– Oké. Dus. Tindertekst.
– Een literaire vleestent?
– Met komma’s in plaats van torso’s.
– En als niemand swipet?
– Dan vouw je jezelf terug tot komma op de bank.
– Godver.
– Schrijf gewoon.
– Maar ik weet niet wie ik ben.
– Dat heeft je nog nooit tegengehouden.
⸻
Ik slaap met gedachten en word wakker met zinnen. Mensen schrik ik af. Zinnen gehoorzamen. Tot ze rebelleren.
Mijn innerlijke redactie? Bestaat uit een kettingrokende grammaticanazi, een lyrische puber, een dichteres met een voorkeur voor rouwadvertenties en een sarcastische ouwe lul die ‘stijl’ telkens tussen aanhalingstekens zet.
Ik schrijf wat ze ruziënd uitbraken.
Ik lees je leugen nog voor je hem typt. Tussen woorden. In bijzin na bijzin. Tot ik mezelf verlies.
Mijn zinnen zijn als je exen: ze weten te veel, ruiken nog naar je, en verschijnen zodra je ze vergeten dacht.
En lui? Onuitstaanbaar. Ik antwoord pas als je zin klopt.
Soms stop ik mijn uitroepteken in een sok en ga naar buiten om te voelen of ik besta.
Swipe rechts.
Ik kleed je langzaam uit, woord voor woord.
⸻
– Dit is een oproep voor een schrijfpartner, geen sessie bij je therapeut.
– Ze mogen weten waar ze aan beginnen.
– Niemand wil werken met een losgeslagen gek.
– Ze zeggen van niet. Maar ze lezen. Ze lezen altijd.