in slaap.
En geleidelijk begon Elias iets te begrijpen.
Deze herberg was geen gewone plek.
Niet door magie.
Niet door geheimen.
Maar omdat hier mensen kwamen die onderweg waren.
Niet alleen van de ene plaats naar de andere.
Maar van de ene versie van zichzelf naar de volgende.
Sommigen zochten iets.
Anderen vluchtten ergens voor.
En enkelen wisten nog niet welke van de twee het was.
Laat op de avond, toen de meeste gasten naar hun kamers waren verdwenen, schoof Brum een gevouwen kaart over de bar.
Geen landkaart.
Geen route.
Een tekening.
Er stond een heuvel op.
Een oude molen.
Een kromme boom.
En een rivier.
"Wat is dit?" vroeg Elias.
Brum gaapte.
"Een plek."
"Dat snap ik."
"Daar ga ik morgen heen." antwoordde Brum.
Nog een gaap.
"Jij ook."
Elias keek op.
"Hoe weet je dat?"
Voor het eerst die avond glimlachte de beer.
"Omdat ik al vijf uur naar je luister."
Hij tikte met één klauw op de tekening.
"En omdat iedereen die naar het Westen reist vroeg of laat langs de Molen van Windloze Jan moet."
Buiten kraakte de donder in de verte.
De weg naar het Westen bleek langer te worden.
Veel langer.
En voor het eerst sinds hij vertrokken was voelde dat niet als slecht nieuws.